Het dorp Charikot in het Dolokha-district, het epicentrum van de tweede aardbeving in Nepal in 2015 op 12 mei van 7.3 op de schaal van Richter. Artsen zonder Grenzen verkent de noden in het dorp. © Jean-Eric Schaeffer/MSF

Het leed was enorm

afbeelding van Anne Kluijtmans

Anne Kluijtmans

verpleegkundige

Binnen 3 weken werd Nepal getroffen door 2 aardbevingen. Verpleegkundige Anne werd per helikopter in bergdorpen gedropt om noodhulp te verlenen. Anne vertelt: over verwoesting en over verdriet.

Vanwege het landschap en aardverschuivingen als gevolg van de aardbeving waren de meeste dorpen afgesloten van de buitenwereld. Wij moesten met kleine helikopters vliegen om te kunnen landen op de terrassen, de stukjes vlak land tegen de bergen.

 

Eersten

Soms waren we gewoon de eersten die in een dorp kwamen. Mensen kwamen wanhopig naar ons toe. Ze vertelden wat ze nodig hadden: onderdak, voedsel. En dan dat de waterbron vervuild was, dat de kliniek was ingestort, dat de arts of verpleegkundige was overleden. Dan maakte ik een vinkje: hier moeten we terugkomen. 

 

Een medisch team wordt gedropt in het bergdorp Kuni, in Dhading-district. Het dorp is normaliter al moeilijk te bereiken, maar als gevolg van de aardbeving van 25 april in Nepal is het dorp niet meer over de weg te bereiken. © Brian Sokol.

 

Wat is er nodig?

Als er nog wel een gezondheidswerker was, maar die zonder zijn of haar medicijnen zat omdat de spullen onder het puin bedolven lagen, gaven wij medicijnen en materiaal. Had die ook geen boeken meer, gaven wij onze boeken met medische richtlijnen. Later kwamen we terug met plastic zeil, paaltjes en touw om onderkomens mee te maken, en met tassen met zeep, jerrycans, tandenborstels, maandverband voor de dagelijkse hygiëne. Waren ze zelf gewend het watersysteem aan te leggen of te repareren, dan gaven we wat ze daarvoor nodig hadden. Of we hielpen het aan te leggen. Je kijkt wat er op dát moment nodig is.

 

Tweede aardbeving

Op 12 mei, waren we met een team bovenop een berg in het dorp Briddhim, op 2.500 meter hoogte, een mobiele kliniek aan het uitvoeren. Toen kwam de tweede aardbeving. Het was heel intens en anders dan ik verwacht had. Tijdens de eerste aardbeving was ik op 900 kilometer van het epicentrum, nu zat ik er middenin. Het was niet alleen heen en weer, maar ook óp en neer.

 

Veilig of niet

Ik keek om me heen: staan we veilig op het terras? Kunnen er stenen op ons vallen? Het duurde iets van 50 seconden. Ik was met een Nepalese arts en een jonge Nepalese verpleegkundige, Suju. Zij was totaal in paniek. Ik heb haar stevig vastgepakt. Iets lager op de berg was onze psychosociale medewerker Kamini een sessie aan het doen. Zij had net de vraag gesteld: waar zijn jullie bang voor? Hun antwoord: dat er nog een aardbeving komt. En toen kwam die. Het dorp was al grotendeels verwoest: sommige van de huizen die - met scheuren in de muren - na de eerste aardbeving nog stonden, waren nu ook ingestort. Alles was plat. En wat er nog stond, was niet veilig.

 

Zwaaien

Twee dagen daarna was ik terug in het dorp met een distributieteam. Mensen herkenden me, kinderen kwamen me zwaaiend begroeten. In een ander dorp die dag zag ik mensen met nieuwe wonden. Ze hadden net geoogst en de opbrengst lag nog in de ingestorte gebouwen. Dus ze probeerden daarbij te komen en hadden zich aan het puin en alles verwond. Met mijn medische spullen ging ik dan aan de slag.

 

Onderlinge steun

Elke dag bij terugkomst, vertelden we aan elkaar wat we hadden gezien en meegemaakt. Zo konden we elkaar steunen. Op het bord stond het nummer van de hulplijn van onze interne psychologische dienst die je 24 uur, 7 dagen per week, mag bellen. En we zorgden voor elkaar. Maar het zwaarste was het voor onze Nepalese staf. Gelukkig waren de meesten van hen vrij ervaren, zij hadden eerder voor Artsen zonder Grenzen gewerkt. Maar zij hadden natuurlijk ook zorgen over hun familie en vrienden.

 

Het meisje Urken

Normaal, als wij aan het werk zijn, probeer ik hevige emoties te verbergen. Als je er bent, moet je zorgen dat jezelf heel sterk bent, je bent in noodhulpmodus en moet zorgen dat mensen hun verhaal kunnen doen. Zij hebben er niets aan als je aankomt en in huilen uitbarst. Tot we in het dorp Kyunjin Gumba, in de Langtangvallei, waren. Urken, een meisje van 13, had haar vader en zusje verloren. Ze dachten dat ze na de aardbeving veilig waren, maar toen kwam er een lawine. Het hele dorp was verwoest, haar moeder en broertje waren zwaargewond en waren naar Kathmandu geëvacueerd. Urken was heel stil, staarde alleen maar voor zich uit. De tweede keer dat ik er kwam, kwam ze naar me toe. Ik zag dat haar ogen anders stonden. Ik ben op haar afgelopen en vroeg: ‘Wil je een knuffel?’ Ze dook meteen in mijn armen. Toen brak ik. 

 

Anne: ‘We hebben met de kinderen in het dorp gehoelahoept. Het helpt hen wat op te vrolijken, maar helpt ook bij traumaverwerking door weer de fijne dingen in het leven te zien.’ © MSF

 

Vragen

Aan Urken denk ik vaak. Voor mij staat haar dorp centraal als ik aan Nepal denk. Van de 500 inwoners waren er 200 overleden. Zij leefden van de toeristen die over de route door de bergen aan het trekken waren. Nu is hun hele inkomstenbron weggevaagd. Ik vraag mij af: hoe zal het met hen gaan? Wordt het dorp herbouwd, komen de toeristen nog terug? In aantallen is het misschien heel klein, maar het leed was enorm.

 

Hoop

En ik denk aan Dechen en Hashila, lokale gezondheidswerkers die meteen aan de slag gingen om anderen te helpen, net zoals wij eigenlijk. In de bergen is het de gewoonte je overledenen in een grot te leggen en met stenen af te sluiten. Dat kan nu niet. Zolang de lichamen niet gevonden zijn, leven mensen in onzekerheid en blijven ze hopen dat ze hun dierbaren terug zullen zien.

 

Inmiddels is Anne terug. Artsen zonder Grenzen zal hulp blijven geven aan de aardbevingsslachtoffers in Nepal. Bekijk onze update van 26 mei.

 

Mei 2015

Sluit zoeken

Zoekveld