Een Artsen zonder Grenzen team op verkennende missie naar Mandeng, Zuid-Sudan, waadt door een moeras met medicijnen en materiaal. © MSF

Mandeng

afbeelding van Maartje Hoetjes

Maartje Hoetjes

Verpleegkundige en medisch noodhulpcoördinator

Vroege ochtend. Ik hoor de koeien loeien en de dorpspomp achter me al op- en neergaan. De derde dag van onze verkennende missie is aangebroken, en ik rits snel mijn tent open.

Tijd voor een snel ontbijt en dan op weg naar het volgende dorp dat we willen bezoeken. Vandaag staat Mandeng op het programma. In de afgelopen dagen hebben veel mensen mij verteld dat de situatie in Mandeng erg slecht is, daarom wil ik er graag heen met ons team, om zelf te kijken en met de mensen daar te spreken.

 

Op de boot

Twee uur later zitten we met ons team van lokale medewerkers (national staff) op de boot op weg naar Mandeng. De zon staat alweer hoog en ik geniet van de wind die ons door de snelheid van de boot tegemoetkomt en iets afkoelt. Het uitzicht is prachtig, groene oevers met dorpjes van tukuls (lemen hutjes) bij elkaar, kinderen spelend aan de kade.

 

© MSF

 

Dozen op het hoofd

Na een half uur stoppen we bij een oever. Ik kan Mandeng nog niet zien, het is nog een kwartiertje lopen. We laden onze spullen uit, eerstehulpkits, een paar dozen met therapeutische voeding en wat water, en iedereen pakt wat op om te dragen. Ik pak ook een doos op, maar mijn Sudanese collega’s gebieden me niets dragen. ‘Waarom niet? Ik kan heus wel wat dragen hoor,’ zeg ik stoer. ‘Geen sprake van,’ zeggen ze en laden zelf alle dozen op hun hoofd. Ik besluit er maar dankbaar voor te zijn in deze hitte.

 

Moeras

We lopen in zuidelijke richting een groot veld over…wat bij nader inzien een moeras blijkt te zijn. Al gauw stromen mijn laarzen vol met water, en kom ik bijna geen stap meer vooruit door het gewicht in mijn laarzen die vastzuigen in de modder. En al gauw snap ik waarom mij werd aangeraden niets te dragen….Ik krijg een arm aangereikt van twee van mijn Sudanese collega’s, die met hun ene hand de doos op hun hoofd stabiliseren, en met hun andere hand mij door het moeras heen proberen te trekken. Oeps.

 

Hink-ren-sprong

Ik doe mijn best om mijn evenwicht te bewaren terwijl ik met hun meeloop. Nou ja, beter gezegd, mee spring, want met hun bijna twee keer zo lange benen, is het voor mij een hink-ren-sprong om ze bij te houden. Gelukkig hebben we zo’n 20 minuten later toch eindelijk wat vastere grond onder de voeten. Welkom in Mandeng.

 

 

Honger

Aangekomen bezoeken we de ‘chief’ van het dorp. Een oude statige man, die met een veren-scepter heen en weer zwaait. Zijn gezicht is getekend door het leven, maar hij heeft vriendelijke ogen. Hij vindt het moeilijk aantallen te schatten, maar zijn verhaal geeft ons wel de nodige informatie. De chief vertelt dat er vroeger 4 stamhoofden in Mandeng waren, maar inmiddels zijn het er wel 7, de nieuwe 3 vertegenwoordigen de honderden gevluchte families. De chief is bezorgd: ‘De mensen hebben honger. Doordat we moesten vluchten hebben we niets kunnen planten. Er is niets anders dan de melk van onze koeien en de eetbare planten die we vinden. Er gaan wekelijks kinderen dood… en vrouwen, er is geen hulp bij bevallingen.’

 

Machteloos

De lokale gezondheidsmedewerkers vertellen mij hetzelfde verhaal: ze zien veel ondervoede kinderen, veel patiënten met diarree en longontstekingen. Ze staan machteloos, werkend in een vervallen gezondheidspost met bijna geen medicijnen.

 

Horen

In mijn wandeling door het centrum van het dorp tref ik een lege markt. Ik vertel mijn vertaalster dat ik graag een familie wil bezoeken, om hun verhaal te horen, dus samen stappen we naar de tukuls iets verderop. Weer bevinden we ons middenin een vastzuigende modderpoel en al snel lig ik er op mijn knieën in. Ik kies spontaan toch maar voor het dichtstbijzijnde huisje.

 

Rose

Daar ontmoet ik Rose die al naar ons staat te zwaaien. Ik bied bij aankomst mijn excuses aan: ‘Normaal zou ik met nette kleren bij je op bezoek komen, maar zoals je ziet is dat niet gelukt.’ Ze moet lachen en het ijs is gebroken. 

 

Welke woorden zijn er voor zulke armoede?

 

Koeien verloren

Rose woonde met haar man en kinderen in Nasir. Ze moesten vluchten toen het geweld daar uitbrak. Rose is dankbaar voor haar familielid dat haar een tukul aanbood. Ze is dankbaar voor de koeien en geiten die ze nog heeft en die melk geven voor de kinderen. ‘De koeien hebben een ziekte, we hebben er 7 verloren in de laatste weken. Maar er zijn mensen gevlucht die helemaal geen vee hebben.’

 

Wol-wol

‘Maar wat eten jullie verder dan nog?’ vraag ik Rose. ‘Wol-wol’ zegt Rose. ‘Zie je dat groen daar?’ Ze wijst naar wat groen, onkruidachtigs, tussen de modder. ‘We koken het in water.’ ‘En waar haal je water dan?’ vraag ik, omdat ik gehoord heb dat de waterpompen niet meer goed werken. ‘Het water komt uit het moeras.’ Ik kijk haar ongelovig aan. ’Ja,’ zegt Rose, ‘de kinderen worden ziek, zelfs de grote mannen worden ziek, maar het is alles wat we hebben.’ We zwijgen allebei en kijken in de verte. Ik slik. Welke woorden zijn er voor zulke armoede?

 

Gelijken

Ik bedank Rose voor haar gastvrijheid. ‘Jij bedankt, dat je gekomen bent!’ zegt Rose. ‘Voor mij betekent dit heel veel, want ik leef in armoede, jij in rijkdom, en toch kom je door de modder heen om mij te bezoeken. Je laat zien dat we gelijken zijn.’ We omhelzen elkaar bij het afscheid.

 

Ja, we zijn gelijken, maar wat voel ik me klein bij deze sterke, inspirerende vrouw.

 

September 2014

Sluit zoeken

Zoekveld