Eikels op het dak

afbeelding van Josine Blanksma

Josine Blanksma

tropenarts

Het is 5 uur ‘s ochtends als ik wakker word van ploppende geluiden. Eerst denk ik nog heel naief dat het de eikeltjes zijn die op het golfplaten dak vallen, maar als ik in de verte gegil en geschreeuw hoor en de ploppen zich steeds luider en sneller opvolgen, dringt het tot me door: geweerschoten! Nog in mijn pyjama ben ik in enkele stappen in de zogenaamde ‘safe room’. Dit is een raamloze kamer van ongeveer 7m2 in het midden van ons gezamelijke huis. De instructies zijn dat we in deze kamer moeten schuilen indien er buiten gevochten wordt, zodat niemand per ongeluk geraakt kan worden door een verdwaalde kogel. Binnen enkele minuten druppelen alle 14 aanwezige expats met nog slaperige hoofden binnen.

 

De projectcoordinator blijft kalm en geeft duidelijke instructies. Terwijl we met zijn allen op de grond bij elkaar zitten, luisteren we stilletjes naar de angstaanjagende geluiden en soms oorverdovende knallen op straat. Via radio en telefoon wordt contact onderhouden met ons personeel in het ziekenhuis en het coordinatieteam in de hoofdstad. Een aantal uur later zijn de geluiden weggestorven. Enkele expats, inclusief ikzelf, zijn zelfs even in slaap gevallen. We mogen weer uit onze schuilkamer komen om onze benen te strekken. Wel moeten we voorlopig nog binnenblijven totdat het zeker is dat de situatie echt veilig is.

 

De rest van de dag heerst er een bedompte sfeer. De meeste van mijn collega’s hebben nog nooit zoiets meegemaakt. Ik ook niet. Gelukkig is niemand in paniek geraakt, maar iedereen is toch wel aangedaan door de plotselinge omslag. Het stadje hier doet op het eerste gezicht zo vriendelijk, ja zelfs vredig aan. Al meer dan een jaar hebben zich niet dit soort incidenten voorgedaan in deze regio. Maar het blijft een conflictgebied in Oost-Congo waar rebellen-groepen soms onverwacht de aanval openen op het leger (die hier in het stadje de scepter voert). Onvoorspelbaar. Artsen zonder Grenzen zit hier niet for niets!

 

Dat blijkt ook de dagen erna: in het ziekenhuis arriveren verschillende patienten met schotverwondingen. De meeste slachtoffers zijn vrouwen die per ongeluk geraakt zijn door een rondvliegende kogel. Een 50-jarige vrouw heeft het maar ternauwernood gered: een kogel ging aan de rechterzijde van haar hals naar binnen en kwam er door haar linkerschouder weer uit, een mirakel dat geen essentiele organen geraakt zijn. Ik hoor mijn Congoleze collega ‘Dieu est grand!’ prevelen, terwijl hij de eerste hulp verleent. We stabiliseren de patienten en verzorgen de wonden. Sommige patienten plaatsen we per helicopter of boot over naar de hoofdstad. Op de vrouwenafdeling vind ik nadien ook twee patienten opgenomen met als diagnose ‘crise emotionel’. Een vrouw ligt nog trillend als een rietje in bed, benen opgetrokken en gezicht naar de muur. Als ik haar aanraak schrikt ze. Van de verpleegkundige hoor ik dat ze in een soort angstige psychose-toestand werd opgenomen na het schieten. Ik kom er niet precies achter wat er gebeurd is. Gelukkig hebben we een lokale ‘psychosocial worker’ in dienst, die meestal iets verder komt met gesprekken in de lokale taal.

 

Vanwege het vroege tijdstip waren er geen expats in het ziekenhuis aanwezig toen het schieten begon. Tijdens dit soort gebeurtenissen is de instructie om te blijven op de plaats waar je bent en een veilig onderkomen te zoeken. Dit betekent het liefst binnen (enkele) muren en zo laag mogelijk bij de grond. Het ziekenhuis is omgeven door een dikke muur. En aangezien de patienten en de nachtploeg van verpleegkundigen tijdens de betreffende ochtend konden schuilen in de betonnen gebouwtjes waarin de verschillende afdelingen zijn gesitueerd, is er gelukkig niemand gewond geraakt. Wel vertelde een bewaker dat een kogel vlak langs zijn hoofd suisde en hem op een haar na raakte... Een arts die thuis was, vertelt mij hoe hij zich op het moment van onheil biddend verschuilde onder zijn bed. Ook voor hem blijft het steeds weer een angstige ervaring, hoewel hij het al zo vaak heeft meegemaakt.

 

Inmiddels is het alweer ruim een week geleden dat bovenstaande zich heeft voorgedaan. De orde lijkt hersteld: Baraka ligt er weer bij alsof er niks gebeurd is… Op mij heeft het hele gebeuren behoorlijke indruk gemaakt. Toch ben ook ik weer overgegaan tot de orde van de dag. Het hoort op een of andere manier allemaal bij het leven hier. Artsen zonder Grenzen is goed voorbereid op dit soort situaties, dat blijkt wel weer: safe room, protocollen, communicatie-kanalen, voedselvoorraden en in het allerergste geval evacuatieplannen.. Alles ligt klaar en wordt goed gecoordineerd door de personen die hier verantwoordelijk voor zijn. Ik heb vertrouwen in dat systeem en probeer m’n energie vooral te richten op mijn taak, die al groot genoeg is: samen met al mijn collega's hier zorgen voor een zo optimaal mogelijke medische zorg voor alle patienten in het ziekenhuis.

 

Tot zover uw correspondent vanuit het surrealistische Baraka... Volgende keer hopelijk een vrolijker verhaal!

 

Sluit zoeken

Zoekveld