Nakoch Tiek Koal (23) draagt haar anderhalf jaar oude dochter Nyachot Gatluok in haar armen en baby Kawai in een mand bovenop haar hoofd. Ze heeft 2 dagen gelopen om de beschermingszone in Bentiu te bereiken. Zuid-Sudan, november 2015. © Dominic Nahr

Kracht in een oneerlijke wereld

afbeelding van Maartje Hoetjes

Maartje Hoetjes

Verpleegkundige en medisch noodhulpcoördinator

Maartje Hoetjes is medisch noodhulpcoördinator en vertelt over de plaats Leer in Zuid-Sudan, waar ons ziekenhuis vernield werd. Maartje is er om het project opnieuw op te starten.

Door de radio word ik door mijn collega’s opgeroepen om naar de kliniek te komen. Met versnelde pas loop ik van onze basis naar onze geïmproviseerde polikliniek, op hetzelfde terrein waar ooit ons grote ziekenhuis stond. Hier in Leer, werd ons ziekenhuis voor een tweede keer vernield tijdens het oorlogsgeweld van de afgelopen maanden.

 

Negen maanden zwanger

In het kale betonnen kamertje dat we nu gebruiken voor onze medische consulten, vind ik mijn collega’s op hun knieën naast een lange dunne vrouw die op een rieten mat ligt. Ze kreunt. In een hoek zitten familieleden, ze kijken bezorgd. Mijn collega legt me uit dat de vrouw uit een dorp, 15 kilometer van Leer komt. Ze is negen maanden zwanger. Vannacht kreeg ze een harde buik, in de vroege ochtend braken haar vliezen. 

 

Haar blik laat zien dat ze dit al weet

 

Drie uur lopen

Maar het kindje werd niet geboren. Alleen een deel van de navelstreng kwam naar buiten. Ze bleven wachten, maar de weeën stopten. Ze had hulp nodig. Drie uur lang, met haar navelstreng tussen haar benen, liep ze naar Leer, in de hoop Artsen zonder Grenzen te vinden.

 

Vol verdriet

We vragen de mannen buiten te wachten en onderzoeken de vrouw. We luisteren, maar kunnen het hartje van de baby niet horen kloppen. Het ingedaalde hoofdje van het kindje heeft de navelstreng afgeklemd, en daarmee heeft de baby het leven verloren. We vertellen de moeder dat het kindje niet meer leeft. Haar blik laat zien dat ze dit al weet. Ze heeft al uren het kindje niet meer voelen bewegen. Met een donkere blik vol verdriet staart zij in de verte en zwijgt.

 

Levensgevaarlijk

We starten antibiotica om infecties te voorkomen en vragen de familie dicht bij ons te blijven, omdat de nodige bevalling van het overleden kindje mogelijk gevaarlijk is voor de moeder vanwege de verzakte navelstreng. We hebben nog geen nieuwe zaal kunnen opstarten om patiënten te kunnen verplegen, maar we vinden een huisje naast onze basis.

 

Door het verdriet heen

 

Snijdende stilte

Tegen de avond komen de weeën weer terug, en tegen tienen klopt de vader op onze poort, om te laten weten dat ze zover is. De moeder heeft inderdaad volledige ontsluiting, en ik assisteer onze arts bij zaklamplicht. Het kindje komt ter wereld: een gaaf, prachtig, maar levenloos zoontje. De stilte in de afwezigheid van een huilend kindje is snijdend.

 

Dankbaarheid

Ik droog het jongetje af, wikkel hem liefdevol in doeken en leg hem naast zijn moeder. Met haar donkere ogen bekijkt ze haar zoon. Haar blik is vol verdriet, maar er is ook een kalmte over haar gekomen. De placenta wordt gelukkig snel geboren en met de moeder gaat het fysiek goed. Voordat we die nacht vertrekken neem ik de tijd om nog even naast de ouders te zitten, mijn medeleven te betuigen, en de moeder te vertellen hoe sterk ze is geweest. De vader, bijgevallen door de moeder, toont door het verdriet heen een enorme dankbaarheid voor onze hulp, waar ik moeilijk mee weet om te gaan. Ik verbaas me weer eens, ik vraag me af waar mensen in een zo oneerlijke wereld de kracht vandaan halen om dankbaar te zijn.

 

Nog een zwangere vrouw

Drie dagen later. Mijn collega belt me van een nabij gelegen polikliniek. Er is een zeven maanden zwangere vrouw aangekomen. Ze heeft harde buiken en bloed. Ze heeft een placenta previa, oftewel een moederkoek die voor de uitgang ligt. We weten dat als de weeën doorzetten en ze bevallen gaat, ze dood zal bloeden als er geen chirurgie mogelijk is. Ik bijt mijn kiezen op elkaar. Nee.

 

Ze straalde

 

Per terreinwagen

Ik bel mijn collega’s in Juba, de hoofdstad, en in andere hulpprojecten om te zien wat de opties zijn. Het is weekend, het vliegveld in Juba is gesloten dus we kunnen haar niet ergens anders heen vliegen. De enige manier is om haar per onze terreinwagen/ambulance naar ons project in Bentiu te brengen, 5 tot 6 uur rijden over zandwegen. We besluiten onze schouders eronder te zetten, en het voor de volgende dag te plannen.

 

Zondagochtend op weg

Mijn collega vertrekt die vroege zondagochtend met de jonge zwangere vrouw en haar moeder richting Bentiu, terwijl een andere terreinwagen/ambulance van ons vanuit die kant met een andere verpleegkundige hun tegemoet zal rijden. Ik ben gespannen en hoop intens dat de jonge moeder onderweg geen weeën krijgt.

 

Stralende moeder

In het begin van de middag komt mijn collega weer terug, en met een grote glimlach vertelt hij dat het hartstikke goed is gegaan. ‘Het mooiste moment,’ zegt hij, ‘was toen onze collega uit Bentiu, nadat de vrouw in hun auto was overgestapt, een foetale doppler tevoorschijn haalde. Ze hield hem op de buik van de jonge moeder, en meteen hoorden we allemaal het sterke hartje van haar kindje kloppen. Je had het gezicht van de moeder moeten zien; ze lachte zo breed, ze straalde!!’

 

Opgelucht, blij?

Ik glimlach breed, maar moet dan even weglopen, omdat ik spontaan de tranen in mijn ogen voel springen. Ik weet niet zo goed waar ze vandaan komen, en waarom: uit opluchting, uit blijheid, uit dankbaarheid?

 

In het grote geheel van al het leed in Zuid-Sudan, van alle moeders die hulp nodig hebben, is deze overwinning heel klein. Maar het is wel precies waar het om gaat. Om te blijven vechten voor elk leven, om te blijven vechten voor de overtuiging dat elk leven telt. 

 

Maartje Hoetjes in bespreking met een collega op het voormalige ziekenhuisterrein van Artsen zonder Grenzen in Leer, Zuid-Sudan.

 

Februari 2016

Sluit zoeken

Zoekveld