© MSF

Arts Anna

Anna droomde er altijd al van als arts in Afrika te werken. Ze koos voor Artsen zonder Grenzen vanwege het werken in teamverband waardoor ze niet alleen in een ziekenhuis zou terechtkomen.

Waarom Artsen zonder Grenzen?

De droom om als arts in Afrika te werken heb ik altijd gehad. Ik heb voor Artsen zonder Grenzen gekozen omdat de organisatie altijd in teamverband werkt en ik dus niet zelfstandig als tropenarts alleen in een ziekenhuis terechtkom. Een goede vriendin van mij, ook tropenarts, werkte al voor de organisatie en zij heeft mij nog enthousiaster gemaakt.

 

Hoe reageerde je omgeving?

Iedereen wist dat ik de tropenopleiding deed met als doel om weg te gaan. Mijn ouders vonden het fijn dat ik met zo’n bekende organisatie in teamverband ging, zodat ze ook wisten wie er voor mijn welzijn verantwoordelijk is. Het feit daarentegen dat Artsen zonder Grenzen veel in conflictgebieden werkt, was minder leuk nieuws. Vooral Afghanistan was, ook voor mij, het moeilijkste land om naartoe te vertrekken. Maar eenmaal in het land voelde ik me veilig.

 

Tropenarts Anna Ooms aan het werk in Zuid-Sudan. © MSF

 

 

Waar heb je hiervoor gewerkt?

1 jaar in het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht op de spoedeisende eerstehulpafdeling, daarna heb ik 2 jaar daar de tropenopleiding gedaan. Voor mijn afstudeeronderzoek ben ik 4 maanden in Papoea-Nieuw-Guinea geweest, maar toen was ik nog niet officieel dokter. Sinds 2013 werk ik voor Artsen zonder Grenzen. Ik ben begonnen in Zuid-Sudan, daarna Afghanistan en sinds eind juli werk ik in Ramtha, Jordanië.

 

Wat houdt je werk in?

Wij vangen hier in het ziekenhuis in Ramtha, Jordanië, oorlogsslachtoffers uit Syrië op. Ze komen hier op de spoedeisende afdeling binnen met de vreselijkste verwondingen: ledematen die zij hebben verloren door bijvoorbeeld een bom, grote open wonden, gecompliceerde botbreuken en brandwonden. Samen met de acht zaalartsen en twee fysiotherapeuten aan wie ik leiding geef, zorg ik dat deze patiënten goed worden opgevangen in de spoedeisende hulpafdeling, de benodigde operaties krijgen en op de afdeling herstellen. Wij hebben doorgaans zo’n 40-45 patiënten opgenomen liggen. Daarna gaan zij of terug naar Syrië, of naar het Al-Zaatari vluchtelingenkamp hier in Jordanië waar wij een postoperatieve kliniek runnen.

 

Cruciale eigenschappen in jouw functie?

Je moet snel kunnen handelen, goed in teamverband kunnen werken en ook communicatief zijn. De helft van mijn tijd ben ik echt bezig als dokter op de afdelingen. De andere helft bestaat uit het opstellen van medische rapporten voor andere instellingen en uit vergaderingen binnen ons project over de patiënten, met name de kinderen, over waar ze naartoe kunnen nadat hun medische behandeling is afgerond. Het humanitaire aspect van ons werk in feite.

 

Voor zo’n kindje doe je alles”

Wat grijpt je in het bijzonder aan?

Wij leven hier op een paar kilometer van de grens met Syrië in vrijheid en zonder angst. Maar we horen de bommen afgaan en weten dat er onschuldige mensen sterven. Als je de patiënten ziet, motiveert je dat enorm om voor hun leven te vechten. Gisteren kregen we bijvoorbeeld een 6-jarig jongetje binnen. In Syrië was bij hem al een beademingsbuis aangebracht, en ook een buis om vocht uit zijn longen af te voeren. Zijn hart stopte en we moesten hem reanimeren. Onze chirurg heeft hem geopereerd en het gat in zijn hart, veroorzaakt door rondvliegend materiaal na een explosie, gehecht. Hij ligt nu op de intensivecare-unit en we hopen dat hij het zal redden. Voor zo’n kindje doe je alles.

 

Welke patiënt zul je nooit vergeten?

Een jongetje van vijf, zijn rechterhand en beide benen zijn geamputeerd. Hij is hier met zijn broer, maar zonder ouders. Hij rijdt hier rond in zijn rolstoel en wil altijd opgetild en geknuffeld worden. Het is mooi om te zien hoe zo’n klein jongetje accepteert dat hij gehandicapt is, en toch probeert rond te springen en te doen wat hij vroeger deed.

 

Wat is het grootste verschil met andere landen waar je hebt gewerkt?

In Zuid-Sudan leefden we in een hutje, hier wonen we samen in een (mooi) huis, met elk een eigen kamer, 1 grote keuken en gedeelde woonruimte. Vergeleken met Afghanistan hebben we hier meer bewegingsvrijheid. Op vrijdag, onze enige vrije dag in de week, zijn we toerist en proberen we zoveel mogelijk van Jordanië te zien.

 

Waar ben je het meest trots op?

Op het verschil dat ik heb kunnen maken voor individuele patiënten. Met name in Zuid-Sudan, waar er geen lokale artsen zijn, red je veel levens als arts. In elk project doe je zulk goed werk als organisatie. Ik ben trots dat ik hieraan kan bijdragen.

 

Wat is het eerste wat je doet als je thuiskomt?

Alles eten wat ik heb gemist. Wandelen in de bossen en de vrijheid voelen. Met name na Afghanistan waar we zo opgesloten zaten en het land een en al woestijn is, was het heerlijk om weer door de bossen in de Nederlandse zomer te wandelen.

 

September 2014

 

De oorlog in Syrië, door de ogen van hulpverleners en hun patiënten. Bekijk korte documentaires en fotoreportages.

Sluit zoeken

Zoekveld