© Alessandro Penso

‘Ik leef nog’

Tussen januari en mei 2015 staken ruim 35.000 vluchtelingen de Middellandse Zee over naar Italië. Achter deze statistiek zitten verhalen van wanhopige, bange en moedige mensen. Mensen zoals Anna.

De eerste keer dat de 21-jarige Anna uit Eritrea probeerde te vluchten was ze nog maar een kind. Ze werd gevangen en gearresteerd, en werd naar een gevangenis gebracht waar ze vastgebonden en geslagen werd. Nadat ze werd vrijgelaten, begon ze een plan te bedenken om uit Eritrea te geraken. ‘Maar ontsnappen is er een kwalijke zaak,’ zegt ze. ‘Diegenen die het proberen riskeren executie.’

 

Gevaarlijke reis

Anna was slechts zestien jaar toen het haar lukte om de grens naar buurland Ethiopië over te steken. Ze hoopte dat ze toestemming zou krijgen om naar Israël door te reizen, waar haar moeder verbleef. Ze wachtte vijf jaar lang, maar alle verzoeken daartoe werden geweigerd. Uiteindelijk besloot ze Ethiopië te verlaten, en te beginnen aan een lange, gevaarlijke reis naar Europa.

 

Alles afgenomen

Het moeilijkste deel van haar reis, zegt Anna, was in Sudan. Na dertien uur non-stop lopen, mocht ze meerijden op een pick-up-truck, samengepakt met 25 andere mensen – zo erg dat haar voeten en benen na een tijdje als verlamd voelden. Ergens in een woestijn werd de truck tot stoppen gebracht door smokkelaars. Zij dwongen de vluchtelingen hun kleren uit te trekken, waarna hun bezittingen van hen werden afgenomen. De smokkelaars pakten bijna alles, zelfs de schoenen van sommige mensen. Die mensen moesten hun reis blootvoets voortzetten. Alleen hun kleren mochten ze houden.

 

Anna (rechts) verblijft nu in een opvangcentrum voor vluchtelingen in de Siciliaanse kustplaats Pozzallo. ‘Ooit wil ik terug naar Eritrea, om aan vrede in mijn land te werken. © Alessandro Penso

 

Waterige ogen

Anne houdt haar Bijbel stevig vast als ze praat. Ze huilt niet, maar haar ogen zijn waterig van de tranen die niet stromen. ‘Ik was bang,’ zegt ze. ‘Ik wist niet of ik het zou overleven. Ik bad veel, ik vertrouwde in God.’

 

Motor in brand

In de Sudanese hoofdstad Khartoum kwam Anna mensen tegen die ze kende en samen reisden ze door naar Libië. Aan de kust van de Middellandse Zee stapte ze met 300 andere mensen op een houten boot. Na een paar uur op zee vloog de motor van de boot in brand. En hoewel de brand werd geblust, kon de motor niet gemaakt worden. De boot dobberde negen uur lang op open zee voordat een reddingsschip tot hulp kwam en de vluchtelingen naar de Siciliaanse kustplaats Pozzallo bracht.

 

Studeren

Anne verblijft nu tijdelijk in het opvangcentrum voor vluchtelingen in Pozzallo. ‘Ik leef nog,’ zegt ze. ‘Ik weet niet waar ik heen zal gaan. Misschien naar België, misschien naar Engeland. Ik weet wel wat ik wil doen: ik wil politicologie studeren. En ooit wil ik dan terug naar Eritrea, om aan vrede in mijn land te werken.’

 

Een team van Artsen zonder Grenzen biedt in Pozzallo medische zorg aan vluchtelingen, zowel direct na aankomst aan wal als in het opvangcentrum. In de eerste drie maanden van 2015 gaven onze hulpverleners 1.349 korte medische onderzoeken en gaven zij 566 medische consulten.

 

Lees ook het verhaal van vluchteling Mohamed uit Syrië.

 

Mei 2015

Sluit zoeken

Zoekveld