© Roelant Zwaanswijk/MSF

Powerwoman, powerbaby en een mooie afloop

Zémio, de Centraal-Afrikaanse Republiek, vrijdagochtend, iets over half zes.

Heerlijk geslapen. Lekker wakker geworden in mijn eenpersoonsbedje. Ik heb al wat gelezen en een kop thee gehad. Nu zit ik gedoucht en al achter mijn bureautje – fris, met fluitende vogels op de achtergrond, aan de dag begonnen. Ik ben hier nog maar kort. Maar de ervaringen en verhalen stapelen zich in een rap tempo op. Daarom schrijf ik ze maar even op. Voordat ze weggespoeld worden door nieuwe.

 

Slecht nieuws

Maandagavond, een uur of zeven. Een meisje komt aan de poort met het bericht dat een vrouw in Bahr al drie dagen probeert haar kind te baren. Ze zijn radeloos, het lukt niet. Of Artsen zonder Grenzen haar kan ophalen? Helaas. Om zeven uur s ’avonds is het hier aardedonker en te laat om iemand te gaan halen in Bahr. Het stadje is maar 45 kilometer ver, maar de weg is slecht en wij mogen 's avonds niet de weg – of eigenlijk: het bospad – op. Het is te gevaarlijk en wij moeten ons veiligheidsprotocol volgen.

 

Ik vertel het meisje het slechte nieuws. Ik leg haar uit dat we overdag wel kunnen rijden maar dat dit nu, ‘s avonds, is niet mogelijk is. 45 kilometer. In Nederland een half uurtje met de auto – mits je geen file hebt. Hier, midden in Centraal-Afrika, ongeveer 2,5 uur over keien en hobbels. Nog steeds onvoorstelbaar voor iedere westerling.

 

Weinig kans

Ik ga naar Marissa, onze verloskundige. Zij zal de dag erop naar Bahr gaan om onze gezondheidspost te bezoeken en training te geven. Ik bespreek de situatie met haar. Allebei denken we dat er weinig kans is dat de baby het overleeft, maar we hopen dat de moeder het haalt.

 

In een van onze terreinwagens leg ik alvast een matras neer en Marissa pakt alvast een kit om een keizersnede mee uit voeren. Als ze de dag erop de vrouw kunnen vinden, kunnen ze haar direct naar het ziekenhuisje brengen waar onze operaties gedaan worden. Dit ziekenhuis is een oud missiehospitaal waar wij al onze chirurgische ingrepen doen. Marissa is voorbereid en zal ‘s ochtends vroeg om zes uur vertrekken.

 

Midden in de nacht

Gelaten ga ik naar bed. Ik zet mijn radio op kanaal 3 en ga om een uur of negen slapen. Midden in de nacht word ik echter wakker. Ik hoor Marissa praten met een van de verloskundigen van het ziekenhuis over een transfer naar het missiehospitaal. Volle maan. De regel is dat iedere nachttransfer wordt bijgestaan door een internationaal staflid. Omdat Marissa vroeg op moet, bied ik aan de patiënt te begeleiden.

 

Later sta ik midden in het dorp te wachten op de terreinwagen. Zodra deze aankomt, stap ik voorin in naast Annie, de verloskundige, en kijk ik achterom. Een vrouw ligt achter in de auto stil te huilen en schreeuwt zo af en toe zacht van de pijn. Ik vraag aan Annie wat er aan de hand is.  Ze vertelt dat de zwangere vrouw een gescheurde baarmoedermond heeft en bloedt. De baby is gezond. Annie twijfelt of de moeder de bloeding overleeft. Dan besef ik dat het de vrouw uit Bahr is.

 

Rechtstreeks de operatiezaal in

Hoe is dit mogelijk? Nog niet aan denken, eerst zorgen dat de moeder het overleeft. Ik verzoek de chauffeur wat harder te rijden. Onderweg pikken we de anesthesist en de chirurg bij hun huisjes op. Het is nog pikkedonker. Met zijn allen tillen we de moeder vanuit de terreinwagen rechtstreeks de operatiezaal binnen.

 

De baby is gezond en wordt om half drie in het ziekenhuis geboren. Gaat de moeder het ook halen? Ik laat de moeder en de verloskundige in handen van het operatieteam en ga naar huis. Ik kruip nog even mijn bed in en bedenk hoe het mogelijk was dat die vrouw hier is aangekomen?

 

Achterop de brommer

Het verhaal hoor ik later: ze vertrok om zeven uur s ‘avonds, nadat ze via het meisje aan onze poort vernomen had dat wij niet konden komen, achterop een brommer om de tocht over een slecht begaanbare weg af te leggen. Om één ’s nachts arriveerde ze in ons ziekenhuis, een helse trip van zes uur. De baby werd na anderhalf uur ter wereld gebracht door Annie. De moeder had complicaties.

 

De volgende dag hoor ik dat zij de operatie overleefd heeft. Om het met mijn eigen ogen te zien, ga ik s ’middags even bij de kraamafdeling langs. Het kind ligt aan de borst en de moeder zit verlegen overeind. Powerwoman, powerbaby en een mooie afloop. Maar je beseft ook dat er nog veel werk te doen is. Hoe zorg je ervoor dat zwangere vrouwen eerder weten dat het een moeilijke bevalling wordt? Hoe zorg je ervoor dat ze eerder naar het ziekenhuis komen?

 

Het is inmiddels half zeven en het verhaal staat op papier. Ik ben benieuwd wat mij vandaag weer gaat verbazen.

 

Augustus 2014

Sluit zoeken

Zoekveld