Zorg voor de allerkleinsten

afbeelding van Josine Blanksma

Josine Blanksma

tropenarts

Af en toe loop ik visite op de neonatologie afdeling. Hier worden alle zieke of te kleine pasgeborenen babies opgenomen. Het is een donkere zaaltje midden op het ziekenhuisterrein. Geen couveuses, plastic baby-kribbes of blauwe foto-therapie lampen hier. De steriele atmosfeer die zo kenmerkend is voor elke neonatologie afdeling in Nederland, is hier ver te zoeken…

 

Om tocht te voorkomen heeft het gebouw geen ramen. Aan het plafond hangen twee peertjes die een zwak schijnsel geven over de negen bedden die dicht op elkaar staan. De meeste bedden worden door twee vrouwen gedeeld, vaak jonge moeders van nog geen 20 jaar oud. Met het voeteneinde liggen ze naar elkaar toe, bundeltjes babies ertussen. De kinderen liggen ingepakt in heel veel dikke lagen (vaak hilarisch grote) kleren. Boven de bedden hangen muskietennetten verfrommeld in elkaar geknoopt. Aan het ijzeren bedframe van elk bed hangen met tape de witte vellen papier met daarop de ‘vitale parameters’: temperatuur, hartslag en ademhalingsfrequentie. Elke 3 uur worden deze waarden opgemeten en opgeschreven door de verpleegkundige. De wat norse vrouw zit aan een krakkemikkige tafel bij de deuropening. Op de tafel liggen wat rommelige stapels papier en staat een ouderwetse weegschaal waarop de schepsels elke dag gewogen worden. In de hoek staan twee plastic emmers met een kraan eraan gemonteerd: een met drinkwater voor de moeders en een met water om de handen te wassen. Een zeepje ter grote van een dobbelsteen ligt ernaast.

 

In het licht van de deuropening neem ik samen met de verpleegkundige de gele kartonnen dossiers van de babies door. De meesten zijn opgenomen met een infectie en krijgen standaard een week antibiotica door het infuus. Verder liggen hier vaak babies met diarree en uitdrogingsverschijnselen, neurologische problemen (vaak zuurstoftekort direct na de geboorte) en kinderen met een te laag geboortegewicht. Er is op deze afdeling geen beschikking over zuurstofapparaten, dus als een baby ademhalingsproblemen heeft moet het worden overgeplaatst naar de intensive care. In de korte tijd dat ik hier ben, heb ik hier ook een aantal zeldzamere diagnoses voorbij zien komen zoals een baby met een waterhoofd, een ander met een open ruggentje en een derde met een hazenlip. In Baraka hebben we niet de specialistische zorg om deze patienten zelf te behandelen, maar we kunnen ze wel helpen met een verwijzing en transport naar een groter ziekenhuis 1 of 2 dagen reizen hiervandaan. Wij hebben contact met een Congoleze chirurg die daarginds bepaalde operaties gratis uitvoert.

 

De babies met een te laag geboortegewicht liggen helemaal achterin. De meesten zijn geboren met een gewicht tussen de 1000 en 1500 gram, waarbij ze in de eerste levensweek vaak nog een paar honderd gram extra afvallen… Hoewel babies met zo’n gewicht in Nederland vaak veel te vroeg geboren zijn en aan allerlei toeters en bellen liggen, is dat hier niet het geval. Andere factoren liggen ten grondslag aan het lage geboortegewicht: ondervoeding, ijzergebrek of steeds terugkerende infecties bij de moeder tijdens haar zwangerschap. Beetje bij beetje proberen we de kinderen op gewicht te krijgen door borstvoeding te stimuleren en daarnaast extra melk bij te geven. De bekers van de moeders worden elke 3 uur bijgevuld, waarna ze voorzichtig proberen de melk in het mondje van hun baby naar binnen te lepelen. Een enkele baby krijgt de voeding via een maagsonde. Op maagsondes rust helaas een groot taboe: deze hebben de reputatie alleen gegeven te worden als een patient in een terminaal stadium is. Het kost mij dan soms ook heel wat overredingskracht om moeders te overtuigen dat hun 1kg kleine muppet echt een sonde nodig heeft om te groeien omdat hem dat niet op eigen houtje zal lukken!

 

De sfeer op deze afdeling is altijd erg opgewekt en intiem. Met name de moeders van die allerkleinste babies liggen vaak wekenlang opgenomen. Ze gaan pas met hun kind naar huis als het een gewicht van minstens 2kg heeft bereikt. De moeders kennen elkaar dan ook door en door en ook ik leer ze steeds beter kennen. Privacy bestaat hier niet. Tijdens de ronde die ik langs de bedden loop, is het een vrolijke boel en heeft iedereen commentaar op wat er gezegd wordt. Soms is het vervelend dat je de moeder nauwelijks alleen kan spreken, maar vaak leidt het ook tot grote hilariteit. En het heeft zo z’n voordelen: als ik bijvoorbeeld het belang van borstvoeding probeer uit te leggen aan een moeder die vertelt poedermelk te willen kopen na haar ontslag uit het ziekenhuis, hoor ik van alle kanten instemmende geluiden. Alle vrouwen doen even hun duit in het zakje door op hoge toon aan de moeder uit te leggen hoe belangrijk het is om je baby tenminste 6 maanden exclusief de borst te geven. Ik kijk grinnikend naar het tafereel. Ondertussen ontwar ik de bundel doeken en kleren rondom het babietje zodat ik het ademhalingspatroon, de kleur en de bewegingen goed kan observeren. De jonge moeder kijkt me trots aan als ik opmerk dat haar zoon er een stuk beter uitziet vandaag en als klap op de vuurpijl ook weer 30 gram is aangekomen. Zorgzaam pakt ze daarna het bundeltje weer in terwijl ik naar de volgende patient loop.

De baby van haar bedgenoot is er minder goed aan toe: ze voelt koud aan en is zo slap als een vaatdoek. Ik vraag de verpleegkundige de glucosewaarde met een vingerprik te testen. Deze is inderdaad te laag. Door het infuus wordt snel de benodigde glucose toegediend waarop de baby binnen een minuut weer bij haar positieven is. Om het op te warmen leggen we de baby huid-op-huid tussen de borsten van de moeder, waarna de verpleegkundige een doek om moeder en kind heen wikkelt: de zogenaamde kangoeroe-methode. Een prachtig middel bij gebrek aan couveuse!

 

Als ik alle bedden ben langsgeweest, loop ik het donkere zaaltje uit. Als ik de deur achter mij sluit, moet ik mijn ogen dichtknijpen tegen de felle zon. Op de binnenplaats struikel ik bijna over een peuter dat in een teiltje gewassen wordt door zijn moeder. Tussen afdelingen hangen waslijnen vol kleurige doeken vrolijk te wapperen in de wind. Terwijl ik me door de klamme was een weg baan naar de kinderafdeling, probeer ik me het lijstje in mijn hoofd te halen van alle dingen die ik vanmorgen had bedacht te gaan doen vandaag. Dan wordt ik via m’n walkie-talkie opgeroepen om naar de intensive care te komen voor een spoedgeval. Even was ik vergeten dat ‘planning’ en ‘structuur’ onbekende begrippen zijn in deze context…. Nou ja, over een afwisselende werkomgeving zal je mij in elk geval nooit horen klagen! ;-)

Sluit zoeken

Zoekveld