Moeder Angelina is met haar ernstig ondervoede zoontje Gatluok naar Leer gekomen. Gatluok blijkt in kritieke toestand, maar zal na behandeling flink aansterken. © Nick Owen/MSF

‘De markten zijn verlaten en de mensen hebben honger’

afbeelding van Sarah Maynard

Sarah Maynard

projectcoördinator

In Zuid-Sudan zijn alarmerende aantallen ondervoede kinderen. Het is het gevolg van aanhoudend geweld, gedwongen vlucht en voedselgebrek in het land.

De ondervoeding komt vooral voor in de deelstaten Boven-Nijl, Unity en Jonglei. In de plaats Leer, in Unity, behandelde Artsen zonder Grenzen 40 ondervoede kinderen per maand voordat het gewelddadige conflict uitbrak in december. Dat aantal is nu opgelopen naar ruim 1.000 kinderen per maand en het aantal in mei en juni (2.810) was zelfs meer dan in heel 2013 (2.142). Projectcoördinator Sarah Maynard vertelt.

 

Ik werk sinds september in het ziekenhuis in Leer. Nadat de gevechten in december uitbraken, kwam de frontlinie steeds dichterbij. In januari besloten we dat de internationale teamleden moesten evacueren. Onze lokale medewerkers zouden het ziekenhuis draaiende houden, maar toen het geweld te dichtbij kwam, zat er voor hen niets anders op dan de bush in te vluchten, samen met hun families en een groot deel van de bewoners van het stadje. Leer, ooit druk en vol leven, was helemaal leeg.

 

‘Wat we aantroffen, was schokkend’

In april kregen we bericht dat de bevolking langzaam aan het terugkeren was. Ze hadden maanden doorgebracht in de bossen. Ik ging met een klein team terug om de noden onder de mensen te peilen. Wat we aantroffen, was schokkend: honderden ondervoede kinderen die acuut medische zorg nodig hadden. Ook was het een weerzien met onze collega’s. Hun tijd in de bossen was af te lezen aan hun gezichten en lichamen – ze waren vermagerd en het leek alsof ze jaren ouder geworden waren.

 

Voedingscentrum van Artsen zonder Grenzen in het ziekenhuis van Leer, in de deelstaat Unity in Zuid-Sudan. © Nick Owen/MSF

 

Ons ziekenhuis was tijdens onze afwezigheid volledig verwoest en geplunderd. Er was geen bed gespaard gebleven en ons voedingscentrum was verbrand. We hebben daarom snel een soort wachtruimte opgezet in een van de leegstaande ruimtes. Die liep onmiddellijk vol. De mensen stroomden werkelijk het ziekenhuis binnen. Het was overweldigend. En het aantal ondervoede kinderen was zorgwekkend. Ik herinner me een moment dat een collega me bij hem riep om naar een patiëntje te kijken. Ik had nog nooit zo’n uitgehongerd kind gezien. Ze was slechts zeven maanden oud en was zo verschrikkelijk klein.

 

Aan de slag

De noden waren enorm. Dus nadat we een basisvoedingsprogramma hadden opgezet, gingen we aan de slag om het vernielde ziekenhuis weer een beetje op te knappen en operationeel te maken. Twee dagen later was het voedingscentrum voor ernstig ondervoede kinderen onder vijf jaar gereed.

 

Zodra het voedingscentrum in het ziekenhuis in Leer herbouwd was, stroomde de wachtruimte vol met moeders en hun kinderen. © Nick Owen/MSF

 

Op de eerste dag namen we ruim 100 kinderen op voor verpleging. Aan het einde van de week erna was dat opgelopen naar 885 kinderen. In de nieuwe polikliniek behandelden we ondertussen tot 1.200 patiënten per week, vooral voor ondervoeding met complicaties, zoals waterige diarree, luchtweginfecties of malaria – allemaal het gevolg van de erbarmelijke leefomstandigheden in de bossen.

 

Alles kwijt

Deze mensen hebben zo veel moeten doorstaan. En moeten dat nog steeds. Toen ze vluchtten uit Leer moesten ze alles achterlaten. Nu ze terug zijn, zien ze dat er niets meer is. Ze zijn hun huizen kwijt, hun bezittingen en hun middelen om voedsel te kopen. Het regenseizoen is net begonnen en er is net gestart met het zaaien van gewassen. Het zal echter nog even duren voordat er geoogst kan worden. Ondertussen zijn de markten verlaten en hebben de mensen honger.

 

Als de mensen in Zuid-Sudan hun vee beginnen te slachten, dan weet je dat de situatie ernstig is”

 

Er wordt steeds meer vee geslacht. En als de mensen in Zuid-Sudan hun vee beginnen te slachten, dan weet je dat de situatie ernstig is. In Zuid-Sudan staat het bezit van koeien namelijk voor iemands rijkdom. Die rijkdom zijn ze nu letterlijk aan het opeten, wetende dat ze vandaag te eten hebben maar hun reserves voor de toekomst kwijtraken. Geen koeien betekent naar geen melk en geen opbrengst van die melk om eten te kopen. Maar daar kunnen ze niet aan denken. Ze moeten nú overleven.

 

Voorkomen dat de situatie nóg erger wordt

De bewoners van Leer willen er blijven. Ze willen hun gewassen planten. Ze willen nieuwe huizen bouwen op de as van hun oude, afgebrande huizen. Ze willen leven. Wij doen wat we kunnen om ze daarbij te helpen. Maar dat is niet genoeg.

 

We behandelen honderden ernstig ondervoede kinderen. Er zijn echter ook talloze kinderen die er misschien minder erg aan toe zijn, maar ook ondervoed zijn en ook behandeling nodig hebben. Meer hulporganisaties moeten naar dit gebied komen om deze kinderen te helpen en om meer voedsel uit te delen. De komende maanden zijn kritiek, nu ook het regenseizoen is begonnen. Mensen sterven aan ondervoeding en ziekten als malaria en luchtweginfecties. Zij moeten nú hulp krijgen, om te voorkomen dat de situatie nog erger wordt dan hij al is.

 

Juli 2014

Sluit zoeken

Zoekveld