Ebola-overlever Augustine Kargbo in de Artsen zonder Grenzen ebolakliniek in Bo, Sierra Leone, op de dag dat hij ontslagen zal worden.  © Anna Surinyach

Knokken voor hun leven

afbeelding van Erna Rijnierse

Erna Rijnierse

tropenarts en lid van het noodhulpteam

Toen ik in Bo, Sierra Leone, aankwam was het er bijzonder druk. Het team had er net bedden bijgezet. Ambulances kwamen aan met 7 of 8 mensen erin; van wie sommigen al waren overleden.

In een van de eerste dagen deed ik een ronde in de ebolakliniek. Ik zocht een ukkepukje waar ik wat speeltjes voor had. Die was overleden, de tweede patiënt en de derde ook. Binnen 20 minuten. Ongelooflijk, niet normaal. Dat weegt op mensen, dat woog op ons allemaal. Ook omdat je niet altijd begrijpt waarom iemand ineens overlijdt. Dat roept vragen op en leidt tot frustratie.

 

Genezen kan niet

In mijn opleiding tot tropenarts heb ik over ebola geleerd dat je er niet van kunt genezen. Het enige wat je kunt doen is het lichaam verzorgen; mensen zo sterk maken dat ze het virus te boven komen. 'Niet opgeven, blijven knokken,' zeiden we. Dat had hen erdoorheen getrokken, vertelden ze ons later. Als mensen sterven, geef je hen een zo'n pijnloos mogelijke dood, zodat ze niet meer dan nodig is lijden. Morfine én aandacht, dat is voor mij, vanuit menselijkheid, het minste wat je kunt doen.

 

Erna: 'Als iemand het had gered, werd dat uitbundig gevierd met trommels, muziek. Soms stond ik dan net bij iemand die net was overleden. Het contrast was zo groot.' © Anna Surinyach

 

Starende blik

Als ze ernstig ziek zijn, raken ze in de war, psychotisch. Een soort starende blik, zonder iets te zien. Ze worden motorisch onrustig en gaan zwerven zoals je dat ook bij mensen met vergevorderde dementie ziet. Vaak trof je ze in andermans bed aan.

 

Onvoorspelbaar

De ziekte is erg onvoorspelbaar. Een meisje zat ineens rechtop en wilde eten. We gaven haar een lepel en een bord met haar maaltijd. Ik wachtte nog even om te kijken of het lukte. 5 minuten later ging ik weer bij haar kijken: lag ze op de grond met opengesperde ogen. Dood.

 

Eenzaam

Wat ik zelf het moeilijkste vind is dat mensen alleen sterven, eenzaam. In Afrika is het de gewoonte dat een familielid bij de zieke blijft, die hem of haar wast, verzorgt, eten en aandacht geeft. Dat maakt het draaglijker voor de patiënt. Maar dat is niet mogelijk als het om ebola gaat. En ik zal Sam nooit vergeten. Een jochie dat zijn vader aan ebola had verloren en enorm aan zijn moeder hing. Zij overleed. Sam wilde alleen nog maar met zijn gezicht voorover op de betonnen vloer liggen. Om dan die moeder weggedragen te zien worden… Dat brak mijn hart.

 

Geen stethoscoop

Als arts moest ik het zonder de instrumenten stellen die ik gewend ben. Ook je oren zijn bedekt in je PPE-pak, je beschermingsuitrusting, dus je hebt geen stethoscoop. Als arts voelde ik mij naakt zonder. Ik moest dus kijken naar hoe iemand adem haalde. We hadden zelfs geen bloeddrukmeter en in het laboratorium konden ze geen elektrolyten, de zouten in het bloed als natrium en kalium, meten. Je had minder mogelijkheden met een patiënt.

 

1 uur

Je hebt ook maar maximaal 1 uur om met je patiënten in de hoge-risicozone door te brengen. Je pak moet ebolabestendig - en dus waterbestendig - zijn, en is dus niet ademend. Overdag met 47 graden Celsius is dat écht héél warm en je gaat zweten. Geen vierkante millimeter van je huid is onbedekt, je mondmasker wordt als een natte lap over je mond, zo moet het 'waterboarden' waarmee ze mensen martelen voelen denk ik. Je hebt het superbenauwd. Moeilijke handelingen, zoals een infuus prikken of bloedafname, moet je in de eerste 20-30 minuten doen als je binnen bent, daarna beslaat je bril. Normaal als er 70 patiënten in een kliniek zijn kan ik zo lang blijven als ik wil en ben ik veel meer met de mensen bezig, nu moest ik ook bezig zijn met mijn eigen veiligheid.

 

Erna: 'Onze Sierra Leoonse collega's zien hun eigen familie, vrienden en bekenden de kliniek ingaan. Ze worden gemeden vanwege hun werk. Voor mij zijn zij de echte ebolahelden, de moedige mensen van het jaar.' © Anna Surinyach

 

Infusen

Normaliter als iemand heel ziek is, braakt en/of diarree heeft en daardoor niet oraal ORS kan krijgen tegen uitdroging, dienen we die persoon een infuus met ringers, een vloeistof waaraan mineralen en zouten zijn toegevoegd, waaraan we extra suiker toevoegden. Of, bij kaliumtekort, met kalium. Maar omdat mensen verward zijn en konden gaan zwerven met hun infuus is dat gevaarlijk: voor hen en voor anderen. De paal waar het infuus aan hangt heeft spijkers. Als het infuus losraakt, loopt hun – zeer besmettelijke bloed dat niet stolt, want dat is wat ebola met je doet – eruit. Dus elk infuus moest worden afgedopt, dichtgedraaid, aan het einde van een dienst en weer opengezet aan het begin van een dienst.

 

Risico's

Het juist doseren van een mineraal als kalium, wordt veel moeilijker omdat je in feite telkens bolussen, stoten, geeft. Te hoog kaliumgehalte is niet goed, te laag ook niet en beide zijn dodelijk. En we hadden geen controlelaboratorium. Dan is er het opgetelde risico voor het prikken van een infuus: des te meer infusen je bij mensen prikt, des te hoger de kans dat je een fout maakt. In dit geval zou dat betekenen dat je jezelf met ebola besmet.

 

Maximum

En het was tijdsintensief: ik moest van tevoren een infuus voorbereiden, want scherpe voorwerpen als een schaar en glas zijn in principe verboden in de kliniek vanwege het besmettingsgevaar. Ik moest zorgen dat iemand oplet of er geen kind rennend tegen me op zou botsen. En ik wilde het liever alleen doen, want ik wilde er niet voor verantwoordelijk zijn dat ik een collega had besmet. Elk infuus kostte daarmee relatief meer tijd. En 's nachts was het risico dat het fout ging, te groot. Met onze capaciteit, mensen en beschikbare tijd konden we maximaal 8 tot 10 mensen tegelijkertijd aan een infuus hebben.

 

De hoge-risicozone in de Artsen zonder Grenzen ebolakliniek in Bo, Sierra Leone. De nachtdienst duurt van 8 uur 's avonds tot 8 uur 's ochtends. © Anna Surinyach

 

Leercurve

Ebola is niet nieuw op zich, maar deze grote getallen wel. Bij vorige uitbraken hadden we niet meer dan 20 ebolapatiënten tegelijkertijd in een kliniek, nu soms meer dan honderd. Binnen de mogelijkheden die we hadden hebben we zoveel en zo goed mogelijk gedaan als we konden. Als je me nu vraagt: had ik eerder een uitgebreid lab willen hebben? Dan zeg ik: ja. In de kliniek wil Artsen zonder Grenzen nu mobiele labkastjes uitproberen. En zijn er klinische onderzoeken gaande met experimentele medicijnen. Maar zoals ik het zie, moesten we op dat moment kiezen tussen bedden of extreme intensieve zorg voor veel minder patiënten. Wij hebben ervoor gekozen om zoveel mogelijk mensen te isoleren om verdere verspreiding tegen te gaan en zoveel mogelijk mensen medische zorg te bieden.

 

Knokken

Binnen knokken de mensen voor hun leven, buiten is er ineens de realiteit. De 'ontslagdouche' die ze voor vertrek krijgen kun je bijna een overgangsrite noemen. Want dan beseffen ze zich ineens: ik kan wel naar huis, maar mijn vrouw en 3 kinderen zijn overleden. Dát individuele leed is mijn grootste frustratie. Ik denk aan een tweeling, een jongen en een meisje van 23 jaar oud. Ze kwamen samen lopend binnen. Dezelfde middag dat ze was opgenomen, overleed het meisje. Ondanks alle infusen, alle vloeistoffen die ze gekregen had.De jongen was totaal ontredderd, hij wist dat zijn familie hem de schuld gaf dat zij besmet was geraakt, dat ze zijn bestaan negeerden en alleen naar haar vroegen. Hij heeft zijn zus zien sterven en voelde zich daar enorm schuldig over. 8 uur later overleed hij ook. Dat hij zo moest sterven, met die gevoelens.

 

Bekijk de video die Erna maakte over haar werk in Sierra Leone.

 

Februari 2015

 

Erna heeft 8 weken in Bo, Sierra Leone gewerkt.


afbeelding van Erna Rijnierse Geschreven door: Erna Rijnierse
Tropenarts Erna werkt al sinds 2007 voor Artsen zonder Grenzen. Ze heeft in Zimbabwe, Zuid-Sudan, Jordanië en tal van andere landen gewerkt.
Sluit zoeken

Zoekveld