© MSF

Eindeloze nachten in Syrië

Veel artsen in Syrië zijn gevlucht, ontvoerd of gedood. De artsen die er nog werken, doen dat onder extreem zware omstandigheden en met grenzeloze toewijding. Drie van hen vertellen hun verhaal.

LET OP: Bij dit verhaal zijn expliciete beelden van gewonde mensen geplaatst. De beelden kunnen mogelijk als schokkend worden ervaren.

 

In het noorden van het gouvernement Homs zijn gevechten en bombardementen een dagelijkse realiteit. De bevolking kampt met een gebrek aan water, elektriciteit en voedsel. Artsen zonder Grenzen ondersteunt er verschillende medische voorzieningen. In een van de veldhospitalen werkt arts Elyas*.

 

‘Vorige week werd hier nog een school geraakt bij een bombardement. De inslag was vlakbij ons ziekenhuis. Wij zitten tussen twee frontlinies in, dus we krijgen gewonden van alle kanten, ook van andere veldhospitalen die de stroom aan gewonden niet aankunnen. Onder vuur liggen voelt als een eindeloze nacht – een nacht die donkerder en donkerder wordt. Onze voedsel- en medicijnvoorraden zijn al vaak opgeraakt. We proberen te rantsoeneren als dat mogelijk is.’

 

 

 

Klein veldhospitaal

‘Duizenden vluchtelingen vanuit heel Homs zijn naar ons dorp getrokken, op zoek naar enige veiligheid. Ze zijn gevlucht voor zekere dood, maar liggen nu alsnog onder vuur. Ons kleine veldhospitaal was opgezet om gewonden te behandelen, maar we behandelen nu ook veel kinderen, zwangere vrouwen en ouderen. Het is te gevaarlijk op de wegen om grote overheidsziekenhuizen te bereiken. Veel mensen kiezen er daarom voor om naar ons hospitaal te gaan, ondanks dat we slechts beperkt hulp kunnen bieden.’

 

Immense druk

‘We leven hier allemaal onder immense druk. Ik ben dit gebied al drie jaar niet uit geweest. Ik heb drie kinderen, maar die zie ik niet vaak genoeg. Ik voel me als een robot, dag en nacht aan het werk. Het geweld dwingt veel mensen ertoe om ondergronds te leven, in kelders van scholen, ziekenhuizen en huizen. Ik woon op de tweede verdieping van een gebouw dat onlangs nog werd geraakt door mortiervuur. Angst regeert ons leven. Maar zolang ik leef, kies ik ervoor om dat boven de grond te doen.’

 

Arts Ahmed* leidt een veldhospitaal in Al-Houleh in het noord van Homs. Het gebied, waar ongeveer 90.000 mensen leven, ligt al tijden onder vuur.

 

‘We hebben dit veldhospitaal helemaal zelf opgebouwd. We hebben maar een paar bedden en ze zijn altijd bezet. Alle veldhospitalen in de regio worstelen met de eindeloze stroom gewonden. Medisch materiaal is schaars en er is te weinig medisch personeel. We voeren veel operaties uit. En veel te veel amputaties. In januari werden hier in één week vijftig bomvaten gedropt. In de dorpen kent iedereen elkaar. Maar het was alsnog moeilijk om te slachtoffers te identificeren.’

 

Doodspad

‘Het gebied is al drie jaar niet meer bereikbaar via normale wegen. Voedsel, medicijnen en brandstof moeten worden gebracht via een modderig pad dat alleen bereisbaar is per voet of per ezel. Er is maar één ander pad waarop grotere voorraden vervoerd kunnen worden. Maar we noemen dat het “doodspad”, vanwege de sluipschutters op de route. De spullen die doorkomen, zitten onder het bloed van de mensen die hun leven wagen om het naar ons toe te brengen.’

 

In het gouvernement Homs zijn vele wegen onbegaanbaar of te gevaarlijk om te bereizen. Medische voorraden moeten over modderige paden getransporteerd worden. © MSF

 

Betere tijden

‘We behandelen dag en nacht patiënten. De dagen zijn lang en het idee om iets anders te doen dan werken, is een illusie. Als het kan, probeer ik wat tijd met familie en vrienden door te brengen. Ik probeer dan ook terug te denken aan betere tijden en houd me vast aan de betere tijden die ooit weer komen. Dat geeft me de kracht om door te gaan.’

 

Met de hand beademen

‘Iedereen heeft een verhaal en ze zijn allemaal hartverscheurend. Ik zal zelf nooit een man van zestig vergeten die een hartstilstand kreeg. We deden alles wat we konden om hem te beademen en bij te brengen. Dat lukte, maar hij raakte in coma en kon niet zelf ademen. Het materiaal waarmee we werken is erg oud, dus we moesten bijna drie dagen aan zijn bed staan om hem te laten ademhalen door simpelweg met de hand lucht in zijn longen te pompen. Ik kon het nauwelijks geloven toen hij op een gegeven moment zijn ogen weer opendeed en vroeg waar zijn vrouw was. Deze man leeft nog steeds. En ik probeer zo vaak mogelijk aan zijn verhaal te denken en dat van anderen zoals hij.’

 

Chirurg Samir* voltooide zijn opleiding vlak nadat de oorlog in Syrië uitbrak. Hij werkt nu in een door Artsen zonder Grenzen ondersteund ziekenhuis in een buitenwijk van Damascus.

 

‘Er zat een zwangere vrouw vast in de stad toen deze belegerd was. Ze kon elk moment bevallen. Alle onderhandelingen om haar de stad uit te krijgen, mislukten. Een keizersnede was nodig, maar er was geen ziekenhuis te bereiken en ik had een dergelijke operatie nooit eerder uitgevoerd. Ik probeerde daarom een werkende internetverbinding te vinden zodat ik informatie kon opzoeken over het doen van een keizersnede. De klok tikte en mijn angst en stress groeide. Ik wilde dat ik de tijd kon stilzetten. Maar juist toen begon haar bevalling. Met hevige bombardementen hoorbaar om ons heen brachten we haar naar de operatiekamer. De operatie slaagde. En ik was intens verheugd toen we met zekerheid konden zeggen dat moeder en dochter in goede gezondheid waren.’

 

Magisch moment

‘Te midden van deze gekte bestaat het werk van chirurgen uit het redden van zo veel mogelijk levens. Soms lukt dat. Soms niet. Het voelt alsof we de schade van de oorlog proberen te repareren. Maar deze operatie was anders. Het was niet alleen het herstellen van schade, het ging om nieuw leven. Het was een magisch moment – een moment waarop we de dood voor even konden afhouden.’

 

Tegen limiet aan

‘Ik voltooide mijn opleiding tot chirurg vlak nadat de oorlog uitbrak. Sindsdien werk ik in ziekenhuizen en veldhospitalen, onder omstandigheden die eigenlijk niet geschikt zijn voor chirurgisch werk. Ik opereer nu al drie jaar non-stop. En ik zit tegen mijn limiet aan. Ik heb genoeg gehad van de ellende. Ik belde laatst met mijn oude professor en hij zei: “Jouw werk in de afgelopen drie jaar staat gelijk aan mijn hele carrière van dertig jaar.” Hij had gelijk. Elke dag voel ik dat ik het zat ben. Maar stoppen is geen optie. De mensen hebben ons dringend nodig.’

 

Een man in kritieke toestand wordt geopereerd in een veldhospitaal in Damascus. © MSF

 

‘Het moet ooit stoppen’

‘Ik weet bijna zeker dat als de oorlog over is, ik stop met mijn medische werk. Iedereen zou dat besluit nemen na het ervaren van de dingen die ik heb ervaren. Ik kijk uit naar het moment waarop deze oorlog voorbij is. Het moet ooit stoppen. En dan kan ik zelf bepalen wat ik ga doen. Dan kan ik mijn leven weer oppakken.’

 

* Namen zijn veranderd.

 

Maart 2015

Sluit zoeken

Zoekveld