Pechvogels

afbeelding van Josine Blanksma

Josine Blanksma

tropenarts

Er zijn mensen die wel heel veel pech hebben in hun leven, zonder dat ze er iets aan kunnen doen. Bijvoorbeeld: je wordt als meisje geboren in Oost-Congo (al niet zo’n goede start…). In de baarmoeder word je reeds besmet met HIV, zonder dat iemand zich daarvan bewust is. Op negenjarige leeftijd word je ziek, heel ziek. Je hebt maanden koorts, hevige buikkrampen, diarree, pijnlijke blaren in je mond en je hoest je een ongeluk. Je valt kilo’s af, tot er weinig van je overblijft. Je familie brengt je naar traditionele genezers die, ondanks al hun goedbedoelde pogingen, je ook niet beter kunnen maken. Als je bijna niet meer kunt word je opgenomen in het ziekenhuis en blijkt dat je ook nog tuberculose en malaria hebt. En als klap op de vuurpijl: je moeder is zwanger en blijkt ook al die tijd AIDS te hebben gehad, maar wil daar niks van weten. Volgens mij ben je dan wel een van de allergrootste pechvogels in de wereld…

 

Bovenstaand meisje heet Kashindi*. Ik heb al eerder in een van mijn vorige blogs over haar geschreven (“Moeilijke momenten”). Zij is één van die patiënten die me dicht aan het hart ligt. Waar ik me op een of andere manier extra mee verbonden voel. Uit eigen ervaring weet ik dat meisjes van negen al heel veel begrijpen, ook al worden ze door de buitenwereld vaak nog gezien als onwetende schepsels. Ik weet niet wat Kashindi precies begrijpt want ze zegt nooit een woord. Ze kijkt me alleen maar aan met die grote immer droevige ogen. De blik is zo intens en hulpeloos, soms zelfs een beetje bozig, dat ik er ongemakkelijk van word. Slechts één keer heb ik een paar seconden een lach op haar gezicht zien verschijnen. Dit was toen ik een foto met mijn iPhone van haar maakte en die vervolgens aan haar liet zien. Dit vond ze duidelijk prachtig. Maar het trucje werkte jammergenoeg niet vaker dan die ene keer. De depressieve gelaatsuitdrukking heeft zich sindsdien medogenloos in haar gezicht gebeiteld.

 

 

Medisch gezien ging het afgelopen weken beter met haar. Met verrijkte voeding en zware tuberculose medicijnen is ze inmiddels 6 kilo aangekomen, van 13 naar 19 kg. Daarnaast hebben we ook wat tegen de hevige buikkrampen kunnen doen en mocht ze zelfs onlangs naar huis om verder poliklinisch behandeld te worden. Deze week zag ik haar echter ineens weer terug op een van de lawaaierige, overvolle kinderafdelingen met opnieuw een ernstige malaria-infectie. Ook dat nog… Toen ik gisteren visite liep op de afdeling lag ze niet in haar bed. Na even zoeken vond ik haar in foetushouding weggekropen op de viezige betonnen vloer onder haar bed. Moeder lachte alleen maar wat. Mijn hart brak. Meisje toch. Hoe kan ik je toch helpen?

 

En dan te bedenken wat haar nog allemaal te wachten staat: om te overleven zal ze levenslang dagelijks antivirale (AIDS) medicijnen moeten slikken, als haar moeder daar tenminste gemotiveerd voor is… Zal ze dat begrijpen? En zal het altijd beschikbaar voor haar blijven in deze onvoorspelbare hoek van de wereld? En hoe moet dat als ze straks in de pubertijd komt? Zal ze ooit aan trouwen durven te denken? Of kinderen krijgen…? De moed zakt me in de schoenen als ik aan de enorme bergen denk die ze nog te overwinnen heeft, wil ze überhaupt een toekomst hebben. En met haar zijn er nog zo ontzettend veel anderen in soortgelijke situaties. De meesten bereiken waarschijnlijk nooit een ziekenhuis dat ze de juiste zorg kan geven.Wat doen we hier eigenlijk? Water naar de zee aan het dragen? Maar het gaat hier verdomme wel om mensen!

 

Voordat ik naar Congo vertrok waren er mensen in mijn nabije, o zo beschermde omgeving die bezorgd waren of ik niet mijn vrolijke en opgewekte gemoed zou verliezen hier. Ik geloof daar niet zo in. Ja, bepaalde ervaringen hier zullen vast wel z’n sporen nalaten, dat is nou eenmaal niet te vermijden. Maar tegelijkertijd wil ik als mens ook niet de realiteit uit de weg gaan. Dit is de wereld en zo is de dagelijkse werkelijkheid voor heel mensen op deze fascinerende planeet. De stolp waaronder wij leven in West-Europa is maar een heel klein onderdeeltje van het geheel. Door te reizen, te ontmoeten en een poging te doen anderen te begrijpen leer ik steeds een beetje meer over mezelf en de wereld. Al moet ik zeggen dat ik met de tijd steeds minder van het geheel begrijp…

Sluit zoeken

Zoekveld