© Brendan Bannon

'Vertel het niemand'

Dokter Ann Sellberg (30) werkt in een kliniek voor kinderen die hiv-positief zijn, in Epworth, Zimbabwe. Hoewel aids geen doodstraf meer hoeft te zijn, blijkt het stigma nog steeds springlevend.

Dat ondervond Ann zelf op een dag. Voor ons beschrijft zij wat er gebeurde.

 

Groepssessie

Samen met de psycholoog had ik vragen voorbereid en ik had een van onze Zimbabwaanse counselors (die zelf ook hiv-positief is) ingeschakeld om te vertalen. We gingen een groepssessie doen met hiv-positieve tieners en ik zou het eerste interview alleen doen. Ik was nerveus en keek er tegelijkertijd naar uit. Dit zou mijn eerste kans zijn om echt langer met onze patiënten te praten.

 

Gesprek

Het plan was om in de supportgroep, waar ze samen bijeenkomen, te vragen of ze deel wilden nemen aan een groepsgesprek. Maar één meisje stak haar hand op. Ik vroeg de counselor om het nog een keertje te vragen, iets meer aan te dringen. Maar ze zei dat de rest liever buiten voetbal wilde spelen. Dus ik ging samen met haar en het meisje naar een aparte ruimte.

 

11 jaar

'Chir se?' Hoe gaat het met je, vroeg ik haar. 'Chiri bvo', goed, antwoordde ze. 'Makore magani?', hoe oud ben je? 11 jaar. Ze was mooi om te zien. Ze had een vierkant gezicht met een lieve glimlach. Maar wat me vooral raakte was haar blik. Helder en alert, vol kennis over de wereld. Ogen waar geen geluk uit sprak. 'Hoe vind je het om naar de supportgroep te komen?' vroeg ik haar. Het meisje antwoordde in Shona, de lokale taal, en richtte zich tot de counselor. 'Ze zegt dat ze er blij van wordt,' vertaalde ze, 'Ze kijkt er altijd naar uit om hier te komen.' Ik vroeg haar wat ze er precies leuk aan vond.

 

Vergeten

Nu kwam er een waterval aan woorden. Ik dacht dat ze erg verlegen zou zijn, maar ze sprak met vaste stem, zonder aarzeling. Ze vond het leuk om met de andere kinderen te zijn, het deed haar het verleden vergeten, de slechte herinneringen waren even weg. Het deed haar vergeten hoe het thuis was. Dat laatste verontrustte me, dus vroeg ik door over haar familie. De counselor vertaalde Het verraste me niet: ze woonde met haar moeder, stiefvader en 3 stiefbroers- en zussen. Haar vader en de twee oudere kinderen waren gestorven toen zij nog erg klein was.

 

Vechten tegen hiv betekent ook vechten tegen het stigma. Dokter Ann Sellberg met het 11-jarige meisje uit haar hiv-supportgroep, in de kliniek in Epworth, Zimbabwe. © Ann Sellberg/MSF

 

Zwijgen

'Hoe lang weet je al dat je hiv-positief bent?' vroeg ik. 'Toen ze 8 was kwam ze hier naar de kliniek met haar moeder. Ze had zweren over haar hele lichaam. Ze werd getest en toen vertelde haar moeder haar dat ze hiv had. Ze zei: Vertel het niemand, dat is niet goed voor je.' 'Wat deed dat met jou?' vroeg ik het meisje. Het deed haar pijn, het kwetste haar. Ze vroeg haar moeder hoe het kon dat zij het had gekregen, waarom zij? Maar haar moeder kon haar niet antwoorden, ze zei niets.

 

Niets

'Is er nog iemand anders die weet dat je hiv-positief bent?' Haar tante wist het, maar mocht er niet over praten. Ook de kerk en de mensen in de gemeenschap wisten van niets. Ik vroeg haar of ze anders werd behandeld. 'Bij haar tante thuis niet, dan is ze net zoals de andere kinderen. Maar thuis, als er cadeautjes zijn, krijgt zij niets,' aldus de counselor. Het meisje moest wat Engels kennen, want toen de counselor dit vertaalde, sloeg ze een hand voor haar gezicht en begon ze te huilen.

 

Arm

'Kom,' ik wees op de plaats naast me. Ze schoof dichterbij en ik sloeg mijn arm om haar heen. Ze bleef huilen, haar gezicht verborgen in haar handen. 'Zijn er nog andere manieren waardoor je voelt dat ze anders tegen jou doen?' Ze antwoordde weer in het Shona. 'Als haar stiefvader van werk thuiskomt, begroet ze hem, maar hij doet net alsof hij haar niet ziet. Maar hij beantwoordt wel het onthaal van haar zus Julie, en omhelst haar. Als de andere kinderen geld krijgen voor school, krijgt zij niets.' De counselor had de hand van het meisje vast en leefde zichtbaar met haar mee.

 

Nee

'En hoe voel jij je dan?' 'Ze zegt dat ze dan niets doet. Maar soms vraagt ze haar zus voor geld, al is het maar een klein beetje, maar haar zus zegt altijd nee.' Ik vroeg haar of ze dit alles ooit aan iemand heeft verteld. Ze schudde nee.

 

December 2014

 

165 kinderen onder 20 jaar oud startten in 2014 in onze kliniek in Epworth met een aidsremmende behandeling. Slecht een klein aantal daarvan, 8%, zijn jonger dan 15. Epworth is een semi-stedelijk gebied net buiten de Zimbabwaanse hoofdstad Harare. De meerderheid van de inwoners leeft waarschijnlijk net onder de armoedegrens. In de komende maanden zal ons team zich ervoor inzetten dat meer kinderen en jongeren zich kunnen laten testen en indien nodig, een aidsremmende behandeling kunnen krijgen. 

Sluit zoeken

Zoekveld