19 maart 2015, Jemen: Artsen zonder Grenzen behandelt gewonden in Aden nadat die dag de gevechten begonnen tussen troepen loyaal aan president Hadi en troepen die voormalig president Saleh steunen. Zij behandelden 600 mensen in ruim 2 weken.

Werken én leven in een ziekenhuis in Aden

afbeelding van Husni Mansoor

Husni Mansoor

verpleegkundige en teamleider

Husni Mansoor geeft leiding aan het team van verpleegkundigen in ons chirurgisch ziekenhuis in Aden, Jemen. ‘Ik ben verdrietig om wat er met mijn stad gebeurt.’

Ik leef in het ziekenhuis sinds de gevechten begonnen in maart. Ik heb het ziekenhuis sinds die tijd twee keer verlaten. Eén keer om een patiënt over te brengen naar een ander ziekenhuis voor specialistische zorg. Eén keer om de begrafenis van een goede vriend bij te wonen.

 

Ongeluk

Hij werkte als administrateur in een lokaal ziekenhuis, maar gaf ook eerste hulp aan gewonden. Hij was op een dag een gewonde patiënt naar het ziekenhuis aan het brengen. De open pick-up-truck die zij gebruikten – er waren geen ambulances – ging veel te snel. Mijn vriend viel uit de wagen en raakte ernstig gewond. Hij bezweek later aan zijn verwondingen.

 

Geen afscheid

Mijn gezin heeft Aden verlaten. Ik heb geen afscheid van hen kunnen nemen. Ons oude huis is slechts drie kilometer van het ziekenhuis, maar ik kan er niet heen om te kijken of het nog overeind staat. Ik heb vernomen dat de buurt is geraakt door bommen, maar meer weet ik niet.

 

Husni (helemaal rechts) en zijn collega’s voeren overleg in het chirurgisch ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen in Aden, Jemen. © MSF

 

Routine

Mijn routine bestaat uit werken, eten en rusten wanneer dat kan. Het komt vaak voor dat ik niet aan slapen toekom, omdat er weer nieuwe patiënten worden binnengebracht. En die blijven komen. Ondanks dat lang niet iedereen het ziekenhuis weet te bereiken. Vanwege de onveiligheid of omdat zij het transport niet kunnen betalen. De prijzen zijn sinds de gevechten omhoog geschoten. Essentiële bestaansmiddelen zijn schaars geworden. Brandstof, voedsel, water. Mensen staan in lange rijen met jerrycans om water bij nog werkende waterpunten te halen. En dat terwijl de hete zomer is begonnen. Het wordt elke dag warmer.

 

Angst om gevechten

Onze grootste angst is dat de gevechten te dicht bij het ziekenhuis komen. Regelmatig, als het geweld in de buurt toeneemt, gaan we naar de kelder van het ziekenhuis. Maar niet zomaar. We moeten eerst de patiënten die in bedden bij het raam liggen, verplaatsen naar een veilige plek. Dat is al vaak gebeurd. We horen geweerschoten, mortiervuur en luchtaanvallen. De ramen van het ziekenhuis zijn al vaak gebroken. Verdwaalde kogels zijn naar binnen gevlogen. Gelukkig is er nooit iemand gewond geraakt nadat ze al in het ziekenhuis zijn.

 

Van een wapenstilstand hebben we hier niet veel gezien”

 

Familie verloren

Sommige collega’s hebben familieleden verloren. Een vader, een broer, een vriend. Soms verlaten medewerkers het ziekenhuis om te kijken hoe het met hun familie gaat en horen we vervolgens dagenlang, of soms zelfs wekenlang, niets van hen.

 

Pijn vergeten

Ik heb geen idee hoe lang deze situatie zal duren. We hebben berichten vernomen over een wapenstilstand. Maar daar hebben we hier in Aden nog niet veel van gezien. Ik ben verdrietig om wat er in en met mijn stad gebeurt. Een vriend van me vertelde dat ik mijn ogen niet zal geloven als ik naar de wijk Crater zal gaan. Deze wijk is mijn favoriete plek in Aden en ik heb er veel mooie herinneringen aan. Ik durf er niet heen te gaan. We moeten de pijn nog even vergeten. En we moeten onszelf blijven motiveren om door te gaan met ons werk, het bieden van medische zorg aan onze patiënten.

 

Mei 2015. Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in The Guardian op 22 mei 2015.

Sluit zoeken

Zoekveld