Kinderen in het Domeez vluchtelingenkamp. Foto van januari 2016.

We hebben onze waardigheid

15 maart is de dag van een triest jubileum: 5 jaar oorlog in Syrië. Ruim 4 miljoen Syriërs ontvluchtten hun land om de bommen en het geweld te ontkomen. Waaronder verpleegkundige Suar.

Hij deserteerde uit het Syrische leger omdat hij geen deel uit wilde maken van de wanpraktijken en vluchtte naar Iraaks Koerdistan. Onderweg had hij te maken met mensensmokkelaars, mijnenvelden en verloor hij zijn belangrijkste bezittingen. Nu werkt hij in Irak voor Artsen zonder Grenzen in een kliniek in een vluchtelingenkamp. Hij vertelt.

 

Syrische verpleegkundige Suar met zijn dochtertje Helma van 8 maanden oud. Helma heeft last van stuiptrekkingen en tot nu toe slaat geen enkele behandeling aan.

 

Schandelijke praktijken

Het werd steeds gewelddadiger in Deraa, de verruwing en de kant die het opging stond me niet aan. Soldaten moesten huizen doorzoeken – in het holst van de nacht, ongeacht of er vrouwen aanwezig waren. Ze maakten zich schuldig aan schandelijke praktijken: diefstal, plunderen en intimidatie. Ik wilde hier geen deel van uitmaken. Ik ben verpleegkundige, ik ben gespecialiseerd in reanimatie.

 

Langs rebellen

Ik stapte in een overvolle bus naar Damascus en bad voor een plek naast de chauffeur. Ik hoopte dat de rebellen bij de checkpoints zouden denken dat ik zijn assistent was en mij niet om mijn papieren zouden vragen. Want ik had als identiteitsbewijs alleen mijn militaire pas. Het lukte, ze liepen me voorbij.

 

Achterweggetjes

Vanuit Damascus nam ik een bus die alleen achterweggetjes nam en naar Syrisch Koerdistan ging. Onderweg belden de bestuurders constant met elkaar om te waarschuwen voor gevaren en alternatieve routes door te geven. Er was zelfs een geheim luik zodat ik mij kon verstoppen. Thuis aangekomen, kreeg ik een telefoontje. Er was ingebroken in het wapendepot van de basis en sommige soldaten hadden zich bij rebellen gevoegd. Dat gaf mij het laatste zetje: er zou ongetwijfeld een onderzoek komen. Dus besloot ik te rennen voor mijn leven.

 

Ik liet mijzelf plat op de grond vallen

 

Schoten in het donker

Een oom bracht me in contact met mensensmokkelaars. Samen met een paar vrienden die ook waren gedeserteerd, ging ik op pad. We moesten ons telkens verbergen en werden door 3 checkpoints geloodst. We moesten ieder 500 dollar (450 euro) betalen. De laatste 1,5 kilometer moesten we alleen afleggen, in het donker. Ineens riepen 3 gewapende mannen op motoren dat we moesten stoppen en begonnen te schieten. Ik liet mijzelf plat op de grond vallen. Toen het kogelvuur stopte, begon ik te rennen. Helaas vergat ik mijn tas met al mijn diploma’s en certificaten, mijn mobiele telefoon en schone kleding.

 

Mijnenveld

We haalden het naar een fort dat in Iraaks grondgebied lag. Daar ondervroegen ze ons en vroegen ons te wachten op bevestiging vanuit Bagdad. Een officier waarschuwde ons echter dat we waarschijnlijk terug naar Syrië zouden worden gedeporteerd. Hij adviseerde ons snel door te reizen. Toen realiseerde ik dat ik mijn tas kwijt was. Een van mijn vrienden ging het halen, maar het bleek dat wij door een mijnenveld waren gelopen. Bij de volgende post vond ik iemand bereid – tegen een fiks bedrag – mijn tas te gaan halen. Dezelfde dag staken we de grens over naar Iraaks Koerdistan. Mijn kleding was aan flarden gescheurd, ik had overal snijwonden en beurse plekken, maar ik was veilig en ik leefde nog.

 

Aangenomen

In het Domeez kamp vroeg ik de vluchtelingenstatus aan, samen met mijn familie die inmiddels er ook was. In het kamp begon ik rond te vragen naar werk. Ik kwam een buitenlandse Artsen zonder Grenzen hulpverlener tegen die Arabisch sprak en mocht solliciteren. Dankzij mijn medische achtergrond en diploma’s en certificaten die ik kon laten zien, werd ik meteen aangenomen.

 

Syrische verpleegkundige Suar met zijn dochtertje Helma van 8 maanden oud. Hij werkt als verpleegkundige voor Artsen zonder Grenzen in het Domeez vluchtelingenkamp in Iraaks Koerdistan, waar hijzelf ook woont.

 

  

Waardigheid

In het kamp ben ik getrouwd. Mijn vrouw is het beste dat me ooit overkomen is. We hebben samen een dochter en hebben nu ook een eigen tent. Het leven hier is niet altijd even makkelijk: elke dag ligt de stroom er 6 uur af en overal is het stoffig, maar we hebben ons werk. We hebben onze waardigheid.

 

Geen paspoort

Helaas is ons acht maanden oude dochtertje Helma ernstig ziek en heeft ze last van stuiptrekkingen. Ze wordt behandeld, maar tot nu toe slaat niets aan. Als ik een paspoort had zou ik onmiddellijk haar naar het beste ziekenhuis in Duitsland brengen. Maar mijn vrouw en ik zijn vluchtelingen, we hebben geen paspoort. En ons meisje is te ziek om illegaal grenzen over te steken, dat is veels te gevaarlijk voor haar. Dus kunnen wij geen kant op.

 

Maart 2016

 

Dit verhaal maakt deel uit van een serie. Lees ook het verhaal van voormalige accountant Bahar (36), haar man werd gedood, nu woont zij in Denemarken. Of van Ahmed (26), hij overleefde meerdere aanvallen op medische voorzieningen en is nu apotheekmanager voor Artsen zonder Grenzen in Turkije. En het verhaal van oma Najah (59), zij dacht dat zij snel weer terug kon naar haar huis in Aleppo.

 

5 jaar oorlog in Syrië

15 maart is het trieste jubileum van 5 jaar oorlog in Syrië. Meer dan 4 miljoen Syriërs zijn gevlucht voor de bombardementen en het geweld in hun land. Het merendeel leeft in vluchtelingenkampen of informele nederzettingen in buurlanden Libanon, Irak, Jordanië en Turkije. Ook medische staf bevindt zich in de frontlinie: vele ziekenhuizen en andere medische voorzieningen worden gebombardeerd. Velen zijn dan ook gevlucht, waaronder onze eigen Syrische medische hulpverleners in de pijnlijke wetenschap dat hierdoor nog minder hulp voor hun landgenoten zal zijn.

 

Bron cijfers totaal aantal Syrische vluchtelingen: UNHCR.

Sluit zoeken

Zoekveld