Pasgeboren baby die met een spoedkeizersnede ter wereld is gekomen in het Artsen zonder Grenzen ziekenhuis in Bentiu. September 2015. Zuid-Sudan. © Brendan Bannon

Mens erger je niet

afbeelding van Evita Looijen

Evita Looijen

verpleegkundige en medisch teamleider

‘Het is vrijdagochtend 7 uur. Op het moment dat ik shampoo in mijn haar doe, stopt de watertoevoer,’ Evita is aangekomen in Zuid-Sudan en is volop aan de slag in een vluchtelingenkamp.

Elke andere ochtend zou me dat vreselijk chagrijnig maken, maar vandaag haal ik m’n schouders op, veeg de shampoo uit m’n haar en ga op zoek naar een bak sterke koffie.

Ik heb slecht geslapen. Eén van mijn Artsen zonder Grenzen vriendinnen werkt in Malakal en daar waren gevechten gaande. Ik maakte me zorgen om haar, totdat ik vroeg in de ochtend een berichtje van haar kreeg: “Ik ben ok, no worries.”

 

Facebook checken

Voordat ik naar het ziekenhuis loop check ik nog even snel m’n Facebook of er nieuwe updates zijn van onze projecten. Het is een vaste gewoonte geworden, maar de laatste tijd vraag ik me af waarom eigenlijk. De updates van onze ziekenhuizen die worden aangevallen zijn niet bepaald een goed begin van de dag. Het irriteert me mateloos. Niet alleen omdat mijn collega’s hun werk niet veilig kunnen doen. Maar veel meer nog omdat degenen die hulp nodig hebben, die hulp niet meer kunnen krijgen.

 

Gezondheidswerkers aan de slag in het vluchtelingenkamp in de beschermingszone van het VN-terrein in Bentiu, Zuid-Sudan. © Jacob Kuehn/MSF

 

Outreach team

Deze ochtend volg ik het outreach team naar het kamp. Dit team van gezondheidswerkers gaat dagelijks van ‘huis’ naar ‘huis’. Ze checken de kinderen voor ondervoeding, als ze iemand vinden die te ziek is om naar het ziekenhuis te komen organiseren ze transport, ze onderwijzen de moeders in hygiëne en ze houden hun ogen en oren open voor een mogelijke uitbraak van verschillende aandoeningen (mazelen, diarree, malaria bijvoorbeeld).

 

Alle bedden bezet

Met de gebeurtenissen in Malakal in m’n hoofd, loop ik door het kamp en vraag me af wat er met al deze mensen zou gebeuren als we hier niet zouden zijn. Een aantal maanden geleden was er een grote malaria-uitbraak en was ons ziekenhuis elke dag overvol. Momenteel zijn alle bedden in ons voedingscentrum bezet en moeten we creatief zijn met de ruimte om er meer bedden in te zetten.

 

Het perfecte spel

Op dagen als deze, wanneer de ellende me overvalt en irriteert is er maar één ding dat me weer kan opvrolijken: ik ga naar de ruimte in ons ziekenhuis waar we gezondheidsvoorlichting geven. In de middag is er muziek en spelletjes voor de kinderen. Ik hoop dat Tommy (6 jaar) er ook is. Hij was zo ziek toen hij hier binnenkwam. Maar langzaam maar zeker knapt hij op en kan hij uit bed komen. En jahoor, zodra ik het ziekenhuis in kom lopen hoor ik hem roepen: ‘Eva, Eva, come play’ (mijn naam is te moeilijk voor hem, dus hij noemt me Eva). Hij laat vol trots zien welk spel hij heeft kunnen bemachtigen: ‘Mens erger je niet’… Ik schiet in de lach, het perfecte spel voor een dag als vandaag. Een half uur later (uiteraard heeft Tommy gewonnen), loop ik met een glimlach naar kantoor.

 

Tommy’s glimlach

Ik ben zo blij dat ik hier ben. We hebben een groot en goed outreach team dat veel werk verzet in het kamp. We hebben een ziekenhuis waar we levensreddende zorg verlenen. En ook al zal het nooit perfect zijn, Tommy hebben we kunnen helpen. Zijn glimlach is voor mij genoeg reden om hier te zijn.

 

Februari 2016

 

 


afbeelding van Evita Looijen Geschreven door: Evita Looijen
Evita werkte jarenlang als intensivecareverpleegkundige in Utrecht, maar het was altijd een droom van haar om voor Artsen zonder Grenzen te werken. Inmiddels heeft zij al meerdere missies gedaan.
Sluit zoeken

Zoekveld