De restanten van een school na een luchtaanval op 24 juli 2015 in Taiz, Jemen. © MSF

Risico’s versus noodzaak

Eind januari reisde ik af naar Jemen: ik wilde zelf de risico’s en het belang van ons werk zien in dit land dat nu al een jaar in een staat van oorlog verkeert.

Het regime dat eerder werd afgezet probeert zich weer terug te vechten en bevecht de oppositie, met ondersteuning van een militaire coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië. Het is een intensieve oorlog waarbij zware wapens worden ingezet en – zoals ook in Syrië en andere conflicten - vooral burgers het slachtoffer zijn.

 

Naar een belegerde stad

Mijn bestemming was Taiz, een stad die in tweeën is verdeeld door een belegering door de gewapende oppositie. Al vijf maanden zijn de inwoners van het belegerde deel geblokkeerd van humanitaire hulp en essentiële voorraden. Een uur of zeven reed ik in een auto langs tientallen checkpoints om het zuiden van het land te bereiken. Onze teams ondernemen deze reis overigens regelmatig. Een reis die wel mogelijk, maar niet helemaal zonder gevaar is. 

 

Arjan Hehenkamp, directeur Artsen zonder Grenzen, in de bergen rond Taiz, Jemen. 26 januari 2016.

 

Sarajevo

Taiz wordt omgeven door bergen waar vanuit de stad ’s nachts wordt gebombardeerd, beschoten door tanks en het doelwit vormt van Katyusha raketten. Met ezels door de bergen wordt er voedsel binnengesmokkeld, maar er is een tekort aan van alles, in het bijzonder aan brandstof. Het gevolg: elektriciteit en waterzuiveringsinstallaties werken niet meer en de economie ligt stil. En er is een enorm tekort aan medicijnen. Het deed me denken aan Sarajevo, waar ik in de jaren negentig voor het noodhulpteam van Artsen zonder Grenzen werkte. De beschietingen die continu plaatsvinden, de sluipschutters, de burgers die hun leven niet zeker zijn en de straat niet op durven, en de ziekenhuizen die geen medicijnen meer hebben. Mensen zoeken geen medische hulp, want ze denken: ‘Onderweg word ik beschoten en in het ziekenhuis zijn er geen medicijnen.’

 

Frontlinie

Wij bieden hulp aan beide kanten van de frontlinie. Aan de kant die de oppositie in handen heeft hebben wij een moeder-en-kindziekenhuis en ook een spoedeisende hulpafdeling die eerste hulp aan gewonden geeft. In de enclave zelf, heeft ons team, na vijf maanden onderhandelen twee trucks met medicijnen weten aan te voeren. Zodat de ziekenhuizen levensreddende hulp kunnen bieden aan gewonden en zieken.

 

In het moeder-en-kindziekenhuis in Taiz, Jemen. Hier biedt het team medische zorg voor (zwangere) vrouwen en kinderen onder de 10 jaar. Het ziekenhuis wordt gerund door internationale en ongeveer 60 Jemenitische hulpverleners van Artsen zonder Grenzen.

 

Noodzaak en inzet

Dat wij waardevolle hulp bieden in Jemen, daar ben ik van overtuigd. Maar ook dat ons werk met risico’s gepaard gaat. Driemaal zijn onze ziekenhuizen en klinieken in drie maanden aangevallen, en eenmaal een ambulance. Daarom heb ik in Jemen gesproken met de onderminister van Volksgezondheid en de president van de oppositie. Ik heb met hen gesproken over de belegering van Taiz en de noodzaak om de blokkade voor humanitaire assistentie op te heffen. En ik zal me volop inzetten om de nijpende situatie van de bevolking onder de aandacht te brengen zodat er meer hulp geboden zal worden en dokters en andere hulpverleners hun belangrijke werk in veiligheid kunnen blijven uitvoeren.

 

Februari 2016


afbeelding van Arjan Hehenkamp Geschreven door: Arjan Hehenkamp
Voormalig algemeen directeur Arjan Hehenkamp vertrok in 1992 op zijn eerste missie voor Artsen zonder Grenzen als logistiek medewerker naar Somalië.
Sluit zoeken

Zoekveld