Vragenvuur

afbeelding van Monique Brakeboer

Monique Brakeboer

India, psycholoog

Psychologe Monique Brakeboer werkt in Manipur, een deelstaat in het uiterste noordoosten van India. Drugsgebruik is er een groot probleem. Maar goede verslavingszorg ontbreekt.

Het is acht uur ‘s ochtends. Om me heen zitten zo’n vijftien Indiase collega’s. We bevinden ons op het dakterras van onze kliniek. Er wordt gepassioneerd gesproken in een taal die ik niet versta. De andere internationale collega’s besloten iets anders te gaan doen. Het is de zoveelste vergadering over het onderwerp. Ik besluit te blijven. Ik wil weten wat de emoties veroorzaakt. Voor mij wordt snel overgeschakeld naar het Engels.

 

Vooroordelen

Deze vergadering is in het leven is geroepen om vragen te beantwoorden over een medische service die we gaan starten bij een andere lokale hulporganisatie. We willen daar vijftig patiënten met een mono-infectie met hepatitis C behandelen. Het onderwerp blijkt pijnlijk voor onze eigen staf. Een collega zegt dat iedereen in de gemeenschap elkaar kent. En dat ze de mensen kennen die bij de andere hulporganisatie werken. Wat hier precies mee wordt bedoeld, begrijp ik niet. Ik vermoed dat de angst bestaat dat de andere organisatie misbruik gaat maken van de reputatie en het geld van Artsen zonder Grenzen. Ook zijn er vooroordelen over de kwaliteit van het werk van andere organisaties. Ik besluit niet door te vragen, maar de opmerking maakt me wel nieuwsgierig.

 

Discussie

De sfeer is veilig genoeg om open te discussiëren. Mijn over het algemeen rustige en bescheiden collega’s beginnen met hun vragenvuur. De arts en ik krijgen daarbij boze blikken. ‘Waarom behandelen we de patiënten niet in onze eigen kliniek? Waarom starten we daar, terwijl we zelf nog zoveel patiënten hebben die voor hepatitis C behandeld moeten worden? Waarom bieden we daar ook basisgezondheidszorg?’

 

Monique bij een 'women health care facility centre', waar onder meer vrouwelijke sekswerkers rust nemen en zich opfrissen. Bij vertrek wordt naam, reden van het bezoek en een handtekening gevraagd.

 

Bewondering én irritatie

Ik bewonder mijn collega’s om hun betrokkenheid en hun passie voor ons werk. Toch voel ik tegelijkertijd irritatie over hun houding om alleen voor de eigen kliniek te willen gaan. Onze kliniek biedt in eerste instantie zorg aan patiënten met hiv. Dat betekent echter niet dat dit het enige is dat Artsen zonder Grenzen in deze gemeenschap kan doen. We leggen uit dat Artsen zonder Grenzen kwetsbare groepen in de maatschappij steunt. En dat het voorkomt dat we bij andere hulporganisaties aanvullen wat ontbreekt aan ervaring of middelen.

 

Vergeten groep

In dit geval willen we een vergeten groep vrouwen bereiken: prostituees die drugs injecteren. Mijn collega’s nemen de argumenten moeizaam aan. Dat we gebruik willen maken van een hulporganisatie die gespecialiseerd is in het bieden van substitutietherapie (in de vorm van Buprenorfine, een medicijn dat het stoppen van heroïnegebruik ondersteunt) lijkt als argument beter geaccepteerd te worden.

 

'Gelukkig wordt steeds vaker ingezien hoe kwetsbaar deze groep mensen is'

 

Investering waard?

Het is bijzonder om te merken dat een uitbreiding van onze hulp voor drugsgebruikers tot veel emotie leidt. Toch is het te begrijpen. Ons plan voor hepatitis C-behandeling in de andere organisatie is momenteel van tijdelijke aard en in een pilotfase. De vraag waarom geïnvesteerd zou moeten worden in medische hulp voor een groep die een vergrootte kans heeft op het zichzelf opnieuw besmetten met naalden, die zichzelf niet goed verzorgd en die vaak uiteindelijk niet wil veranderen, wordt overal ter wereld gesteld. Gelukkig wordt ook steeds vaker ingezien hoe kwetsbaar deze groep is. En dat het negeren of uitsluiten van deze mensen in een maatschappij deze mensen erg beschadigd. En daarmee dus ook de maatschappij zelf.

 

Kinderschoenen

Voor mij persoonlijk zijn de reacties van de collega’s belangrijk. Ik zal ze verder gaan begeleiden in het bieden van goede psychosociale begeleiding bij verslavingsproblematiek. Een van onze counselors en verpleegkundigen helpen al mee bij de desbetreffende hulporganisatie. Verslavingszorg staat hier echter nog in de kinderschoenen. Behandeling in deze regio betekent vaak alleen het bieden van de substitutietherapie. Zonder psychologische begeleiding.

 

Het gebouw waar substitutietherapie wordt gegeven: mensen krijgen een medicijn dat het stoppen van heroïnegebruik ondersteunt.

 

Gebrek aan goede begeleiding

De kans op terugval is daarom groot. In rehabilitatiecentra worden mensen regelmatig vastgeketend. Ondersteunende medicatie die het afkicken meer draaglijk maakt wordt nauwelijks gebruikt. Het gebrek aan goede begeleiding is opvallend, omdat het injecteren van drugs juist in uitzonderlijk hoge mate in dit gebied voorkomt. Manipur kampt al jarenlang met conflicten, werkeloosheid en ligt geïsoleerd van de rest van India. Voor veel mensen ontbreekt een zinvolle dagbesteding. Er is me verteld dat een shot heroïne omgerekend anderhalve euro kost.

 

Motivatie

Het feit dat alle collega’s wel mensen kennen die heroïne gebruiken, geeft de ernst van de problematiek goed aan. Wij hebben de kennis en de ervaring, omdat we er al zoveel mee te maken hebben, om iets te doen. De stap naar verdere uitbreiding van onze hulp voor deze doelgroep is wat mij betreft logisch. Nu nog werken aan het motivatieproces. Van mijn collega’s dan.

 

April 2016


afbeelding van Monique Brakeboer Geschreven door: Monique Brakeboer
Monique Brakeboer werkt als gezondheidszorgpsycholoog voor Artsen zonder Grenzen.
Sluit zoeken

Zoekveld