Het Zaatari kamp in Jordanië. In mei 2013, toen deze foto werd genomen, waren hier 60.000 Syrische vluchtelingen gehuisvest. Bijna 2 jaar later, maart 2015, zijn dat er 100.000. © Enass Abu Khalaf-Tuffaha/MSF

Tussen wal en schip

Drie weken geleden reisde ik door Irak, Jordanië en Turkije. Liever was ik Syrië zelf ingetogen, maar de onveiligheid is er te groot.

Dus bezocht ik onze projecten en teams in de omliggende landen. Projecten die er grotendeels zijn om Syrische vluchtelingen te helpen. Want Syrië is niet alleen de grootste humanitaire ramp van onze tijd, het is ook de grootste vluchtelingencrisis van de laatste decennia. Zó groot, dat het internationale systeem voor opvang van vluchtelingen in zijn voegen kraakt.

 

Ahmed de verpleegkundige

In het Zaatari vluchtelingenkamp in Jordanië kwam ik Ahmed tegen, een jonge verpleegkundige. Hij werkt in ons ziekenhuis voor oorlogsgewonden die vervolgzorg na de operatie nodig hebben. Ahmed komt uit Syrië, is toegewijd en trots op het werk wat hij met Artsen zonder Grenzen doet. Tegelijkertijd is hij getekend door het geweld in zijn geboorteland. Hij lijkt oud voor zijn leeftijd. Hij zei dat hij weinig hoop had voor zijn toekomst en die van zijn familie.

 

Maar hij wil een toekomst met hoop, hij wil léven”

Te zwaar

Zaatari is een redelijk geoutilleerd vluchtelingenkamp, maar het is wél omgeven door hekken en wordt bewaakt door Jordaanse veiligheidstroepen. Het gros van de mensen is werkloos, want banen zijn schaars. De 100.000 vluchtelingen mogen het kamp slechts uitzonderlijk verlaten. Buiten het kamp zijn er weinig mogelijkheden om medische hulp te krijgen want de Jordaanse ziekenhuizen krijgen geen financiële steun meer om Syrische vluchtelingen te behandelen. De Syrische vluchtelingen, die ten minste 15% uitmaken van de totale bevolking, drukken té zwaar op het Jordaanse budget. Je kunt er gevoeglijk vanuit gaan dat deze situatie ook geldt in Turkije, Irak en vooral in Libanon.

 

Uitzichtloos

En dus staat Ahmed voor de vraag wat hij gaat doen met zijn jonge leven. Terug naar Syrië, dat wil hij het liefst. Maar dat is te gevaarlijk en het einde van het conflict is niet in zicht. Zaatari is veilig maar uitzichtloos. Dus overweegt hij om naar Europa te vluchten. Illegaal, want Europa houdt zich bewust ontoegankelijk en geeft voorkeur aan ‘opvang in de regio’, een beleid dat ook betekent dat Syriërs langdurig in vluchtelingen/interneringskampen verblijven.

 

Léven

Ahmed is zich bewust van de gevaren van die tocht. Hij moet zijn lot in de handen van gewetenloze smokkelaars leggen. En er is een gerede kans dat hij wordt afgeperst en gemarteld of zelfs verdrinkt. Dat laatste weet Ahmed want een aantal van zijn vrienden hebben reeds op zee het leven gelaten. Maar hij wil een toekomst met hoop, hij wil léven, niet vegeteren – en dus komt er toch een moment dat hij het gaat doen, met alle risico’s van dien. Wie neemt het hem kwalijk? Ik in ieder geval niet.

 

4 maart 2015


afbeelding van Arjan Hehenkamp Geschreven door: Arjan Hehenkamp
Voormalig algemeen directeur Arjan Hehenkamp vertrok in 1992 op zijn eerste missie voor Artsen zonder Grenzen als logistiek medewerker naar Somalië.
Sluit zoeken

Zoekveld