Explosief verdriet

afbeelding van Maartje Hoetjes

Maartje Hoetjes

Verpleegkundige en medisch noodhulpcoördinator

Ik ben weer terug op bezoek in Leer, waar Artsen zonder Grenzen een groot ziekenhuis runt. Ik ben hier om het medische team te ondersteunen en van ze te leren.

Het is erg fijn om terug te zijn en te zien wat de teams bereiken met al hun harde werk en toewijding.

 

Schieter

In het ziekenhuis zijn net twee zwaargewonden binnengebracht. Slachtoffers die de vorige avond een bruiloft bijwoonden. Terwijl de hele familie aan het feestvieren was kwam er iemand binnen die in het rond begon te schieten. Vijf mensen raakten zwaar gewond. Maar twee haalden ons ziekenhuis, de anderen stierven onderweg.

 

Intensive care

Als ik in het ziekenhuis aankom vind ik rechts in de intensive care een jongen van 12 jaar. De verpleegkundige vertelt dat hij door zijn bil is geschoten. De kogel kwam er door zijn buik weer uit. De arts heeft de wond zo goed mogelijk schoongemaakt en verbonden, maar we hopen dat de kogel niets essentieels heeft geraakt. Het bloedt nog veel en twee laboranten zijn hard op zoek naar een bloeddonor.

 

Ik bevries even, en slik een paar keer goed door. Zo jong, zo zinloos

 

Bijzonder

Aan de andere kant van de intensive care ligt een jonge man op een matras, zijn hoofd in het verband. Het schot ging recht door zijn achterhoofd en kwam er boven zijn rechteroog weer uit. Hij is bewusteloos. Het is bijzonder dat hij het zo lang overleefd heeft.

 

Verdriet

Ik bezoek de andere afdelingen van het ziekenhuis, kijk rond en praat met de collega’s van ons therapeutisch voedingscentrum en de polikliniek. Net als ik naar de verloskunde loop hoor ik een hard gegil en gejammer. Het verdriet dat eruit echoot gaat door merg en been. Een vrouw, ondersteund door haar familieleden, haar gezicht vertrokken van de pijn, haar wangen bedekt door tranen. Een totaal verscheurde moeder. Ze lopen de poort uit. Ik kijk om me heen, me afvragend wat er gebeurd is, hoop dat het antwoord anders is dan mijn vrees. Maar verderop komen een man en een vrouw aangelopen, allebei tillen zij een kant van de deken waarin een levenloos lichaam gewikkeld is. Door de omvang stel ik vast dat het 12-jarig jongetje moet zijn. Ik bevries even, en slik een paar keer goed door. Zo jong, zo zinloos.

 

Storm van verdriet

Ik besluit naar de intensivecareafdeling terug te gaan om mijn collega’s te ondersteunen na dit verloren gevecht. Terug op de afdeling heeft iedereen het werk weer opgepakt na de eerste verslagenheid. Maar op het voeteneind van het bed van de jongeman met de hoofdwond zit zijn moeder. Haar armen om haar opgetrokken benen geslagen, haar lichaam trilt en schokt, haar schouders gaan op en neer terwijl ze snikkende geluiden maakt. Ze klemt haar armen stevig om haar benen, het lijkt alsof ze zich probeert vast te houden in de ongelofelijk hevige storm van verdriet die door haar binnenste raast, en alsof ze bang is dat anders alles naar buiten explodeert. 

 

Als de moeder van de zoon waar ze zo van houdt, helpt ze hem vechten om te overleven

 

Twijfel

Ik twijfel wat te doen: moet ik haar alleen laten of zal ik bij haar moet blijven? Ze kijkt niemand aan en lijkt zich af te sluiten, ik ben een vreemde, misschien wil ze alleen zijn. Maar toch wil ik dat ze weet dat ze niet alleen is, ik kan niet dit verdriet zien en voorbij lopen.

 

Kracht

Ik besluit om naast haar te gaan zitten. Ik wrijf over haar rug om haar tot kalmte te brengen. Ze gaat nog harder schokken en ademen en ik ben bang dat ze begint te hyperventileren. Ik begin zachtjes tegen haar te praten en begin hard op mijn adem uit te blazen, hopend dat ze op mijn tempo mee gaat doen, om haar adem tot kalmeren te brengen. De minuten lijken uren maar uiteindelijk wordt haar schokken minder en verlaagt ze haar ademhaling. Uiteindelijk kruipt ze naar het midden van het matras en pakt ze de hand van haar zoon vast. Ze kijkt me nog steeds niet aan. Maar dat geeft niet. Ze heeft de kracht weer om haar rol te herpakken. Als de moeder van de zoon waar ze zo van houdt, helpt ze hem vechten om te overleven.

 

Wonder

Twee dagen later bezoek ik de intensivecareafdeling opnieuw. De jongeman zit rechtop terwijl zijn moeder hem helpt een beker melk te drinken. Hij drinkt gretig en de verpleegkundige vertelt me dat hij weer is begonnen met praten. De wonderen zijn de wereld nog niet uit, zelfs niet in Zuid-Sudan.

 

November 2014

Sluit zoeken

Zoekveld