Moeilijke momenten

afbeelding van Josine Blanksma

Josine Blanksma

tropenarts

Het leven is hier intens. Er wordt uitbundig geleefd: kleuren van kleren, nagels en vrachtwagens zijn fel en contrasterend. De muziek is luid, de stemmen zijn hard en de lach is altijd gul. Op straat struikel je over de schaterende kinderen. Zingen is de nationale hobby, het liefst driestemmig. De natuur doet ook mee, zeker nu het regenseizoen twee weken geleden is losgebarsten: overal schiet groen, roze en geel uit de grond. Uit de dichtbegroeide bomen klinkt een koor aan exotisch gekwetter dat zich elke dag lijkt uit te breiden.

 

Maar de andere kant is er ook. Wanhoop en verdriet worden luidkeels geuit. Als een kindje overlijdt, wat helaas nogal regelmatig gebeurt in zo’n groot ziekenhuis als de onze, werpt de moeder zich schreeuwend en huilend op de grond. Het lijkt wel alsof ze in een soort van trance is. Elke poging tot communicatie, zelfs het kleinste troostgebaar, lijkt niet aan te komen. Vanaf hun bedden kijken de andere patiënten en moeders stilletjes en eerbiedig toe. Een verpleegkundige wikkelt de overledene in doeken en als de moeder uiteindelijk opstaat, krijgt ze het bundeltje aangereikt. Jammerend loopt ze dan met de familie in optocht achter zich aan de ziekenhuispoort uit. Velen heb ik zo al zien gaan.

 

Ik kan er niet aan wennen. Elke keer weer lopen de koude rillingen over mijn rug. Het zijn van die momenten dat je het liefst even van de aardbodem verdwijnt. Moeilijke momenten.

Nog moeilijker dan dat vind ik het zien van lijden. Lijden wat je niet kunt verlichten, waar je machteloos bij staat toe te kijken. Als arts en als mens is dat denk ik een van de zwaarste dingen die er is. Gelukkig is het me tot nu toe nog bijna altijd gelukt op dat soort momenten de noodzakelijke professionele afstand te bewaren. Tot afgelopen week…

 

Ik zag een 9-jarig meisje op onze ondervoedingsafdeling met een gewicht van slechts 13 kg (in vergelijking: een gezonde Hollandse baby van een jaar is gemiddeld al 10kg). Het meisje was letterlijk vel over been. Haar moeder vertelde dat ze sinds een jaar diarree en dagelijks koorts had. Sinds een maand had ze daarbij ook enorme buikkrampen. We namen testen af en het meisje bleek HIV positief te zijn en tuberculose te hebben. Evenals haar zwangere moeder. De behandeling werd direct gestart.

 

Een paar dagen later liep ik over de afdeling en zag het meisje voorovergebogen op bed zitten, steunend op knieën en ellebogen. Ze gilde het uit van de pijn in haar buik en keek me met haar enorme grote diepliggende ogen wanhopig aan. Van de verpleegkundige begreep ik dat ze al de hele nacht had liggen huilen van de pijn. Toen ik op haar bed kwam zitten klom ze ineens op mijn schoot, klemde haar knokige benen en armen stevig om mijn lichaam, legde haar hoofd tegen mijn borst, sloot haar ogen en toen was ze stil… Ik schrok, wist niet meteen wat te doen, maar ben maar een half uurtje zo met haar blijven zitten. Ik probeerde mijn hoofd koel te houden. Terwijl ik het meisje zachtjes heen en weer wiegde, besprak ik met de verpleegkundige op een zo normaal mogelijke toon de overige patiënten. En toen moest ik weer verder. Ik maakte haar van me los en legde haar terug op bed, terwijl ze me met een immens trieste verwijtende blik nastaarde.

 

Eenmaal thuis brak ik. Voor het eerst in de twee maanden dat ik hier ben, werd het me ineens allemaal teveel. Het plotselinge intieme lichamelijk contact, die doffe diepliggende ogen, de wanhoop en pijn die ik maar niet kan verlichten, de miserabele toekomst die dit meisje nog te wachten staat, haar zwijgen… Zoiets gaat je niet in de koude kleren zitten.

Maar ja, het leven draait door en je pakt jezelf weer bij elkaar. Je kan niet te lang bij één patiënt stilstaan want er zijn nog zoveel anderen… Gelukkig bloeit het merendeel binnen no-time op met de juiste therapie. Dat is prachtig en geeft dan weer een enorme boost. Voor moeilijke casuïstiek als het meisje uit bovenstaand verhaal prijs ik me gelukkig met internet. Via de mail kan ik mijn overdenkingen bespreken met HIV-deskundigen en de kinderarts op het hoofdkantoor in Nederland. Op het moment van schrijven is het patiëntje helaas nog niet erg opgeknapt, maar ik heb goede hoop dat we haar, met hulp van alle adviezen die ik inmiddels ontvangen heb, een heel stuk verder kunnen helpen de komende periode.

 

Ondertussen blijft de zon uitbundig schijnen. En op straat blijven de kinderen om me heen dartelen alsof ze niks beters te doen hebben. Mensen roepen me van een afstand allerlei vriendelijks en vrolijks toe en uit de schamele huisjes komt de geur van gebakken vis me tegemoet. Het is onmogelijk om in deze paradijselijke omgeving te lang triest te blijven. Gelukkig maar…

Sluit zoeken

Zoekveld