In een overstroomde straat in Min Pyar township, in de deelstaat Rakhine, dragen mensen hun bezittingen. De Myanmarese president riep op 31 juli 4 regio's uitgeroepen tot rampgebied na de zware regenval. Myanmar, 2 augustus 2015 © EPA

Cycloondagboek uit Myanmar

Woensdag 29 juli: het regent, het regent. Al dagenlang komt de regen met bakken uit de lucht vallen en één van onze medische teams is vandaag teruggekeerd op weg naar de kliniek.

De brug is weggespoeld en ze kunnen niet verder. Tijdens de lunch rijdt er een auto met luidsprekers langs ons huis, er wordt iets in het Birmees gezegd. Onze kok vertaalt: ‘Vanavond, heel groot probleem, heel veel water en storm!’ Even later wordt inderdaad bevestigd dat er een cycloonwaarschuwing is voor dezelfde avond. Er moeten dus voorbereidingen getroffen worden.

 

Maatregelen en pakketten

Ons werk bestaat vooral uit het runnen van mobiele klinieken op verschillende locaties, dus het duurt even voordat we iedereen ingelicht hebben. Al onze lokale staf sturen we eerder naar huis, zodat ze voorbereidingen kunnen treffen om hun huis tegen de storm te beschermen. We stellen een aantal pakketten samen zodat we snel medicijnen uit kunnen delen als het nodig is. We versterken de hekken rond ons huis en sluiten de ramen. Uiteraard zorgen we ervoor dat er voldoende eten en water in huis is.

 

Gaat het beginnen?

In de avond ben ik gespannen: bij elke windvlaag denk ik ‘nu gaat het beginnen’. Toch blijft het rustig in de avond en we maken grapjes over ‘de kleinste cycloon ooit’. We gaan rustig slapen.

 

Donderdag 30 juli

Ik schrik midden in de nacht wakker van een klapperend raam en hoor een immens gebulder buiten. Geen idee dat een storm zoveel herrie maakt! Dit is geen kleine storm meer, dit is een immens grote storm. Ik kan niet meer slapen en ijsbeer wat door het huis, terwijl ik de ramen controleer. Buiten is het pikzwart en er is een herrie alsof er 10 vrachtwagens door het huis denderen.

 

Afgesloten

Als ik ’s ochtends uit mijn slaapkamerraam kijk, zie ik dat de straat naast ons huis is veranderd in een rivier. Ik zie een man tot aan zijn middel in het water lopen. In de huiskamer valt me op dat het zo licht is: de bomen die voor het raam stonden liggen her en der verspreid op de weg, tussen de elektriciteitskabels. Er is geen stroom, geen telefoonnetwerk. We zijn afgesloten van de buitenwereld.

 

© Jeltje Danhof/MSF

 

Naar buiten

Als de wind wat gaat liggen, ga ik samen met twee collega’s naar buiten. Het straatbeeld is volledig veranderd: overal liggen omgewaaide bomen en overal zie ik ingestorte huizen. De weg, waar ons huis aan ligt, gaat na 100 meter over in de zee. Waar voorheen rijstvelden en dorpjes waren, zie ik nu alleen maar water, waarin dode dieren drijven. Tientallen mensen waden door het water met hun bezittingen op hun hoofd, op zoek naar een droge plek om zichzelf in veiligheid te brengen.

 

Ramp

Het besef dringt door: dit is echt een enorme ramp. Een storm in combinatie met een springvloed heeft een groot gebied onder water gezet. Mensen zijn in nood. Onmiddellijk gaan we plannen maken: wat gaan we doen? De rest van de middag lopen we rond op straat om informatie te verzamelen over de omvang van de ramp. Bij gebrek aan telefoon lopen we naar het lokale ziekenhuis en naar de lokale bestuurders om onze hulp aan te bieden. We evacueren de patiënten vanuit het overstroomde ziekenhuis naar de nabijgelegen school en zorgen ervoor dat ze voldoende drinkwater en voedsel hebben.

 

Toewijding

De hele dag komen lokale stafleden langs om te vragen hoe ze kunnen helpen. Hun huizen zijn bijna allemaal beschadigd door de storm en bij de meesten staat het water tot kniehoog in hun huizen, maar ze komen toch naar ons toe om de bevolking te kunnen helpen. De toewijding van deze mensen geeft me een brok in de keel.

 

© Jeltje Danhof/MSF

 

Vrijdag 31 juli

Het water is wat gezakt en de wind is gaan liggen, wat betekent dat de wegen weer enigszins begaanbaar zijn. Omdat we onze auto’s kunnen gebruiken, kunnen we langs bij schuilplaatsen voor mensen die hun huis hebben verloren. Er zijn 5 schuilplaatsen in de stad, waar meer dan 1000 mensen zitten. We stellen twee medische teams samen en gaan erheen met drinkwater en medicatie. Er zijn gelukkig niet heel veel mensen gewond geraakt, schoon drinkwater en onderdak zijn de grootste problemen tot nu toe.

 

160 kinderen

Zelf ga ik naar een weeshuis dat eenzaam middenin een groot meer staat. Alles rondom het gebouw is overstroomd. Ik sta tot aan mijn middel in het water en kijk naar het gebouw. Op de eerste verdieping staren 160 kinderen terug. De kinderen hebben geen schoon drinkwater meer. Ik verzamel wat sterke jongens en ben de rest van de middag bezig met het aanslepen van flessen drinkwater, heen en weer lopend door het water. De kinderen vinden het een prachtig gezicht; ze kunnen al bijna 2 dagen niet naar buiten en vervelen zich te pletter. Dit is dus een welkome afleiding.

 

Slaap

Aan het einde van de dag hebben we een vergadering samen met andere hulporganisaties, zodat we de hulpverlening kunnen afstemmen. Wij zorgen voor de medicijnen, dokters en verpleegkundigen, anderen zorgen voor plastic zeil, zeep en emmers. De hele dag door het water lopen eist zijn tol; tijdens de vergadering vallen mijn ogen bijna dicht van de slaap.

 

Heel even staan we met de armen om elkaar heen

 

Zaterdag 1 augustus

Een drukke dag vandaag: mijn collega’s gaan met medische teams naar de verschillende schuilplaatsen in de stad. Ik sluit me aan met een team van een andere hulporganisatie om de dorpen in het zuiden te bekijken; zij bekijken de ingestorte huizen en ik kijk naar de medische problemen sinds de storm. Zo kunnen we onze hulp combineren. Vandaag is het water dusdanig gezakt dat de meeste wegen weer vrij zijn.

 

Tranen

Naast het behandelen van gewonde slachtoffers is het belangrijk om te zorgen dat de mensen veilig hun huis kunnen opbouwen, kunnen slapen en koken. We gaan dus de dorpen in en registreren welke huizen beschadigd zijn en welke dingen ze nodig hebben voor hun basisbehoeften. Een oude vrouw houdt me staande op straat en wenkt me haar huis binnen. Een boom is op het dak gevallen en de helft van het huis is ingestort. De vloer is nat en modderig door de overstroming. Eenmaal binnen in haar huis begint ze te huilen. Hoewel we niet dezelfde taal spreken en ik haar woorden niet letterlijk kan horen, kan ik heel goed begrijpen wat ze zegt. Ik geef haar een knuffel en heel even staan we met de armen om elkaar heen.

 

Repareren

Gelukkig kom ik niet veel gewonden van de storm tegen. De meeste mensen zijn nog voor de storm naar de bergen gegaan en hebben daar een veilig onderkomen gezocht. Nu proberen ze het leven weer op te pakken en hebben vooral behoefte aan materiaal om hun huizen te repareren, voedsel en veilig drinkwater.

 

De echte helden van de storm!

 

De dagen erna…

Ik ben onder de indruk van de veerkracht van de mensen om ons heen. Overal zie ik mensen die hun huizen repareren, winkels heropenen, het straatbeeld wordt weer ‘normaal’.

 

Hoeveel?

Onze dagen zijn gevuld met het in kaart brengen van de schade van de storm: hoeveel mensen hebben een beschadigd huis? Hoeveel mensen kunnen geen schoon water meer drinken? Ik train onze lokale staf in het herkennen en behandelen van diarree en de meest voorkomende infecties, zodat de mensen die het nodig hebben direct geholpen kunnen worden.

 

De echte helden

De cycloon heeft een diepe indruk op mij gemaakt. We hebben in een paar dagen honderden mensen van medische hulp kunnen voorzien door middel van mobiele medische teams. We hebben alle dorpen bezocht en de schade in kaart gebracht, zodat de mensen materiaal kunnen krijgen om hun huizen weer op te bouwen. Deze hele noodhulpactie hadden we niet kunnen doen zonder de hulp van onze lokale staf. Dit zijn de mensen die meestal zelf zijn getroffen door de storm; veelal zijn hun huizen beschadigd, overstroomd of zelfs ingestort. Toch zijn ze direct naar ons toegekomen, omdat ze de mensen in hun samenleving willen helpen. Deze mensen zijn voor mij de echte helden van de storm!

 

© Jeltje Danhof/MSF

 

Augustus 2015

 

Jeltje werkt als medisch verantwoordelijke in het noorden van de deelstaat Rakhine. Hier biedt Artsen zonder Grenzen medische basiszorg, waaronder gezinsplanning, medische zorg en begeleiding aan vrouwen rondom de bevalling. En we brengen mensen die met spoed specialistische zorg nodig hebben naar een ziekenhuis. We werken in 3 klinieken en 5 dorpen, die vaak heel erg afgelegen liggen en waar mensen anders geen hulp van een dokter kunnen krijgen.

 

Artsen zonder Grenzen werkt sinds 1994 in Rakhine. Oorspronkelijk startten we onze hulp om malaria te behandelen, maar al snel richtten we onze hulp erop om medische zorg te bieden aan mensen die daarvan uitgesloten werden of maar beperkt konden krijgen. Een uitdaging was en is nog steeds tot vandaag de dag de beperkte bewegingsvrijheid van grote groepen in de moslimbevolking en daarnaast een algemeen gebrek aan middelen, infrastructuur en partijen die medische zorg bieden.


afbeelding van Jeltje Danhof Geschreven door: Jeltje Danhof
Jeltje werkt voor Artsen zonder Grenzen omdat ze vindt dat ieder mens het verdient dat er naar hem of haar wordt omgekeken. Inmiddels is zij op haar vierde missie.
Sluit zoeken

Zoekveld