Een goede arts zijn

afbeelding van Josine Blanksma

Josine Blanksma

tropenarts

Na het enigszins angstaanjagende verhaal van vorige keer en ondanks allerlei gedoe in Goma (400 km ten noorden van hier), kan ik gelukkig zeggen dat de situatie hier tot rust gekomen is. Baraka ligt er weer vredig bij… Maar goed ook, want nu kan ik volledig mijn aandacht richten tot waarvoor ik hier uiteindelijk gekomen ben: aan de slag!

 

Op een normale werkdag wandel ik ‘s ochtends rond acht uur door het golfplaten poortje het ziekenhuis binnen. Ik zoek mijn Congolese collega’s op (overdag zijn we meestal met z’n drieën) waarmee ik, na het ochtendrapport met de verpleegkundigen, onderling de verschillende afdelingen verdeel om visite te lopen. Meestal loop ik eerst nog even binnen op de Soins Intensifs waar de ziekste kinderen liggen. In dit gebouwtje staan 12 bedden opgesteld, waarvan ongeveer de helft beschikking heeft over zuurstof. Sommige bedden worden door 2 kinderen (plus vader of moeder) gedeeld. Behalve de beschikking over een zuurstofbrilletje, betekent ‘intensive care’ hier voornamelijk dat elk uur de hartfrequentie, ademritme en temperatuur wordt gemeten, dus dat de patiënten extra in de gaten gehouden worden.

 

Het scala aan ziektebeelden wat ik hier in de afgelopen maand voorbij heb zien komen is ongelooflijk: veel comateuze kinderen met hersenvliesontsteking, hersenmalaria, ernstige bloedarmoede, epileptische aanvallen en sepsis. Maar ook extreme prematuren, door diarree uitgedroogde of totaal ondervoede kinderen waarbij alle orgaanfuncties zijn uitgevallen, slangenbeten met amputaties tot gevolg en brandwonden tot 80% van het lichaamsoppervlak. En dan heb ik het nog niet over alle schotwonden op de chirurgie-afdeling na de gevechten 3 weken geleden…

 

Ondanks al die eindeloze ellende heerst er meestal een vrolijke en soms een gezapige, verveelde sfeer onder het personeel in het ziekenhuis. De verpleegkundigen zijn de situatie gewend, weten niet anders. Hetzelfde geldt voor mijn collega-artsen. Soms probeer ik mij voorstellen wat er zou gebeuren als een van bovenstaande patiënten zich in een Nederlands ziekenhuis zou presenteren: een heel team van specialisten zou klaarstaan, allerlei aanvullende onderzoeken zouden uit de kast worden getrokken, de patiënten zouden in een smetvrije kamer onder monitorbewaking worden opgenomen. Hier liggen ze dicht op elkaar op groezelige matrassen. Vrij snel en zonder overal uitgebreid bij stil te staan, wordt er visite gelopen langs de bedden. Erg veel tijd is er ook niet, want er liggen meestal zo’n 180 patiënten in het ziekenhuis en dan is 3 artsen om visite te lopen langs alle bedden + alle spoedoperaties en keizersneden te doen niet veel!

 

En dan mijn rol in het geheel… Temidden van alle misère, lijden, onhygiënische toestanden, lawaai en chaos probeer ik zo hard als het kan mijn hoofd koel te houden. Me niet te laten beinvloeden door de onverschillige houding van anderen. Mijn medisch ethos hoog te houden: ondanks het gebrek aan techniek af te gaan op goed lichamelijk onderzoek; ondanks taalbarrières toch iets van een zinvolle anamnese te doen; in plaats van direct van het meest voor de handliggende uit te gaan toch differentiaal diagnoses te blijven maken. Maar ook proberen iedereen steeds aan te spreken op goede ondersteunende zorg en zelf het goede voorbeeld te geven: handen wassen na iedere patiënt, adequate pijnstilling geven als je ziet dat iemand dat nodig heeft, onderkoelde patiënten onderstoppen onder dekens met als het kan een warme kruik… etc etc

 

Ik beschrijf nu zoals ik het zou willen doen. Maar helaas lukken mij ook de meest simpele dingen niet altijd. Ook ik merk dat ik soms onverschillig word, door alle chaos essentiële dingen over het hoofd zie, niet altijd zorgvuldig ben en niet altijd de moeite neem om steeds weer elk gebrek aan basiszorg aan de kaak te stellen. Andere momenten word ik gewoonweg overvallen door een algeheel gevoel van machteloosheid. Maar hoe afschuwelijk ook, je went aan het lijden, de rotzooi en aan het feit dat de grens tussen leven en dood vaak flinterdun is, vooral bij die meest kwetsbare kleine patiënten. Voor je er ook maar bij hebt kunnen stilstaan word je alweer afgeleid door nieuwe problemen die zich aandienen en die je ad hoc moet oplossen. Tussen alle bedrijven door moet je een beetje een relatie op te bouwen met de mensen om je heen, wil je ze ook credits geven en niet steeds als een gefrustreerde boeman rondlopen die een kritische vraag stelt bij elke handeling die gedaan wordt.

 

Kortom: een goede arts zijn, een van de grootste uitdagingen op dit moment! Het is hard zoeken naar de balans: vriendelijk en professioneel blijven, multi-tasken, prioriteiten stellen, soms dingen loslaten maar tegelijk trouw blijven aan mijn eigen normen en waarden en daarmee blijven vechten tegen het onverschilligheidsvirus. En dat alles op een cultureel sensitieve manier. Oh en niet te vergeten: in het Frans…..

.…ik worstel nog even verder!

 

Sluit zoeken

Zoekveld