© Shannon Jensen

Hepatitis E-uitbraak in Zuid-Sudan

Arts Maarten Dekker werkt in vluchtelingenkamp Batil, 1 van de 4 vluchtelingenkampen in het district Maban in Zuid-Sudan. In alle kampen heerst een uitbraak van hepatitis E.

In vluchtelingenkamp Batil doken de eerste gevallen van hepatitis E op in juli 2012. Toen ik er 10 weken geleden in het kamp aankwam, was het aantal gevallen teruggelopen, waardoor gedacht werd dat het ergste voorbij was. Maar in de voorbije weken zien we weer meer mensen die besmet zijn. 2 weken terug hadden we 271 nieuwe patiënten; vorige week waren dat er al 494. Het aantal opnames in de hepatitis E-afdeling in ons ziekenhuis is ook gestegen, van 16 naar 46 per week. En ook het aantal mensen dat overlijdt aan de ziekte neemt toe. Vorige week stierven er 11 mensen in ons ziekenhuis.

 

Weinig bekend over hepatitis E

Hepatitis E is een ziekte die de lever aantast. Er is verder niet veel over bekend. Ikzelf had nog nooit iemand met de ziekte behandeld voordat ik hier kwam. We proberen momenteel samen met een aantal specialisten een manier kunnen vinden om optimale zorg te kunnen bieden in een situatie en omgeving als deze.

 

Geen vaccin of behandeling

Er is geen vaccin of behandeling voor hepatitis E. We kunnen alleen aan symptoombestrijding doen. Symptomen zijn bijvoorbeeld bloedingen, uitdroging of infecties. Mensen gaan echter dood aan leverfalen en daar kunnen wij niets aan doen. Dat is verschrikkelijk frustrerend. Mensen die door leverfalen veel giftige stoffen in hun lichaam hebben, zijn vaak eerst erg verward en raken daarna in een coma voor 4 of 5 dagen. De overlevingskansen zijn dan 50%. Of ze worden beter of ze sterven.

 

Arts Maarten Dekker aan het werk in vluchtelingenkamp Batil in het noorden van Zuid-Sudan © Corinne Baker/MSF

 

Frustrerend

Ik heb al 20 mensen zien sterven. Als dokter raak je daar helaas aan gewend. Eerst is het erg frustrerend, maar daarna creëer je voor jezelf een soort afstandelijkheid waardoor je er niet te emotioneel bij betrokken raakt. Natuurlijk is het nog steeds belangrijk om je patiënten te leren kennen, zodat je ze begrijpt en zij jou. Maar je probeert daarin een balans te vinden, tussen meeleven en de nodige afstand bewaren. Dat is lastig, maar anders kun je dit werk niet blijven doen.

 

Zwangere vrouwen

Het zijn, gek genoeg, veelal de sterke jongeren die het zwaarst getroffen worden. Jonge mannen en vrouwen, van 20 tot 30 jaar, sterven. Onder de sterfgevallen bevinden zich daarentegen weinig kinderen en ouderen. Over het algemeen kun je zeggen dat 2 van elke 100 patiënten het niet overleeft. Bij zwangere vrouwen is dat percentage hoger: ongeveer 20%. Hoe dat komt? Dat weten we niet. We zien zwangere vrouwen die bevallen en daarna helemaal beter worden. Sommige vrouwen bevallen te vroeg. En sommige vrouwen overleven de bevalling helaas niet.

 

Nabestaanden

Ik heb één keer een heftige emotionele reactie gezien bij nabestaanden. Maar normaal gesproken blijft de familie erg kalm na een sterfgeval. Ze willen gewoon zo snel mogelijk naar huis. Ik weet niet hoe ze het doen, maar binnen enkele minuten zorgen ze ervoor dat er 15 mensen gevonden zijn om het stoffelijk overschot te dragen. Als dat niet lukt, zorgen wij voor een kar. Ik denk dat het vreselijk moeilijk voor ze is om hun familielid in het ziekenhuis te zien sterven en niet thuis. Soms komen familieleden van een overleden persoon naar me toe en zeggen ‘dank je wel, je hebt alles gedaan wat je kon’. Je ziet dan soms de pijn in hun ogen.

 

Best mogelijke zorg

Als arts heb je soms het gevoel dat je faalt. Je bent ergens niet op het juiste moment. Of je gaf niet de juiste behandeling toen dat nodig was. Het gevoel van persoonlijk falen is erg moeilijk om mee om te gaan. Maar nu, bij de bestrijding van hepatitis E, heb ik niet het gevoel dat we meer kunnen doen of dat we fouten maken. We geven de mensen de best mogelijke zorg. Maar toch sterven er mensen.

 

Februari 2013

 

Sluit zoeken

Zoekveld