Een triest verhaal over een tweeling

afbeelding van Josine Blanksma

Josine Blanksma

tropenarts

In midden Afrika worden er opvallend veel tweelingen geboren. Uit onderzoek blijkt dat er zo’n 18 tweelingen worden geboren per 1000 geboortes (ongeveer twee keer zoveel als in Europa). Hier in Congo hebben tweelingen standaard namen: jongetjes worden Asukulu en Mmunga genoemd, meisjes Ungwa en Eto. Je vindt ze overal: op de neonatologie liggen altijd wel een of twee moeders met hun tweelingen, op de ondervoedingsafdeling zie je regelmatig een moeder met twee zogende kleintjes en ook de kinderafdelingen liggen er vol mee. Vaak is de ene blakend en gezond en de andere een mager scharminkeltje. In hoeverre daar culturele factoren meespelen, ben ik nog niet helemaal achter. Maar het zou zo kunnen zijn dat de meest gezonde van de twee extra wordt verwend en gevoed door de moeder, omdat die uiteindelijk het meeste kans op overleving heeft. Het is niet makkelijk om twee babies gezond groot te brengen onder de omstandigheden hier, zeker niet als je nog zes andere hummels hebt rondlopen…

 

Een paar maanden geleden vond ik de toen paar weken oude tweeling Asukulu en Mmunga op de ondervoedingsafdeling. Asukulu was een mager babietje van slechts anderhalve kilogram, zijn broertje was minstens twee keer zo groot. Asukulu werd op de afdeling bijgevoed met speciale therapeutische poedermelk. Toen ik zijn dossier bekeek en hem onderzocht bleek dat hij ook koorts en diarree had en daarnaast was hij ook nog eens flink benauwd. Hoewel hij een versnelde ademhaling had en zijn graatmagere borstkas flink naar binnen trok bij elke ademteug, keek hij mij met heldere grote rustige ogen onvermoeibaar aan.

 

Vanwege de benauwdheid plaatste ik hem over naar de intensive care afdeling waar we hem via een neusbrilletje wat extra zuurstof konden geven. Via het infuus startten we antibiotica voor de longontsteking en om te voorkomen dat hij uitdroogde, gaven we een neussonde. Helaas sloeg de therapie niet direct aan, en ook de volgende niet. Pas na weken van behandeling bleef de koorts uiteindelijk weg, was de diarree gestopt en begon hij eindelijk een beetje te groeien. Wat bleef, was echter die afschuwelijke benauwdheid. Het zuurstofpercentage in zijn bloed bleef veel te laag zodat we de zuurstof niet konden stoppen. We hadden alle testen gedaan die in ons beperkte laboratorium mogelijk waren, maar ook daarmee kwamen we niet verder. Luisterend naar zijn hart hoorde ik wel een heel klein ruisje wat zou kunnen wijzen op een erfelijke hartaandoening. Echter, diagnostische middelen om dat verder te onderzoeken hebben we niet tot onze beschikking hier. Laat staan een kindercardioloog om er iets aan te doen!

 

Zo bracht Asukulu samen met zijn broertje en moeder maandenlang door op de Intensive Care. Het was ongelooflijk hoe het wezentje het dag-in-dag-uit volhield. Het was bijna vermoeiend om te kijken hoe hij snel en moeizaam hij ademde met dat graatmagere lichaampje. De meeste kinderen die ik in deze toestand heb gezien zijn binnen een aantal dagen uitgeput. Mogelijkheid tot kunstmatige beademing is er hier niet. Toch bleef Asukulu maar altijd met die grote energieke ogen om zich heenkijken. Dapper sloeg hij zich door de dagen, weken en maanden heen. Op een gegeven moment kom je toch op een punt dat er een beslissing moet worden genomen. We besloten te kijken wat er gebeurde als we langzaam de zuurstof zouden stoppen, ondanks het lage zuurstofpercentage in het bloed. Hij kon hier immers niet de rest van hun leven op de intensive care doorbrengen! En zijn broer en moeder wilden ook wel een keer naar huis. Gelukkig leek hij het goed vol te houden zonder het zuurstofbrilletje. Ondanks zijn benauwdheid dronk hij gretig aan de borst, terwijl hij af en toe even stopte om op adem te komen. Met een gewicht van inmiddels 3 kg heb ik Asukulu met zijn moeder en broertje op de leeftijd van drie maanden uiteindelijk naar huis laten gaan. Ik sprak wel met ze af dat ze een week later zouden terugkomen voor controle.

 

Een week later zag ik moeder terug met de beide kinderen. Asukulu was iets afgevallen en nog even benauwd als we al die tijd van hem gewend waren. Helaas had hij weer opnieuw koorts gekregen. Dus zat er niks anders op dan hem weer op te nemen. En zo waren moeder, Asukulu en Mmunga binnen een week weer terug in hun vertrouwde hoekje op de Intensive Care.

 

Na vijf dagen gebeurde er iets onverwachts. De kerngezonde blakende broer van Asukulu kreeg plotseling hoge koorts en ontwikkelde binnen enkele dagen een ernstige longontsteking. Toen ik op die bewuste maandagochtend de afdeling opliep was hij van het bed verdwenen. Een van de verpleegkundigen vertelde mij dat Mmunga die nacht overleden was: hij was zo benauwd dat hij uiteindelijk van uitputting gestorven was. Tranen schoten me in mijn ogen. De moeder staarde bedroefd voor zich uit, terwijl Asukulu koortsig op haar schoot lag te hijgen. Met zijn grote energieke ogen keek hij me nog altijd vol levenslust aan.

 

De gewoonte wil hier dat als er een van een tweeling het niet redt, de moeder niet openlijk treurt over de dood van haar kind. Dit zou ongeluk brengen over de andere baby. Het is anders dan als het een eenling betreft. Ik heb al vele malen gezien dat de vrouwen zich huilend en schreeuwend op de grond storten als hun kind overlijdt. De familie wordt snel gehaald en na een half uur loopt de rouwende stoet dan met het lijkje in doeken gewikkeld het ziekenhuisterrein af. Echter, in het geval van een tweeling vertrekt de moeder geen spier. Een familielid neemt het overleden kind in stilte mee en de moeder blijft zwijgend zorgen voor de andere. Ik heb dit al verschillende malen meegemaakt en het vol verbijstering aanschouwd. Juist de ingehouden stilte maakt het allemaal nog aangrijpender.

 

Het ongelooflijk tragische in het verhaal van Asukulu is dat juist zijn broer steeds zo kerngezond was. De prognose van Asukulu was van het begin af aan al niet zo gunstig. Ik hield mezelf echter in die maanden steeds voor dat als hij mocht overlijden, de moeder dan in elk geval nog Mmunga had. Waarschijnlijk had Mmunga, doordat hij ook al die maanden tussen de zieke kinderen op de intensive care had doorgebracht, iets opgepikt van de bacillen die daar rondwaarden. En was hem dat uiteindelijk fataal geworden… Maar precies weten zullen we het nooit. Het frustrerende als arts hier is dat je vaak geen idee hebt wat uiteindelijk de precieze diagnose is geweest.

 

Een week later overleed dan toch ook Asukulu. Ik was er niet bij. Het gebeurde weer ‘s nachts. Toen ik na het ochtendrapport de intensive care opliep was het bed reeds door een andere patiënt bezet. Van de verpleegkundige die de nachtdienst had gedraaid hoorde ik dat de moeder van Asukulu een paar uur geleden het ziekenhuis verlaten had, het lichaam van haar laatste zoon in doeken gewikkeld. Intens verdrietig.

Sluit zoeken

Zoekveld