Op het nippertje

afbeelding van Josine Blanksma

Josine Blanksma

tropenarts

En dan zitten de eerste vier maanden in Baraka er ineens op en is het tijd voor vakantie… Change of environment! Door alle (terechte) strenge veiligheidsregels is mijn bewegingsvrijheid de afgelopen maanden beperkt geweest tot het minimale. Met name de laatste weken waren erg zwaar: je merkt dat de moeheid je begint op te breken en het geduld sneller opraakt. Daarnaast werd een van mijn mede-teamleaden ernstig ziek. Samen met de andere expat-arts en twee verpleegkundigen hebben we stressvolle tijden beleefd om haar, met de beperkte middelen die we voor handen hebben, zo goed mogelijk te verzorgen. Gelukkig is het uiteindelijk gelukt om haar te evacueren naar een ziekenhuis in Zuid-Afrika, het dichtstbijzijnde waar de specialistische zorg die ze nodig had voorhanden was. Bij dit soort gebeurtenissen komt het op hele goede team-samenwerking aan, deze bleek gelukkig rotsvast te zijn. Maar het was desalniettemin niet makkelijk. Kortom: ik heb er ontzettend zin in er even tussenuit te gaan!

 

Met een vriend heb ik plannen gemaakt om tien dagen door Kenia te reizen. Ik heb er wekenlang naar uitgekeken. Op het laatste moment blijkt dat er ineens toch nog roet in het eten wordt gegooid. Mijn paspoort ligt voor een visumprocedure nog ergens bij een ambtenaar in Kinshasa op het bureau. Het is zeer de vraag of ik het tijdig in handen krijg om mijn vlucht vanuit Burundi te halen. Even lijkt het dat ik de hele vakantie kan afblazen. Ik baal als een stekker… De ochtend dat ik zou vertrekken uit Baraka breekt aan. Er is nog steeds geen zekerheid over mijn paspoort. Er moeten die dag twee patiënten worden overgeplaatst naar een verwijsziekenhuis in Uvira, een grotere stad zo’n 4 uur reizen bij ons vandaan en vlakbij de grens met Burundi. Ik besluit mee te gaan met de patiënten om direct naar Kenia te kunnen doorreizen zodra ik mijn paspoort in handen heb.

 

Om 8 uur ‘s ochtends vertrekken we onder een strak blauwe hemel met speedboot over het Tanganyika-meer naar Uvira. De ene patiënt is een jonge man met een open beenbreuk. Samen met zijn broer zit hij op het voorste bankje, zijn gespalkte ingezwachtelde been omhoog op een paar tassen. Voor vertrek heb ik hem nog even een flinke shot pijnstilling gegeven, want een paar uur lang stuiterend over de golven met zo’n verwonding is geen pretje. De andere patiënt is een meisje van zeven jaar met een buikvliesontsteking. Ze is een aantal dagen geleden geopereerd voor een darmperforatie, veroorzaakt door buiktyfus. Ondanks de operatie, de antibiotica en een drain in haar buik, lijkt haar situatie niet op te knappen. Daarom toch besloten haar over te plaatsen naar een ziekenhuis met meer chirurgische mogelijkheden. Op een plastic matras ligt het koortsige meisje dwars over de boot, de uiteinden van het matras steken boven de boorden uit. Haar moeder, met ook nog een baby op haar rug geknoopt, zit bij haar en dekt haar dochter zorgvuldig toe met dekens en plastic zeil om haar te beschermen tegen de koele bries die over de boot waait. Samen met een collega zit ik op het tweede bankje. Na een groots afscheidsfeest gisteren, zitten haar negen maanden in Congo er vandaag op. Met weemoed kijkt ze naar de kade, waar Baraka langzaam uit het zicht verdwijnt.

 

Het afdakje van de boot is helaas bij de laatste grote storm gesneuveld, zodat we geen beschutting hebben tegen eventuele regen. Godzijdank is het water rustig en is alle regen die nacht al gevallen, zodat we droog en zonder strubbelingen een paar uur later in Uvira aankomen. In het haventje zie ik dat de welbekende Landcruiser met AzG logo ons al staat op te wachten. We tillen de patiënten over in de auto en hobbelen voorzichtig naar het ziekenhuis. Als de patiënten op de juiste afdelingen liggen en ik de chirurg heb gesproken krijg ik het verlossende telefoontje: mijn paspoort is toch nog uit Kinshasa overgekomen en reeds met taxi onderweg naar de grens met Burundi. Als ik daar over een uur klaarsta kan ik waarschijnlijk alsnog mijn vliegtuig naar Kenia halen! Ik doe een vreugdedansje en een uur later sta ik bij de grenspost. Als ik daar uiteindelijk toch nog op het nippertje met mijn paspoort word verenigd kan ik de taxi-chauffeur wel zoenen.

 

‘s Avonds in het vliegtuig boven Kenia overdenk ik wat er allemaal is gebeurd vanaf het moment dat ik vier maanden geleden voet op Congoleze bodem zette. Wat een bizarre, intense, moeilijke, maar ook prachtige maanden zijn voorbij gegaan. Ik kan geen dankbaarder werk voorstellen dan wat ik op het moment doe en besef eens te meer wat een voorrecht dat is. Aan de andere kant zijn de frustraties ook diep, omdat er zo ontzettend veel niet lukt zoals je het voor ogen hebt. Hoewel je soms met man en macht probeert bepaalde systemen te verbeteren, lijkt het wel alsof het allemaal zo weer in elkaar stort zodra je je omdraait. Aan de andere kant zijn er ook de kleine overwinningen: een geslaagde vergadering met de Congoleze dokters waarin we de effectiveit van bepaalde behandelingen evalueerden of een training voor verpleegkundigen hoe snel te handelen als een patiënt stuiptrekkingen heeft. En dan zijn er natuurlijk de individuele patiënten: talloze kinderen die ik doodziek het ziekenhuis heb zien binnenkomen en een aantal dagen later weer breed glimlachend rechtop in bed zitten. De enkelen die het niet halen, hun lijden, de pijn en het verdriet van de familie, grijpen me nog steeds enorm aan. Om te zorgen dat de moed me niet in de schoenen zakt, verplicht ik mezelf ook dagelijks oog te houden voor de grote meerderheid die wel met sprongen vooruit gaat.

 

Als we een paar dagen later een stevige wandeling over de glooiende theeplantages nabij Mount Kenya maken, merk ik pas hoe relaxed ik me voel. Geen gewapende mannen die zomaar uit de bosjes kunnen springen. Ook de schrijnende armoede die het straatbeeld in Congo zo bepaald, vind je hier niet. De spanning glijdt in die eerste dagen langzaam van me af. Ik heb geloof ik nog nooit zo goed geslapen…

Sluit zoeken

Zoekveld