Opinie: Dwing humanitaire hulp in Syrië nu ook snel af

In verband met de crisis in Syrië, is op 20 september 2013 onderstaand opiniestuk verschenen in dagblad Trouw.

De wereld spant zich wel in om de chemische wapens van Assad af te pakken. Maar humanitaire hulp is blijkbaar niet te regelen, schrijft directeur Arjan Hehenkamp.

 

De diplomatieke discussie over Syrië richt zich tot nu toe vooral op de recente aanval met chemische wapens in Ghouta, Oost-Damascus. In de tussentijd hebben de inwoners van dit gebied te maken met dagelijkse bombardementen en een blokkade die hen het voedsel en de medicijnen ontneemt die zij nodig hebben om te overleven. Humanitaire hulp staat al helemaal niet op de internationale onderhandelingsagenda.

 

Er is een pijnlijk contrast tussen de intensieve diplomatieke bedrijvigheid rond de Syrische crisis en de afwezigheid van initiatieven om méér levensreddende hulp aan de Syrische bevolking te realiseren. De inzet van massavernietigingswapens wijst op een nieuwe stap in de oorlog in Syrië, en is over de hele wereld en vanuit alle politieke hoeken gelaakt. De dood van tienduizenden burgers die op andere wijze tot stand is gebracht, en de ontzegging van levensbelangrijke humanitaire hulp voor miljoenen mensen, kan echter op stilzwijgende acceptatie rekenen.

 

Bom op veldhospitaal

De afgelopen twee jaar wordt het leeuwendeel van internationale humanitaire hulp – geleverd door de VN en het Internationale Rode Kruis – gekanaliseerd door Damascus en verdeeld naar gelang hoe de pet van de regering staat. Dezelfde regering verbiedt de verlening van medische hulp aan mensen in gebieden die in handen zijn van de oppositie. Gebieden die intensief met bommen bestookt worden, gericht op medische posten en iedereen – van bakkers tot dokters – die de bevolking een helpende hand poogt te bieden. Zo wierp de Syrische luchtmacht slechts een paar dagen geleden bommen af op een veldhospitaal in Bab, Noord-Syrië. Negen patiënten en twee medische hulpverleners kwamen om.

 

Ook zijn sommige leden van de gewapende oppositie vervallen tot crimineel gedrag tegen gewone Syriërs, hulpverleners, journalisten en krijgsgevangenen. Andere oppositieleden mogen deze handelingswijzen dan verwerpen, intussen gaan deze wanpraktijken wél door en verhinderen ze daarmee humanitaire hulp daar waar er al een schrijnend gebrek aan hulp is. De gewapende groepen van de oppositie moeten zich collectief verplichten de veiligheid van burgers, journalisten en hulpverleners te verbeteren.

 

Dat dit nodig is, blijkt ook het feit dat mensen die het oorlogsgeweld in Syrië willen ontvluchten nog altijd enorme moeilijkheden ondervinden als ze de grenzen willen oversteken. Als ze er daar eenmaal in slagen, is onveiligheid en behoeftigheid hun deel; ondanks de ruimhartigheid van buurlanden die inmiddels ruim twee miljoen vluchtelingen hebben opgenomen.

 

Blokkade

Staten en internationale organisaties moeten van humanitaire hulp aan de Syrische bevolking hun prioriteit te maken. De eerste stap is dat de humanitaire blokkade die het leven van Syriërs in oppositiegebieden verlamt, wordt opgeheven. Te starten in de oostelijke buitenwijken van Damascus wier inwoners aan chemische wapens zijn blootgesteld en nog steeds te maken hebben met bomaanvallen en een blokkade. Alle mogelijke diplomatieke inspanningen moeten gedaan worden om te verzekeren dat VN-organisaties, het Internationale Rode Kruis en non-gouvernmentele hulporganisaties in staat zijn om noodhulp te bieden aan de bevolking van Syrië, vanuit Damascus of vanuit buurlanden.

 

Ook moeten bondgenoten van zowel de Syrische overheid als van de oppositie druk op hun partners uitoefenen om de veiligheid van burgers, journalisten en hulpverleners te waarborgen.

 

Als humanitaire hulpverleners is het niet aan ons om een standpunt in te nemen over een mogelijke vergeldingsactie voor chemische wapenaanvallen of een gewapende interventie. Wij voelen het echter wel als onze plicht ons uit te spreken wanneer hulp aan mensen die hulp het hardst nodig hebben zó overduidelijk wordt belet.

 

Arjan Hehenkamp,

directeur Artsen zonder Grenzen

 

Sluit zoeken

Zoekveld