Psychosociaal medewerker Puk

Toen Puk Leenders (29) mensen vertelde dat ze voor Artsen zonder Grenzen ging werken, keken ze er niet van op: ‘Ze hadden wel verwacht dat ik weer een nieuw avontuurlijk plan zou hebben bedacht.’

Waarom ik bij Artsen zonder Grenzen werk

‘Ik kom uit een warm en liefdevol gezin en ben me ervan bewust dat niet iedereen het geluk heeft in vrede en liefde op te groeien. Vorig jaar ben ik samen met een vriendin van Kaapstad naar Amsterdam gereden, onderweg hebben we hulpprojecten van verschillende organisaties bezocht. Al in Egypte was mijn sollicitatie verstuurd. De manier van werken inspireert me; de combinatie van noodhulp en pleitbezorging sluit aan bij mijn manier van denken.’

 

Waar heb je hiervoor gewerkt?

‘In een behandelcentrum voor slachtoffers van geweld en afhankelijkheidsrelaties (huiselijk geweld, mensenhandel, seksueel geweld, eerwraak).’

 

Vertel eens over je werk

‘Samen met de dokter werk ik in het centrum voor gezinsondersteuning in Tari, in de hooglanden. Hier sturen we een team aan van vier verpleegkundigen en drie counselors. Per week krijgen 40 tot 50 slachtoffers van huiselijk en seksueel geweld hier geïntegreerde medische en psychologische hulp. Wij ondersteunen de counselingsessies, geven trainingen en voorlichting.’

 

Want er is veel geweld?

‘Er is hier geen officiële oorlog, maar naar mijn idee wel een intieme oorlog. Het geweld hier komt van de mensen die het dichtst bij je staan: je man of vrouw, zoon of dochter, broer of zus. Wanneer deze mensen de daders zijn, waar kun je je dan nog veilig voelen? Het heeft me geschokt hoe cultureel geaccepteerd geweld hier is. En verbaasd: hoe kunnen zulke lieve en warme mensen zo gewelddadig zijn? En daarnaast bevechten de verschillende stammen elkaar.’

 

Over welke cruciale eigenschappen moet je beschikken in jouw functie?

‘Nieuwsgierigheid, je moet sterk in je schoenen staan en in staat zijn de krachten van mensen te leren zien.’

 

Puk is gezondheidszorgpsycholoog in Papoea-Nieuw-Guinea, het is haar eerste missie voor Artsen zonder Grenzen. Zij studeerde orthopedagogiek en deed daarna een specialisatie gezondheidszorgpsychologie. © Puk Leenders/MSF

 

Hoe is het om te werken in jullie team?

‘Om cultureel geschikte oplossingen te bedenken werken we nauw samen met onze lokale medewerkers. Door stammengeweld is hun leven dagelijks in gevaar, maar ondanks de dreiging en angst werken zij hard om vriend en vijand de medische en emotionele steun te geven die zij nodig hebben. Ze zijn super!’

 

Is het werk heel anders dan je had verwacht?

‘Nee.’

 

Hoe houd je jezelf gemotiveerd?

‘Door te kijken en luisteren naar de mensen die het centrum verlaten. Het is ongelooflijk hoeveel veerkracht mensen hebben. Als zij hier weggaan met een glimlach na alles wat zij meegemaakt hebben, ben ik een gelukkig mens! Dan weet ik elke keer weer waar ik het voor doe.’

 

Waar ben je het meest trots op?

‘Werken voor Artsen zonder Grenzen is teamwork. Je doet dit werk niet alleen, je hebt elkaar nodig om resultaten te behalen; om mensen de medische hulp te bieden die zo hard nodig is.’

 

Hoe is je leven daar?

‘We wonen op een terrein naast het ziekenhuis. Tari bestaat voornamelijk uit een landingsbaan, een ziekenhuis en een markt, in de hooglanden. Tot 2 uur 's middags mag je (alleen minimaal met 2 personen) buiten ons terrein lopen, daarna mag je alleen per auto weg. Daartegenover staan fantastische wandelingen op zondagmorgen! En verder koken we samen, wat we dan bij onze tukul (hut) bij een mooi kampvuur en met muziek opeten. We sporten met behulp van dvd met een instructrice die ons streng toespreekt. En verder kijk ik graag een film of serie.’

 

Toen ik haar complimenteerde dat ze zo rustig op haar beurt had gewacht brak ze, rende naar me toe en kroop bij me op schoot.

 

Wie of wat mis je het meest?

‘Mijn familie en vrienden! Hun leven gaat door en soms is het lastig dat je daar niet even actief deel van kan uitmaken. Mijn moeder wordt geopereerd en dan is het wel lastig dat ik aan de andere kant van de wereld zit. Op een creatieve manier probeer ik er dan toch voor haar te zijn. Via Skype en WhatsApp hou ik contact met het thuisfront. Het is fijn om soms kleine, dagelijkse dingen even met iemand te kunnen delen en zo voelt het toch alsof je dicht bij elkaar bent. Met een vriendin heb ik af en toe een koffiedate over de Skype.’

 

Welke patiënt zul je nooit vergeten?

‘Een vierjarig meisje. Haar moeder was overleden, haar tante nam de zorg voor haar op zich. Maar haar kinderen dachten dat het meisje behekst was. Ze zat onder de brandwonden, blauwe plekken en wonden van een kapmes. Toen ik haar complimenteerde dat ze zo rustig op haar beurt had gewacht brak ze, rende naar me toe en kroop bij me op schoot. Na enkele sessies met haar tante, het meisje zelf en met haar nieuwe broertjes en zusjes verdween de angst. En kwam er ruimte om met elkaar iets op te bouwen.’

 

September 2013

Sluit zoeken

Zoekveld