Heleen Hanje aan het werk tijdens een grootschalige vaccinatie-actie in Zuid-Sudan. ©  Jean-Pierre Amigo/MSF

Verpleegkundige Heleen

In 2011 vertrok Heleen voor het eerst voor ons, naar Congo. Nu werkt de 27-jarige verpleegkundige als medisch teamleider voor ons noodhulpteam. Je moet kunnen doorzetten en relativeren, aldus Heleen.

Waarom ben je voor Artsen zonder Grenzen gaan werken?

Ik ben verpleegkundige geworden om medische zorg te geven. Na een paar jaar in een ziekenhuis waar alles medisch mogelijk is, begon ik te denken waarom ik niet voor de mensen werk die medische zorg het meest nodig hebben en dit ook waarderen. Voor mij is Artsen zonder Grenzen de beste organisatie. Elke dag biedt het werk een nieuwe uitdaging, het verveelt nooit. Je hebt ook heel veel mogelijkheden en als je wil, kun je steeds meer verantwoordelijkheden krijgen. De organisatie stimuleert en motiveert je hierin.

 

Hoe reageerde je omgeving?

Vooral bezorgd. Maar nu zien ze hoe gelukkig het werk me maakt, hoe belangrijk het voor me is en hoe goed de organisatie voor mij, en mijn veiligheid, zorgt. Ik denk dat ze het nu meer accepteren.

 

Wat was er anders dan je verwacht had?

In het begin was ik verbaasd over hoe bekend we zijn in de meeste plekken waar we werken en hoe goed onze lokale medewerkers zijn. Ook heb ik meer invloed op het project dan ik had gedacht: iedereen is gelijk en er wordt naar je mening geluisterd.

 

Heleen Hanje met Nora Echaibi en René Mous, beide collega's van het noodhulpteam. Hier in het kantoor in Bentiu, Zuid-Sudan. © Heleen Hanje/MSF

 

Wat heb je allemaal gedaan?

Mijn eerste project was in 2011, in Congo waar ik als verpleegkundige de supervisie had over drie mazelenvaccinatieteams, al was het in de praktijk meer zo dat de Congolese medewerkers mij aanstuurden. Ik heb veel van hen geleerd. Daarna werkte ik in een Somalisch vluchtelingenkamp in Ethiopië waar mensen naartoe stroomden. Daar werd ik uiteindelijk medisch teamleider en sindsdien heb ik dat altijd gedaan. Ik heb nog een half jaar in Nederland in een ziekenhuis gewerkt. Maar ik miste mijn werk voor Artsen zonder Grenzen, dus besloot ik weer te gaan.

 

Ik ging terug naar Ethiopië, nu naar de Somali-regio om in een ziekenhuis te werken, daarna naar Tsjaad in een noodhulpunit dat ter plaatse blijft en zo snel in actie kan komen, zoals om hulp te verlenen aan vluchtelingen uit Darfur en de Centraal-Afrikaanse Republiek. Vanaf vorig jaar ben ik bij het noodhulpteam gekomen: een team van ervaren hulpverleners die van de ene acute noodsituatie naar de andere reizen om hulpacties op te zetten en bestaande teams te ondersteunen. 

 

 

Heleen Hanje met collega David in een vluchtelingenkamp in Bentiu, Zuid-Sudan. Omdat er meerdere Davids in het team waren, heeft hij zijn volledige naam op zijn T-shirt gezet. © Heleen Hanje/MSF

 

Als lid van het noodhulpteam heb ik in een vluchtelingenkamp in Zuid-Sudan gewerkt en nu in Myanmar, in de deelstaat Rakhine waar wij ons werk in februari 2014 van de Myanmarese regering moesten staken. Na lang onderhandelen konden we in december weer beginnen en ik help met het heropstarten van de klinieken. We zijn hier in Rakhine maar met twee internationale en rond de 200 Myanmarese medewerkers. We runnen 2 hiv/aids-klinieken, 3 gezondheidsposten en 6 mobiele klinieken. Ik regel de medische kant. En hierna ga ik naar Irak.

 

Welke cruciale vaardigheden moet je hebben in jouw job?

Flexibiliteit en doorzettingsvermogen. Als je voor het noodhulpteam werkt weet je nooit waar je heen gaat of wanneer je ernaartoe gaat. Ook als je eenmaal ter plaatse bent kan het project van de ene op de andere dag veranderen omdat er andere medische noden zijn. Je moet doorzetten en relativeren: nadenken waarom je daar bent en het grotere verband kunnen zien. Het is soms moeilijk om in een tent met acht anderen te leven en elke dag rijst met bonen te eten. Dan is het goed om alles in perspectief te zetten.

 

Heleen Hanje samen met het Somalische jongetje dat zij nooit meer zal vergeten. Zijn beide ouders waren overleden en hij woonde zonder familie in het ziekenhuis. © MSF

 

Welke patiënt zul je nooit vergeten?

In elk project is er wel een patiënt waar ik een bijzondere band mee opbouw, maar als ik er één moet noemen is dat het Somalische jongetje dat door ondervoeding ernstige diabetes had ontwikkeld. Hij moest drie keer per dag insuline bij ons halen. Vaak bleef hij rondhangen en hielp hij andere kinderen over hun angst voor een spuit heen. Wat mij erg heeft aangegrepen waren de vele verdronken kinderen in het ondergelopen kamp in Bentiu, Zuid-Sudan.

 

Hoe hou je jezelf gemotiveerd?

Door elke dag naar een kliniek toe te gaan om te zien waar we het allemaal voor doen.

 

Februari 2015

Sluit zoeken

Zoekveld