In de cholerakliniek

De bevolking van Zuid-Sudan heeft niet alleen te kampen met een oorlog, nu bedreigt cholera ook hun levens. Patiënten Kiden (31), Alice (17), Unice (58) en hoofdverpleegkundige Mududuzi vertellen.

In de regio rondom hoofdstad Juba zijn er 1.545 zieken en 37 doden gerapporteerd. Onze teams werken in 3 choleraklinieken en hebben inmiddels 283 mensen voor cholera behandeld. Ook delen zij ORS (suiker-en-zoutoplossingen) uit zodat mensen de ernstige uitdroging die met cholera gepaard gaat, tegen kunnen gaan. Zonder behandeling overlijdt tussen de 20 en 50% van de patiënten, met de juiste behandeling is dit minder dan 2%. 

 

Kiden Margaret (31), moeder van de 2-jarige John Mukaya. © Nick Owen/MSF

 

Haasten

‘Cholera treft zoveel mensen en doodt vooral kinderen. Toen mijn kind begon over te geven en diarree kreeg, dacht ik meteen aan cholera. Met mijn man haastten we ons naar dichtstbijzijnde cholerakliniek in Guedele, van Artsen zonder Grenzen. Ze stuurden ons bij aankomst meteen door naar de observatieafdeling. Mijn zoontje was erg verzwakt, hij krijgt nu een infuus met ORS. Ik hoop dat hij beter wordt. Het is de eerste keer dat hij cholera heeft, en mijn andere 3 kinderen hebben geen problemen. We eten en drinken normaal, ik snap niet hoe hij het heeft gekregen. Ik raad ouders aan op hun kinderen te letten: zorg ervoor dat ze niets kouds eten of drinken, en hou alles schoon om vliegen te vermijden.’ Kiden Margaret en haar man Caesar brachten het zoontje vroeg in de ochtend naar de kliniek van Artsen zonder Grenzen in Guedele, in de Juba-regio.

 

Alice John (17) is zonder haar ouders in de cholerakliniek van Artsen zonder Grenzen. Het medisch team en schoonmakers hebben zich over haar ontfermd. © Nick Owen/MSF

 

Angst voor de dood

‘Toen ik moest overgeven en de diarree begon, groeide de angst in mij dat ik dood zou gaan omdat ik geen geld heb voor behandeling. Gelukkig geeft Artsen zonder Grenzen de behandeling, zonder er geld voor te vragen. Sinds ik hier ben is het overgeven al minder geworden en is de diarree weg. Ik ben blij dat ik aan de beterende hand ben. Wat ik kwijt wil aan andere mensen? Let goed op je hygiëne!’ Alice woont in Kafu, een uur lopen van de cholerakliniek. 

 

Unice Keji (58) en haar 3 kleinkinderen Simon Jeden, Rizik Jeden en Alfred Idi. Alledrie lijden waarschijnlijk aan cholera. © Nick Owen/MSF

 

Ziek bij oma

Simon, Rizik en Alfred wonen in Khartoum, de hoofdstad van buurland Sudan, en zouden 6 dagen met hun grootmoeder in Juba doorbrengen. Onderweg ging het nog goed met hen, maar 2 dagen na aankomst kregen ze last van diarree, overgeven en zwakte. Unice: ‘Ik dacht eerst dat het door het verschil in het weer kwam, maar toen ik aan mijn buurvrouw vertelde wees zij mij erop dat het cholera kon zijn en zei mij hen met spoed naar de Artsen zonder Grenzen kliniek te brengen. De twee oudsten zijn inmiddels al opgeknapt, maar de jongste is nog steeds erg zwak en ik hoop dat de verpleegkundigen hem kunnen genezen. Ik geef de kinderen geen slecht voedsel en we drinken water uit de boorput dat niet vies is. Ik denk dat het komt door het gebrek aan behoorlijke toiletten en het afval waarin zij spelen. Ook wassen ze hun handen niet nadat ze naar de wc zijn geweest.’

Het lijkt terug te lopen, maar het blijft onvoorspelbaar 

ORS en hygiëne

De Zimbabwaanse Mududuzi Chandawila is hoofdverpleegkundige van het Artsen zonder Grenzen cholerabehandelcentrum in Guedele 2. ‘Als hoofdverpleegkundige begeleid ik het werk van de lokale staf en hou ik de voortgang van de patiënten in de gaten. Ik let erop dat zij op de juiste tijden ORS en infusen krijgen. Ook zorg ik ervoor dat zowel patiënten als de familieleden die bij hen blijven, krijgen wat zij nodig hebben en dat iedereen zich aan de hygiëneregels houdt. Dat betekent bijvoorbeeld dat er geen voedsel van buiten de kliniek in mag komen. Alle patiënten en hun familieleden krijgen van ons twee keer per dag te eten. Aan het begin van de uitbraak kwamen er per dag 3 tot 5 meer patiënten binnen dan de dag ervoor, maar nu we in de derde week zitten is dat niet meer het geval. Het lijkt terug te lopen, maar het blijft onvoorspelbaar.’

 

In de komende dagen zullen onze teams nog extra choleraklinieken en ORS-distributiepunten openen.

 

Juni 2014