© Corinne Baker/MSF

In één woord: verwoesting

afbeelding van Anne Kluijtmans

Anne Kluijtmans

verpleegkundige

Verpleegkundige Anne Kluijtmans was toevallig op vakantie in Nepal toen de zware aardbeving plaatsvond. Ze kwam meteen in actie om hulp te bieden aan slachtoffers.

Ik was in de plaats Lumbini, vlakbij de grens met India, op het moment van de aardbeving. Ik voelde het daar ook, alsof je met een bootje op woelig water was. Pas na enkele uren hadden we in Lumbini door hoe zwaar de aardbeving werkelijk was. Ik belde daarop meteen het kantoor van Artsen zonder Grenzen in India, om erachter te komen of onze teams hulp zouden gaan bieden. Dat was natuurlijk het geval. En als ik naar Kathmandu zou afreizen, kon ik daar bij ze aansluiten.

 

Richting de bergen

We zijn nu ruim anderhalve week verder en met mijn collega-hulpverleners ga ik met mobiele klinieken naar afgelegen gebieden, om mensen te bereiken die nog geen hulp hebben gehad. Op de eerste dag dat we dit deden, vertrokken we al om vier uur ’s ochtends, per helikopter, richting de bergen.

 

Verpleegkundige Anne Kluijtmans is onderdeel van een medisch team van Artsen zonder Grenzen dat mobiele klinieken organiseert in afgelegen bergdorpen in Nepal. © Corinne Baker/MSF

 

Erger dan verwacht

Toen ik in Kathmandu aankwam, had ik verwacht dat de hele stad verwoest zou zijn. Het is er inderdaad erg. Maar wat ik zag toen ik over de afgelegen bergdorpen vloog, was nog veel erger. Pas vanuit de lucht zie je hoeveel vernieling er door deze natuurramp is aangericht in deze gebieden. Sommige dorpen zijn helemaal, maar dan ook écht helemaal, verwoest. Het was erger dan ik ooit hadden kunnen vermoeden. En als ik de situatie in één woord zou moeten omschrijven, zou dat woord ‘verwoesting’ zijn.

 

Bedolven onder lawine

We gingen eerst naar een dorp in het nationale park Langtang. Dit dorp was volledig bedolven onder een lawine. De bewoners zijn de berg op gevlucht, naar het dorp Kyanjin Gumba, op 3.800 meter hoogte en waar het ’s nachts ontzettend koud is. Ook dit dorp is deels vernield. En er werd ons verteld dat er 30 kinderen zijn die geen ouders meer hebben. Hun ouders stierven niet door de aardbeving, maar door de lawine die het dorp de dag erna trof. Zij hadden dat nooit zien aankomen. Zij dachten dat ze de aardbeving overleefd hadden, dat ze veilig waren.

 

Geïnfecteerde wonden

De mensen met de meest ernstige verwondingen waren in de dagen na de aardbeving al uit het dorp geëvacueerd, maar er waren nog velen die nog geen hulp hadden gehad. We behandelden mensen, waaronder veel kleine kinderen, voor huidinfecties en diepe snijwonden. Ook verzorgden we wonden, die bij velen inmiddels geïnfecteerd waren geraakt. Zonder behandeling zouden deze mensen kunnen sterven. We hebben dan ook veel antibiotica gegeven.

 

De mate van verwoesting in vele afgelegen bergdorpen in het aardbevingsgebied in Nepal is enorm. © Corinne Baker/MSF

 

Enige zorg

Dat deden we onder meer aan een 85-jarige man in het dorpje Dozum. Hij was onder het puin vandaan gered en werd nu verzorgd door zijn zoon. Zulke verhalen en alles wat ik zie, vanuit de lucht en op de grond, vallen me zwaar. Maar ik laat dat niet zien aan de mensen die we helpen. Daar hebben zij niets aan. Wij zijn er om zorg te bieden en om naar hén te luisteren. Dat is onze enige zorg.

 

Trauma’s

De Nepalezen in het getroffen gebied hebben hun eigen zorgen. Zij zijn bang dat er nog een aardbeving komt of dat er meer modderstromen en lawines komen. En ze zijn bang dat het eten op raakt. Velen zijn bovendien erg getraumatiseerd door wat ze hebben meegemaakt. In Kyanjin Gumba zaten sommige mensen er mentaal zo doorheen, dat ze niet met ons konden praten. Ze staarden alleen maar voor zich uit. Er was echter ook een vrouw die de hele dag door voor iedereen aan het koken was. Iedereen verwerkt op een andere manier.

 

Dechen

In het dorpje Thulo Shyaphru ontmoetten we Dechen, een jonge verpleegkundige. Er wonen ongeveer 600 mensen in het dorp en veel mensen hadden kleine verwondingen. Maar de kliniek in het dorp was verwoest. Dechen vroeg ons om medische voorraden zodat zij haar dorpsbewoners kon blijven helpen nadat wij weer verder waren getrokken. Dat deden we graag, ook omdat we niet wisten of we er snel weer zouden terugkeren.

 

Per helikopter worden de afgelegen bergdorpen bereikt. Veel wegen en paden zijn onbegaanbaar geworden door de aardbeving en de daaropvolgende lawines en modderstromen. © Corinne Baker/MSF

 

Noden

We doen ons uiterste best om alle afgelegen dorpen zo snel mogelijk te bereiken. Maar dat is geen gemakkelijke opgave. Wegen en paden zijn nauwelijks begaanbaar en er zijn maar weinig helikopters beschikbaar. De helikopters die wij tot onze beschikking hebben, gebruiken we om medische zorg te kunnen bieden en om dekens, voedsel en beschuttingsmateriaal uit te delen. Dat zijn de voornaamste noden onder de mensen. Bovendien komt het regenseizoen eraan. De noden zullen dan alleen maar toenemen als er niet snel iets gedaan wordt.

 

Helpen móét

Na de aardbeving waren mijn familie en vrienden uiteraard bezorgd om mijn veiligheid. En toen ik contact opnam en vertelde dat ik naar Kathmandu ging om hulp te bieden, vroegen ze zich hardop af of ik gek was geworden. Maar ze weten dat ik verpleegkundige ben en dat ik voor Artsen zonder Grenzen werk. En als je dan ergens bent waar mensen dringend hulp nodig hebben, dan móét je die geven.

 

Mei 2015