Een kala-azarpatiënt rust even. © Karel Prinsloo

Een onmogelijk dilemma

Het wijdverspreide geweld in Zuid-Sudan maakt noodhulp bieden in het land uiterst moeilijk. En projectcoördinator Casey moet daardoor soms onmogelijke keuzes maken.

Artsen zonder Grenzen heeft zich moeten aanpassen aan een nieuwe realiteit in Zuid-Sudan. Onze projecten richtten zich eerst vooral op mensen die niet of nauwelijks toegang tot medische zorg hadden. Maar nadat het geweld oplaaide en zich door het hele land verspreidde, bevonden wij ons te midden van een gewapend conflict en moesten wij ons bovenal richten op de slachtoffers van dat geweld.

 

Besluit

Dat vraagt flexibiliteit en vereist moeilijke besluitvorming. Want hoe zet je dezelfde, beperkte middelen nu in? Ga je ervoor om zo veel mogelijk levens te redden? Of houd je een duur chirurgisch programma in stand waarmee je minder patiënten redt, maar wel hulp geeft die niemand anders kan bieden? Een bijna onmogelijk dilemma, want elk leven telt. Maar er moet een besluit genomen worden.

 

Beperkt

In Lankien besloten we ons levensreddende chirurgisch programma voort te zetten. Maar het per vliegtuig overbrengen van patiënten uit verschillende regio’s, zoals we voorheen deden, kon niet meer. Alleen mensen in de directe omgeving konden we nog op deze manier vervoeren, en dan alleen samen met reeds gepland transport van personeel of medische voorraden. Bovendien moesten we die patiënten vooraf duidelijk maken dat zij de reis terug naar huis op eigen houtje moesten maken.

 

De verpleegafdeling van het ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen in Lankien, Zuid-Sudan. © Jerome Starkey

 

Te voet

Maar lange afstanden lopen is in Zuid-Sudan niet ongewoon. Dit is voor een groot deel een landelijke, nomadische samenleving en mensen zijn het gewend om dagen of zelfs weken achter elkaar te lopen. Sinds het conflict begon, worden veel mensen ook daartoe gedwongen. Naar schatting zijn twee miljoen mensen op de vlucht in het land. Zij kruisen te voet het land door om geweld te ontvluchten.

 

Antwoord

Maar wat kon ik mijn huidige patiënten, de mensen die al in het ziekenhuis lagen, vertellen als ze me vroegen wanneer ze terug naar huis gevlogen zouden worden? Het enige antwoord dat ik had, was dat het beleid was aangepast aan een nieuwe situatie. Het ziekenhuis zat vol met mensen die beter waren, maar nergens naartoe konden. Er zat niets anders op dan deze genezen mensen voorlopig te huisvesten in het ziekenhuis.

 

Een vluchtschema is in Zuid-Sudan nooit definitief”

 

Vraag

Ik deed mij best om de jonge en sterke mensen ertoe te bewegen om hun reis te beginnen, wetende dat zij weer gezond genoeg waren om lange afstanden te voet af te leggen. Maar kon ik dat ook vragen van de mensen die van heel ver kwamen, die over rivieren en frontlinies gevlogen waren? En van de meest kwetsbare mensen, mensen met geamputeerde benen, kinderen, vrouwen met kinderen, die een hachelijke, wekenlange tocht voor de boeg hadden?

 

Hulp

Gelukkig bood een andere hulporganisatie aan om ons te helpen met het vervoer van deze kwetsbare mensen. En zo gingen zij in groepjes terug naar hun dorpen – dorpen die veelal geplunderd waren en waarvan veel huizen afgebrand waren. Uiteraard gingen niet alle vluchten zoals gepland. Vluchtschema’s zijn immers nooit definitief in Zuid-Sudan, zeker niet als er gevechten zijn uitgebroken.

 

Lankien, in de deelstaat Jonglei in Zuid-Sudan, vanuit de lucht bezien. Het is, zoals een groot deel van het land, een landelijk, droog gebied. © Karel Prinsloo

 

Overtuigen

En niet elke patiënt wilde terug. Een man die verlamd was geraakt, wilde in het ziekenhuis blijven, ook al konden wij niets meer voor hem doen. Weer moest ik iemand ervan overtuigen toch de reis aan te vangen. Ik overtuigde hem ervan dat er ook medische zorg was in het gebied waar hij woonde. (Maar niet zo goed als hier, benadrukte hij.) Wat ik hem niet vertelde, was dat als Lankien zelf onder vuur zou komen te liggen, hij beter af zou zijn in zijn eigen woonplaats, bij zijn familie.

 

Geen valse hoop

Op een dag liep ik door het ziekenhuis en werd ik ineens bij mijn hand gepakt door een twaalfjarig meisje, Nyapur. Ze vroeg me waarom iedereen naar huis ging en zij niet. Nyapur lag al enkele maanden in het ziekenhuis. Bij aankomst woog zij slechts dertien kilo en moest zij een maagoperatie ondergaan. Inmiddels woog zij 28 kilo. Ik zei dat ik er alles aan deed en dat ik hoopte dat zij snel naar huis kon. Zij stond een week eerder zelfs al gepland voor een vlucht, maar die werd op het laatste moment geannuleerd. Ik wilde haar nu geen valse hoop geven.

 

Ze kon een wijde lach niet onderdrukken”

 

Goede nieuws

Het lukte om Nyapur op een nieuwe vlucht te krijgen. En een dag voor vertrek vertelde ik haar het goede nieuws. ‘Maar ik zal je verschrikkelijk missen!’ zei ze lachend. Ik deelde het nieuws ook met de patiënten die Nyapur zouden vergezellen in het vliegtuig. Een man die een arm en een been had verloren en zwaar depressief was geraakt. Hij was zichtbaar opgetogen toen hij vernam dat hij naar huis kon. En een vrouw die, zeven maanden zwanger, in haar hoofd was geschoten. De motoriek aan één kant van haar lichaam was ernstig aangetast, maar ze kon lopen en was inmiddels bevallen van een gezonde zoon. Ook zij kon een wijde lach niet onderdrukken toen zij het nieuws vernam.

 

‘Mijn’ patiënten

Deze baan kent zo veel moeilijke, zware momenten. Frustraties, miscommunicatie, plannen die in het honderd lopen, verzoeken waar je niet aan tegemoet kunt komen, de eindeloze noden van een bevolking onder vuur. En juist daarom wilde ik ‘mijn’ patiënten nu persoonlijk op het vliegveld zetten. Ze waren al op me aan het wachten toen ik aankwam bij de landingsbaan. Ik hielp ze één voor één aan boord, omhelsde ze, zorgde ervoor ze goed in hun stoel zaten en zwaaide ze ten slotte uit. Daar gingen ze. En ik voelde hun vreugde en opluchting alsof ik zelf in dat vliegveld zat.

 

April 2015

Sluit zoeken

Zoekveld