Wennen

afbeelding van Josine Blanksma

Josine Blanksma

tropenarts

Ruim een week ben ik inmiddels op mijn nieuwe stek. En weer constateer ik wat ik al zo vaak heb geconstateerd: hoe ongelooflijk snel een mens went aan nieuwe, soms de meest extreme, situaties. Woonde ik 2 weken geleden nog op 2-hoog in een Amsterdamse volkswijk, nu voel ik me alweer thuis in mijn eigen ‘tukul’ (een hut van zo’n 20m2 met rieten dak); was een warme douche eerder nog heel normaal, nu ben ik alweer volledig gewend aan mijn dagelijkse verfrissende “bucket shower” en vind ik het de normaalste zaak van de wereld om de wc door te spoelen met een half emmertje water.

 

Ook het werk in het ziekenhuis hier is onvergelijkbaar ten opzichte van mijn werkzaamheden in Nederland. Een maand geleden liep ik nog rond op de supersonische Spoedeisende Hulp van het VU medisch centrum, nu struin ik op sandalen over het zanderige terrein van het ‘Hopital’ hier, met in totaal zo’n 180 bedden. Op het ziekenhuisterrein staan her en der betonnen barakken waarin de verschillende afdelingen gesitueerd zijn. Daar liggen rijen van tientallen patienten, waarvan sommigen zelfs een bed moeten delen. Boven elk bed hangt een klamboe. Tussen de barakken in staan emmers water met een kraantje en een zeepje om je handen te wassen. Op de ondervoedingsafdeling krijg ik een deja-vu aan mijn eerste missie in Zuid-Soedan: dezelfde graatmagere kuchende kinderlijfjes, of juist opgezwollen van het vocht, omdat hun metabolisme volledig in de war is. Op de volwassenafdeling liggen veel mensen in het laatste stadium van AIDS of tuberculose. Vaak kloppen ze pas in een te laat stadium bij het ziekenhuis aan, soms zijn ze de therapie vroegtijdig zelf gestopt of is deze resistent geworden. De kinderafdelingen (5 in totaal) liggen vol met koortsige kinderen waarvan we met ons beperkte laboratoriummogelijkheden maar tot op bepaalde hoogte tot een zekere diagnose kunnen komen. Breed spectrum antibiotica, om toch maar voor de zekerheid alle mogelijke pathogenen te dekken, zijn daarom begrijpelijkerwijs erg favoriet.

 

Als ik ‘s avonds thuiskom, heb ik een zwaar gevoel in mijn hoofd. Mijn gedachten gaan uit naar de patienten die ik die dag gezien heb: heb ik wel de goede behandeling voorgeschreven? zal ik morgen nog die ene laboratoriumtest aanvragen? Het lijden en de uitzichtloosheid van sommige patienten doet me machteloos voelen. Met mijn collega-expats bediscussieer ik later in een vergadering hoe we systemen kunnen verbeteren in het ziekenhuis, de boel efficienter kunnen maken. Behalve het directe hands-on werk, wordt er van mij als expat-arts ook verwacht een ‘helicopter view’ te ontwikkelen over het project en mee te denken over de grotere lijnen.

 

Doodmoe kruip ik al vroeg in de avond onder mijn klamboe. Ik ben hier nog maar anderhalve week, maar het voelt aan als minstens een maand. Tijd om te wennen heb je hier nauwelijks. Het is direct aan de bak! Binnen mum van tijd zit je er middenin en weet je niet meer anders. Nog acht-en-een-halve maand te gaan…

Sluit zoeken

Zoekveld