Tropenarts Jeltje

Arts Jeltje Danhof (29) had geen enkele ervaring met zorg in een ontwikkelingsland voordat ze aan haar eerste missie begon. ‘De beelden, de geuren. Het lijkt echt in niets op Nederland.’

Waarom ik bij Artsen zonder Grenzen werk

‘Mijn doel is niet de wereld 'te redden’ of 'beter te maken'. Ik doe het simpelweg omdat ik vind dat ieder mens het verdient dat er naar hem of haar wordt omgekeken. Als ik in de situatie zou zitten van de mensen hier zou ik ook willen dat er een organisatie was zoals Artsen zonder Grenzen. Het is heel gemakkelijk om als arts in Nederland te verzanden in een luxeleventje van wintersportvakanties en iPhones. Maar ik wil mijn wereld groter maken, ervaren wat het is om te werken en te leven in een compleet andere wereld.’

 

Jeltje is arts in het stadje Wardher, in de Ethiopische Somali-regio, waar een gewelddadige burgeroorlog woedt. Het is haar eerste missie voor Artsen zonder Grenzen.

 

Is het heel anders dan je verwacht had?

‘Mijn beeld vooraf was gebaseerd op standaardfoto’s en -televisiebeelden. Het is heel anders om het ‘echt’ mee te maken. Het ziekenhuis lijkt in niets op een Nederlands ziekenhuis. Mijn patiënten zijn het niet gewend om in een bed te slapen, dus slapen ze op de grond en ze zitten meestal buiten, in de schaduw van de boom met hun infuus opgehangen aan een tak. Als ik dat zie en dan denk aan een Nederlands ziekenhuis, moet ik glimlachen. Wat een verschil.’

 

Waar bestaat jouw werk uit?

‘Binnen het project ben ik verantwoordelijk voor het ziekenhuis. Elke dag ben ik bezig met uiteenlopende zaken: van kleine chirurgische ingrepen tot het behandelen van ondervoede kinderen. Er is nog een tweede arts, zij is verantwoordelijk voor de gezondheidsposten en de tuberculoseafdeling. We hebben het werk zo verdeeld dat we elkaar kunnen helpen en van advies kunnen voorzien.’

 

 

Hoe is de samenwerking met het team en de lokale medewerkers?

‘Het team van internationale medewerkers voelt een beetje aan als een surrogaatgezin. We delen alles met elkaar: woonruimte en werk. De sfeer is goed en we kunnen goed praten met elkaar, maar soms is het ook wel vervelend om echt alles te weten van iedereen. Het is net als een gewoon gezin: als iemand hoest, dan weten we dat. Als iemand slecht slaapt, dan merken we dat. No privacy whatsoever. Maar ons woon- en werkgebied en de mensen voelen echt aan als ‘thuis’. Verder is de samenwerking met de lokale medewerkers goed. Ik probeer wat woordjes Somali te leren, wat erg op prijs wordt gesteld. We kunnen lachen met elkaar en leren veel van elkaar.’

 

Welke cruciale eigenschap moet je hebben?

‘Flexibiliteit! Alles is anders, de cultuur, de manier van communiceren, de ziektebeelden. Je hebt een flinke dosis flexibiliteit en relativeringsvermogen nodig.’

 

Wat heb je geleerd in je werk voor Artsen zonder Grenzen?

‘Ik leer heel veel van het werk hier; zowel medisch als persoonlijk. Ik leer veel meer te vertrouwen op mijn lichamelijk onderzoek en het observeren van een patiënt, in plaats van te vertrouwen op röntgenfoto’s en laboratoriumonderzoek. Persoonlijk vind ik het enorm boeiend om echt onderdeel te zijn van een andere cultuur.’

 

Wat heeft je het meest aangegrepen?

‘Ik zal nooit vergeten dat een 10-dagen oude baby werd binnengebracht, op sterven na dood. Ik heb geprobeerd hem te reanimeren en me echt in het zweet gewerkt om het kindje te redden, maar uiteindelijk moest ik besluiten onze pogingen te staken en het kindje te laten sterven. Dat was een intens verdrietig moment, waarop ik duidelijk voelde hoe machteloos het soms is om hier te werken.’

 

Ik kijk naar welke impact we hier in de regio hebben, en die is enorm.

 

Hoe houd je jezelf gemotiveerd?

‘Het is soms heel zwaar en pittig om hier te werken. Als ik iets naars heb meegemaakt, praat ik er altijd over met de mensen van het team. We hebben een geweldig team en ik kan mijn gevoelens goed delen. En ik kijk naar welke impact we hier in de regio maken, en die is enorm.’

 

Waar ben je trots op?

‘Ik word heel blij als ik merk dat de verpleegkundigen iets wat ik ze heb geleerd in de praktijk brengen. Ik probeer me zoveel mogelijk op de achtergrond te houden en de verpleegkundigen zelf te laten nadenken, waardoor ze leren. Als we bij de patiënten langsgaan, laat ik ze altijd naar de longen luisteren en met een voorstel komen voor de behandeling, zodat ze actief bij het proces betrokken zijn. Ik ben er trots op dat ze dit echt waarderen en ik ze zie groeien.’

 

Is er een beperking in bewegingsvrijheid?

‘In verband met de onveiligheid hebben we een avondklok: elke avond vanaf 18.00 uur moeten we op ons woonterrein zijn en mogen we niet meer naar buiten, behalve voor zeer levensbedreigende zaken in het ziekenhuis. Ook moeten we als we overdag onderweg zijn altijd minimaal met zijn tweeën zijn en regelmatig radiocontact hebben. In het begin dacht ik dat ik me kapot zou vervelen, maar ik heb me nog geen seconde verveeld. Elke ochtend ga ik, met bijna het hele team, een rondje hardlopen - af en toe tussen de kamelen door. 's Avonds kijken we met zijn allen naar de serie Fringe, waar we verslaafd aan zijn geraakt.’

 

Hoe hou je contact met het thuisfront?

‘Zonder goed contact zou ik het niet volhouden. We hebben hier geen internet, maar we kunnen wel e-mails sturen via de satellietverbinding. Ik vind het heel fijn om mailtjes te ontvangen, ik e-mail bijna op dagelijkse basis met mijn familie. Verder houd ik ervan om te schrijven: ik schrijf veel ouderwetse brieven (met vulpen!). Het is een groot feest om post te ontvangen, dat gebeurt eens per 2 weken. Heel soms bel ik naar Nederland via de satelliettelefoon. Dat is duur en de verbinding is niet heel goed, dus dat probeer ik zo min mogelijk te doen.’

 

Jeltje Danhof Arts Projecten Ethiopië, Myanmar Studie geneeskunde

 

Augustus 2012

Sluit zoeken

Zoekveld