© Orla Condren/MSF

Stabiliteit in Zémio

Artsen zonder Grenzen heeft sinds 2011 een project in Zémio, in het rustige zuidoosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek. Al is ‘rustig’ ook maar een relatief begrip…

Zondagmorgen. Vanmorgen werd ik vroeg wakker. Vroeg is vijf uur. Ik heb een paar uur gelezen in een boek van Ryszard Kapuscinski. Hij is een wereldschrijver; zijn boek ‘Nog een dag’ is het autobiografische verhaal over zijn schokkende ervaringen als verslaggever tijdens de burgeroorlog van Angola. Hij schrijft over een onbegrijpelijke oorlog in de jaren tachtig, waar troepen gesteund door communisten streden tegen troepen die door het Westen gesteund werden. Bijna 40 jaar later werk ik in de Centraal-Afrikaanse Republiek. De wereld heeft niet stilgestaan, maar de mensheid wel: nog steeds strijden partijen om macht en principes. De bevolking lijdt.

 

Alles staat stil

Artsen zonder Grenzen werkt in het land in bijna 20 gebieden. De Centraal-Afrikaanse Republiek wordt geteisterd door een burgeroorlog die vele slachtoffers eist. Ik begeef me in Zémio in het rustige zuidoosten, waar mensen een nog geïsoleerder leven leiden omdat de oorlog reizen en transport onmogelijk maakt. Mensen en goederen verplaatsen zich niet, de ontwikkeling staat stil. Overleven en armoede gaan hand in hand.

 

Artsen zonder Grenzen is hier in 2011 een project gestart toen het geweld oplaaide. We bleven, omdat de bevolking zeer beperkt toegang heeft tot gezondheidszorg. Het land is onbestuurbaar. Bangui, de hoofdstad, is 1.200 kilometer verderop, maar de laatste maanden is er geen vrachtwagen of auto naartoe of vandaan gekomen. De schaarse goederen die hier te vinden zijn komen uit Sudan of Uganda. Veel is er niet en de gezondheidzorg betekent helemaal niets.

 

De weg ten noordoosten hebben we in de afgelopen vier jaar nog nooit genomen, onbegaanbaar en te onveilig”

 

Schotwonden

Het is goed om in dit land een ‘stabiel’ project te hebben, maar zo nu en dan is van deze stabiliteit weinig te merken. Het is woensdag als we horen dat iemand door zijn been of benen is geschoten en zwaargewond in een dorp verblijft. Artsen zonder Grenzen wordt gevraagd of we naar het dorp Bananqui kunnen rijden en het slachtoffer kunnen halen. Hij kan niet meer lopen… De informatie wordt duidelijker, maar waar de gewapende groepen zich begeven en wat er daadwerkelijk gebeurd is, is mij nog steeds niet duidelijk.

 

De weg ten noordoosten van onze locatie hebben we in de afgelopen vier jaar nog nooit genomen. Onbegaanbaar en te onveilig. Op deze as zijn twee dorpen gevestigd: Bananqui en Ngouyo. Beide met een kleine bevolking van 800 tot 1.000 mensen. Aangezien we altijd rekening moeten houden met onze eigen veiligheid en het een onveilig gebied is, nemen we geen risico’s. Ik vraag of de lokale bevolking zichzelf kan mobiliseren en de patiënt op een stretcher hierheen kan dragen.

 

Bospad op

De volgende dag, om zes uur, vertrek ik met een klein medisch team om een aantal gezondheidsposten op de weg naar Mboki, ten oosten van ons, te bezoeken. ’s Middags, moe na een lange dag, rijden we terug en stoppen we bij een kruising waar ik een ananas koop bij een man die aan de rand van het bos woont. Dan komt er een jongen op een fiets naar ons toe. Hij vertelt dat verderop een groep mensen een jongen draagt die door zijn benen geschoten is. Ze zijn op vijf kilometer afstand.

 

Ik laat de basis weten dat we op de groep mensen wachten die een slachtoffer draagt. Dan overleg ik met mijn collega’s. Wordt het niet te laat? We zijn met twee auto’s. Ik vraag aan de jongen of de weg veilig is en hij zegt ‘ja’. Ik vraag door, overleg met mijn collega’s en neem even later het besluit om met een van onze auto’s de groep tegemoet te rijden. Twee collega’s vertrekken met een pick-up het bos in, over een soort van bospad. Ik coördineer de actie op de hoofdas, blijf in contact met de pick-up en informeer onze basis en ons team in de hoofdstad. We gaan zorgen dat we het slachtoffer binnenhalen.

 

Eén kogel is door zijn rechterscheenbeen gegaan en één door zijn linker”

 

Elk kwartier contact

Ieder kwartier heb ik radiocontact met onze wagen. Het gaat goed, de situatie is oké, de weg is slecht maar te doen. Ze zijn vijf kilometer verder maar nog geen groep te zien. Vijftien minuten en zeven kilometer later: nog geen groep. Ik twijfel. Terugroepen? En dan hoor ik: ‘Oui Roland, on a reuissi.’ Het is gelukt.

 

Als de pick-up weer terug is, ligt de patiënt op een stretcher van bamboe in de achterbak. Met blije en serieuze gezichten lopen zijn dragers achter de auto aan, allemaal uitgeput. Ze hebben het slachtoffer 45 kilometer gedragen. De patiënt wordt door een van onze verpleegkundigen onderzocht. Hij is stabiel. Eén kogel is door zijn rechterscheenbeen gegaan en één door zijn linker. We vertrekken, rijden 45 minuten later het ziekenhuis binnen en dragen de patiënt over aan het medische team. Veel mensen komen op het nieuws af. Ik ga liever naar huis, moe en voldaan – het werk is gedaan en overgedragen. Ik eet wat en bel naar de hoofdstad, naar mijn baas Andre. Ik ken hem goed van mijn eerdere missies in DR Congo. We evalueren en hij is blij dat ons ‘uitstapje’ gelukt is.

 

Adequaat en in actie

De volgende morgen landt er een vliegtuig van het Rode Kruis. De jongen wordt naar hoofdstad Bangui overgevlogen. Het orthopedisch team van Artsen zonder Grenzen zal daar kijken of de jongen zijn benen kan behouden. Het ene been is er erg slecht aan toe. De kogel heeft alle botten in zijn rechteronderbeen verbrijzeld. Zijn been hing er gisteren bij. Zijn linkerbeen was minder gehavend.

 

Een week later horen we dat de patiënt het goed maakt. Hij heeft zijn beide benen nog. De operatie is geslaagd en hij herstelt goed. Hier is het aanzien van Artsen zonder Grenzen enorm gestegen. Adequaat en in actie. De bevolking is ontzettend blij met ons. De jongen bleek tot een groep mensen te horen die gegijzeld waren. De andere leden van de groep zijn inmiddels vrijgelaten: negen mannen en vrouwen, getraumatiseerd en volledig uitgeput van dagenlang loodzware goederen vervoeren door het oerwoud. Zij worden ook in ons ziekenhuis behandeld aan verwondingen aan voeten en armen. Een jongen van een jaar of tien is niet vrijgelaten; hij is door de strijdende partij ingelijfd en zal niet terugkeren.

 

We krijgen ook complimenten van de autoriteiten. Maar ons werk gaat gewoon door. Iedere dag weer. Het doet mij heel veel goed dat wij hier zijn. Ik ben getuige van wat er zich hier in het hart van Afrika zich afspeelt en wij zorgen ervoor dat mensen een kans krijgen op medische zorg.

 

Augustus 2014

Sluit zoeken

Zoekveld