Waar nog niemand was gekomen

afbeelding van Karla Bil

Karla Bil

verpleegkundige en medisch adviseur

Karla is net terug na 2 weken als medisch coördinator van de hulpoperatie van Artsen zonder Grenzen in het noorden van het Filippijnse eiland Leyte, zwaar getroffen door tyfoon Haiyan.

De gedachte dat je van een op de andere dag alles kwijt bent. De wanhoop die sprak uit borden met “Please help” langs de weg. Plaatsen waar mensen na 10 tot wel 20 dagen nog niemand hadden gezien. Dat trof mij het meest.

 

Aanbod

Ik werk als medisch adviseur op het hoofdkantoor in Amsterdam en de maandagavond na de tyfoon hoorde ik dat er nog geen medisch coördinator was en bood ik tussen neus en lippen aan dat ik wel bereid was te gaan. Degene die wij wilden sturen, kon er pas over een week zijn. Zo kon ik alles mooi opzetten samen met onze noodhulpcoördinator die er al was. Twee dagen later zat ik in het vliegtuig. Van onze logistieke afdeling kreeg ik 4 eerstehulpkits en een hele lading communicatieapparatuur, inclusief satelliettelefoons mee.

 

Meteen inpakken

Ik landde tegen middernacht in Cebu en was opgelucht: de stad was er gewoon, er brandden verkeerslichten, er reden auto’s. De volgende ochtend ging ik naar kantoor om van alles te regelen, want ons doel was om naar Ormoc te gaan, op het volgende eiland. Ik heb een van onze dokters die ook al waren aangekomen erop uitgestuurd om meer verbandmateriaal, jodium en handschoenen bij een lokale apotheek te kopen. En een koffertje gepakt met de meest essentiële spullen: eerstehulpkits, malariakits, het gekochte verbandmateriaal en uiteraard communicatiemateriaal. We hadden nog meer willen meenemen, maar zoveel zou er niet passen in de helikopter.

 

Luciferstokjes

Vanuit de lucht zagen we de ravage: huizen die waren weggeblazen, palmbomen die als luciferstokjes naast elkaar lagen, stammen en loof die in de windrichting van de tyfoon stonden. Sommige wegen waren kapot, palen leunden over de weg en elektriciteitskabels hingen overal los; over de weg, over huizen etc. De volgende dag hebben we in 15 scholen – die als evacuatiecentra dienstdeden – mobiele klinieken uitgevoerd en ook hebben we onderzocht wat mensen nodig hadden qua zaken als water en hygiënische voorzieningen. In het plaatselijke ziekenhuis had alleen de receptieruimte nog een dak. Daar zat het dan ook vol met patiënten. In de rest van het ziekenhuis stond het water tot op de enkels. Dus hebben we daar geholpen met de reparatie van het dak.

 

 

 

Verwoest

Op 18 november zijn we naar Santa Fe gereden, een plaats op net een half uur van Tacloban. Ook dat was grotendeels verwoest. Overal mensen met golfplaten en plastic doeken om toch maar een onderkomen te hebben. Wij waren de eerste die er waren gekomen om medische zorg te geven. We splitsten ons op in verschillende teams: één in de gezondheidspost, ik met dokter Eline naar een school waar ik wonden verzorgde en Eline andere patiënten behandelde, en onze water-en-sanitatiespecialisten waren in de stad om de water- en hygiënische omstandighedensituatie te onderzoeken. Mensen wenkten hen: “Kom mee”. Ze brachten hen naar een vrouw in een rolstoel. Zij belden mij om te vragen wat te doen, maar het beste was om naar de hulppost te komen. Ze hebben haar in een rolstoel geplaatst en naar ons gebracht. Hier aangekomen heeft de dokter haar onderzocht en de eerste behandeling gegeven, maar vanaf de knie had zij zulke ernstige wonden dat zij niet door ons verder behandeld kon worden. We hebben haar naar een noodziekenhuis in Tacloban gebracht om geopereerd te worden.

 

Westwaarts

Om zo’n groot mogelijk gebied te bestrijken, hebben we ons daarna opgesplitst in medische, psychosociale en water-en-sanitatie-teams die verschillende locaties onderzoeken en tegelijkertijd mensen behandelen en voor schoon water zorgen: vanaf Tacloban helemaal naar het westen. Zo kunnen we elkaar informatie doorgeven, zodat een ander team als nodig de volgende dag ernaartoe kan. De eerste week hebben we bijna 800 patiënten verzorgd: mensen met van alles van kleine schrammen tot ernstig geïnfecteerde wonden met abcessen (ophopend pus). Maar ook mensen met chronische aandoeningen, hoge bloeddruk, suikerziekte, die al die tijd geen medicijnen hadden gehad. Sommige patiënten waren nog duidelijk aangedaan door alles en ons psychosociale team heeft ook met hun kunnen praten.

 

Het bord in Ormoc dat voor vele Artsen zonder Grenzen hulpverleners symbool stond voor de kracht van de Filipijnen: ‘Dakloos, thuisloos maar niet hopeloos. Herrijs Ormoc.’ © Sara Badiei/MSF

 

Zonder hulp

Niet alleen in Santa Fe, ook in vele andere plaatsen als Capoocan, het bergplaatsje Liberty en op een schiereilandje, troffen we mensen aan, zoals een man met een gebroken been en pols, die tot 20 dagen na de tyfoon, nog geen medische hulp hadden gehad, alhoewel hij in een ziekenhuis opgenomen was. We hebben voor hem een ambulance geregeld en naar een ander ziekenhuis overgebracht. Hier werd hij meteen behandeld en op de wachtlijst voor een operatie gezet. Het werk dat we daar gedaan hebben geeft mij een trots gevoel over onze organisatie. Hoe wij een manier weten te vinden om deze mensen, vaak arme mensen, te bereiken, hoe we het tóch mogelijk maken, met alle logistieke uitdagingen ter plaatse. Wat ook diep indruk op mij heeft gemaakt is hoe de mensen daar zo snel gingen opruimen en schoonmaken. Ik zag een bord in Ormoc waaruit je de kracht van de mensen gewoon voelde: Roofless, homeless, but not hopeless.

 

December 2013

Sluit zoeken

Zoekveld