© Gabrielle Klein/MSF

‘Hoe kun je op zo’n plek leven?’

Duizenden vluchtelingen leven verspreid in het noorden van Irak. Ze zijn gevlucht voor geweld en moeten nu vechten om warm te blijven in de strenge winterse omstandigheden.

In zijn oude woonplaats gaf Suleiman Engelse en Arabische les. Sinds hij in augustus met zijn familie halsoverkop moest vluchten naar Zakho, een stadje in het noordelijke district Dohuk, geeft hij geen les meer. Samen met 70 andere mensen schuilt hij in een moskee in aanbouw. De eigenaar van de moskee komt elke dag langs om te vragen of de vluchtelingen weg willen gaan. ‘Het is zijn moskee,’ zegt Suleiman. ‘Hij heeft er veel geld voor betaald en wil de bouw ervan graag afmaken. Maar wij kunnen nergens anders heen.’

 

Alles kwijt

Bij zijn vlucht raakte Suleiman al zijn bezittingen kwijt. En meer – hij verloor zijn identiteit. ‘Ik kan geen les meer geven.’ Hij wijst naar de open ruimte van het gebouw en naar de kartonnen platen die voor afscheiding en enige vorm van privacy moeten doorgaan. ‘Er is zo veel geluid om me heen. Hoe kun je hier iets leren? Hoe kun je op zo’n plek leven?’

 

Duizenden mensen in Noord-Irak leven in verlaten gebouwen of gebouwen in aanbouw. Met zeil en karton proberen zij de ijzige wind buiten te houden. © Gabrielle Klein/MSF

 

Koud en vochtig

In het gebouw is het koud en vochtig. ‘Een hulporganisatie heeft gezegd dat we kacheltjes krijgen, maar misschien gaan we al naar een vluchtelingenkamp voor het zover is,’ zegt Suleiman. Er is hem verteld dat de vluchtelingengroep zal verhuizen naar Berseve, één van tien tentenkampen in de regio. Er heersen gemengde gevoelens ten aanzien van de tentenkampen en er is al opgemerkt dat de leefomstandigheden in enkele van hen zeer slecht zijn. Zo wordt er gesproken over ondergelopen tenten na regenval, te kleine leefruimtes en een gebrek aan hulp. ‘Maar hier is geluk ook niet te vinden,’ vervolgt Suleiman. ‘Misschien als we een tent hebben, dat ik dan weer les kan gaan geven.’

 

Zware winter

Er zijn vele duizenden mensen in Dohuk die leven in verlaten gebouwen en daar de zware winterse omstandigheden moeten trotseren. ‘We gaan met mobiele klinieken op zoek naar de meest kwetsbare mensen,’ zegt Sita Cacioppe, medisch teamleider van Artsen zonder Grenzen. Er zijn steeds meer mensen met luchtweginfecties vanwege de koude winter en de slechte leefomstandigheden.’

 

Koelbox met medicijnen

Khadr is een 54-jarige verpleegkundige die werkt als gezondheidsvoorlichter voor Artsen zonder Grenzen. Zelf is hij ook vluchteling. Hij woont in een overheidscomplex nabij Zakho, samen met 6.000 anderen. Khadr, die oorspronkelijk uit Sinjar komt, vluchtte de bergen in nadat IS-troepen de stad innamen. ‘Samen met een collega wist ik nog een koelbox met medicijnen mee te nemen,’ zegt hij. ‘Daarmee konden we gedurende onze vlucht nog mensen helpen.’

 

Khadr (54) vluchtte uit Sinjar toen IS-troepen deze stad innamen. Hij helpt zijn medevluchtelingen nu door als gezondheidsvoorlichter voor Artsen zonder Grenzen te werken. © Gabrielle Klein/MSF

 

Gebrek aan alles

Hun verschrikkelijke tocht door de bergen, die hen door Syrië en naar de relatieve veiligheid van Iraaks Koerdistan bracht, duurde een week. ‘Toen we eindelijk aankwamen, was iedereen uitgeput,’ zegt Khadr. ‘Er was gebrek aan alles. Met een vriend zocht ik toen werk bij een medische organisatie en uiteindelijk gingen we vrijwillig aan de slag in een lokale kliniek.’ Maandenlang werkten Khadr en zijn vriend er als vrijwilligers. Er waren dagen waarop ze bijna 400 vluchtelingen behandelden en soms nemen ze medicijnen mee om mensen te helpen die de kliniek niet zelf konden bereiken.

 

Troost

‘Toen Artsen zonder Grenzen een gezondheidspost dicht bij onze woonplaats ging opzetten, ging ik erheen. Ik heb jarenlang gewerkt als zorgvoorlichter op scholen, dus ik wist dat ik de taken goed kon uitvoeren. Ik werk nu voor Artsen zonder Grenzen en ik ben blij dat ik op deze manier mijn gemeenschap kan helpen.’ Onlangs deelde Khadr hygiënekits van Artsen zonder Grenzen uit aan vluchtelingen in het gebouw waar hij leeft. Hij geeft aan dat hij en zijn medebewoners er een onzeker bestaan hebben opgebouwd: ‘De trappen hebben geen leuningen en je bent continu bang dat je kind zal vallen. Er is geen elektriciteit. Er zijn geen ramen. Er is geen water. De mensen hebben niets. Toch zeggen velen tegen me dat het een enorme troost biedt om te weten dat er mensen zijn die voor hen willen zorgen.’

 

Januari 2015

Sluit zoeken

Zoekveld