Terugblik op ebola

afbeelding van Evita Looijen

Evita Looijen

verpleegkundige en medisch teamleider

Het is woensdagochtend. Ik ben wakker geworden in een comfortabel bed. Ik heb een warme douche kunnen nemen, zonder eerst een familie van kakkerlakken uit de badkamer te hoeven jagen.

Vervolgens heb ik genoten van bruine boterhammen met kaas en een kop goede koffie.

Ik ben weer thuis.

 

Computerscherm

Het lijkt maanden geleden dat ik hier vertrok. Ik staar naar m'n computerscherm en probeer de woorden te vinden om de afgelopen weken te beschrijven. Is het me gelukt om m'n reflexen in bedwang te houden?

 

Moeder en zoon

Ik zou 'ja' willen zeggen, maar dan schiet me een verhaal te binnen. Het verhaal van de jonge moeder die ebola overleefde, maar 2 dagen later met haar 1 jaar oude zoontje voor het hek stond. Hij heeft de symptomen en ze bracht hem naar ons. Omdat zijzelf (tijdelijke) immuniteit heeft opgebouwd voor ebola vraagt ze ons of ze bij haar zoontje mag blijven om voor hem te zorgen. 

 

Ik ben niet bang om een huilend kind op te tillen en al wandelend en liedjes zingend het in slaap te sussen”

 

Huilend

Als ik de volgende dag tijdens mijn ronde even bij ze kom kijken is ze net klaar met eten geven. Haar zoontje heeft goed gegeten en gedronken en ligt nu heerlijk te slapen. Moeder en ik zijn tevreden en ik vervolg mijn ronde langs de andere kinderen. Nog geen 10 minuten later komt de moeder huilend en schreeuwend op me afgerend: 'Hij ademt niet meer!!' Ik kan het niet geloven en loop zo snel mogelijk terug. 'Snel' is verboden als je in je beschermingsuitrusting, je PPE, in de hoge-risicozone bent, schreef ik al in mijn eerste verhaal. Bij het bed aangekomen blijkt de moeder gelijk te hebben. Haar zoontje is overleden. Mijn eerste reflex is dat ik het kind wil oppakken. Nog net op tijd bedenk ik me: het lichaam van iemand die aan ebola is overleden is het gevaarlijkst. Ik kijk nog even naar hem en roep dan het hygiëneteam op om het lichaam naar het mortuarium te brengen.

 

Bang?

In mijn eerste verhaal vroeg ik me af hoe ik me moest voorbereiden op het werken in een omgeving waarin iedereen een potentiële bedreiging voor besmetting is. Naar aanleiding daarvan vroegen veel mensen me of ik wel eens bang was. Ik zou 'nee' willen zeggen. Ik voel me veilig in mijn PPE en ga het liefst zo vaak als mogelijk en toegestaan is de hoge-risicozone in. Ik ben niet bang om de patiënten aan te raken. Ik ben niet bang om een huilend kind op te tillen en al wandelend en liedjes zingend het in slaap te sussen.

 

Ongemakkelijk

Maar dan herinner ik me de middag dat ik even vrij ben en naar de supermarkt kan. Ik stap voor de deur van de supermarkt uit de Artsen zonder Grenzen auto en ineens krijg ik de zenuwen: geen chloorwater voor de ingang van de supermarkt, een groep straatkinderen komt op me afgerend en ook in de supermarkt ziet het er druk uit. Wie zijn deze mensen en hebben ze contact gehad met een ebolapatiënt? Zijn ze een bedreiging voor me? Waarschijnlijk niet. Maar toch voel ik me ongemakkelijk. 

 

Ze hebben geen vrouw of moeder meer, ze zijn straatarm, maar ze hebben elkaar nog”

Kleine Dave

Voor vertrek vroeg ik me af hoe het zou zijn om voor mensen te zorgen die een niet te behandelen ziekte hebben. Zou ik gefrustreerd raken, me machteloos voelen, boos en verdrietig zijn? Ja, vaak wel, weet ik nu. Maar ik heb ook de intense vreugde meegemaakt. Zo was er bijvoorbeeld kleine Dave. Een 4-jarig jochie met de liefste glimlach van de wereld. Zijn moeder was verpleegkundige in een lokale kliniek en zo is zij besmet geraakt en overleden. Haar man en zoontje werden ook ziek en helaas beiden in een verschillende ebolakliniek opgenomen. Tegen alle verwachtingen in overleven zowel vader als kleine Dave het virus. De intense vreugde op de gezichten van vader en zoon als ze elkaar weer zien is onbeschrijflijk. Ze hebben geen vrouw of moeder meer, ze zijn straatarm, maar ze hebben elkaar nog. De vreugde en liefde die ze uitstralen geven me een beetje hoop.

 

Open armen

In mijn eerste verhaal schreef ik over het belang van een sterk thuisfront. Als halverwege mijn missie de emoties rondom ebola in 'het westen' hoog oplaaien, blijft mijn thuisfront rustig en luisteren ze geduldig naar al mijn woede en frustraties over de onterechte behandeling van een van mijn internationale collega's. Bij terugkomst ben ik letterlijk met open armen ontvangen, ik word door niemand ontweken, vriendinnen willen het liefst zo snel mogelijk afspreken om bij te kletsen. En nu ik de tijd heb om alle reacties op mijn verhalen te lezen, voel ik me overweldigd door de hoeveelheid lieve, mooie, bemoedigende en hartverwarmende woorden van zo veel mensen die ik niet eens ken.

 

De verhalen zijn nog niet uitverteld. Terwijl ik hier in mijn knusse, warme huis zit, zijn er nog steeds mensen hard aan het werk om de ebola-uitbraak onder controle te krijgen. Ik ben weer thuis en dat is heerlijk. Maar om eerlijk te zijn: ik kan niet wachten om weer terug te gaan.

 

November 2014

 


afbeelding van Evita Looijen Geschreven door: Evita Looijen
Evita werkte jarenlang als intensivecareverpleegkundige in Utrecht, maar het was altijd een droom van haar om voor Artsen zonder Grenzen te werken. Inmiddels heeft zij al meerdere missies gedaan.