Het succes van decentrale zorg

Elk jaar krijgen miljoenen kinderen malaria. In sommige gebieden lijkt het aantal patiënten zelfs alleen maar toe te nemen. Wij zoeken daar naar nieuwe manieren om de ziekte te bestrijden.

In veel landen is de afgelopen jaren grote vooruitgang geboekt in het bestrijden van malaria. Toch krijgen elk jaar nog steeds miljoenen mensen deze ziekte, die via een steek van een met de malariaparasiet geïnfecteerde vrouwtjesmug wordt overgebracht. Vooral in sommige gebieden in zuidelijk en westelijk Afrika lukt het maar niet om het aantal mensen dat malaria krijgt, terug te dringen. Daar lijkt het aantal patiënten zelfs alleen maar toe te nemen.

 

Dodelijke slachtoffers

Dat is bijvoorbeeld het geval in de provincie Zuid-Kivu in het oosten van de Democratische Republiek Congo. Artsen zonder Grenzen werkt daar onder meer in de plaatsen Walikale, Baraka en Shamwana. Tijdens het regenseizoen van oktober tot februari (malariamuggen gedijen goed bij warme en vochtige omstandigheden) werden daar elke maand honderden mensen met ernstige malaria opgenomen. Zonder ziekenhuiszorg kan tot 80 procent van de kinderen met ernstige malaria overlijden. Dankzij goede zorg bleef het aantal mensen dat stierf beperkt. Maar dat zijn nog steeds heel veel dodelijke slachtoffers van een ziekte die op zich eenvoudig te behandelen is.

 

Een overvol ziekenhuis: meer regel dan uitzondering in Baraka, Oost-Congo. Tijdens grote malaria-uitbraken moeten 3 tot 4 patiënten een bed delen.

 

Lange afstanden naar zorg

En ziekenhuiszorg is juist op afgelegen plekken niet altijd voorhanden. Zeker in het onherbergzame Oost-Congo, waar mensen soms wel 20 tot 30 kilometer moeten lopen om een ziekenhuis of kliniek te bereiken. Zulke afstanden kunnen fataal zijn voor mensen die al ernstig ziek zijn.

 

Hulpverleners in gemeenschap

Om juist ook op lokaal, decentraal niveau zorg te kunnen bieden, heeft Artsen zonder Grenzen op enkele plaatsen in Zuid-Kivu een zogeheten ICCM-systeem opgezet: Integrated Community Case Management. Hierbij leiden we mensen uit gemeenschappen op om malaria (maar ook diarree en longontsteking) te herkennen als mensen symptomen hebben, te diagnosticeren met sneltesten en te behandelen met basiszorg. Deze hulpverleners in de gemeenschap, of Agents Palu, richten zich vooral op kinderen onder vijf jaar, een groep die erg kwetsbaar is.

 

Veel dorpen op afgelegen plekken in Oost-Congo hebben geen kliniek of ziekenhuis in de buurt. Mensen moeten kilometers reizen, soms door onherbergzaam gebied, om zorg te bereiken.

 

Snel aankloppen

Het systeem van decentrale zorg heeft succes. In de voorbije zes maanden is hulp aan duizenden kinderen gegeven die anders hoogstwaarschijnlijk geen zorg hadden gekregen. Gezinnen konden snel bij lokale zorgverleners aankloppen, waardoor de ziekte veelal geen kans had om ernstig te worden. Door snel te handelen, werden kinderen snel beter. Bovendien werden kosten voor de familie voor de reis en een ziekenhuisopname bespaard. Uiteraard scheelt het voor een gezin ook de nodige zorgen.

 

 

Impact van levensreddende zorg

In deze gebieden zijn het aantal mensen met ernstige malaria afgenomen. Zodoende heeft het een enorme meerwaarde voor de bevolking. Verpleegkundige Sideeka werkte in de plaats Shamwana, waar dit systeem ook is opgezet. ‘Het resultaat is dat er levens gered worden. Ik heb het begin én einde van de tunnel gezien: de impact van sterfte door gebrek aan zorg en de impact van goede, snelle en levensreddende zorg.’

 

April 2016

Sluit zoeken

Zoekveld