© Jetske Duncker/Artsen zonder Grenzen

Tropenarts Jetske

Jetske Duncker is op haar derde missie. Nu is zij in Turkije om onze medische hulp in Syrië te ondersteunen. Ze vertelt over haar werk, waarom ze dit doet en welke vaardigheden je moet beschikken.

Sinds wanneer werk je voor Artsen zonder Grenzen?

2014: ik heb in Zuid-Sudan gewerkt in een ziekenhuis. Daar boden we medische hulp voor vluchtelingen uit (Noord-)Sudan en voor de lokale bevolking die opeens heel veel mensen in hun al niet zo vruchtbare gebied zagen binnentrekken. Daarna ben ik op missie geweest in Noord-Irak waar we medische hulp boden aan Irakese vluchtelingen.

 

Waarom doe je dit werk?

Toen het oorlog in Kosovo was, zat ik op de middelbare school. Mijn medeleerlingen gingen een sponsorloop doen om geld op te halen, maar ik had het gevoel dat je dan eigenlijk geen idee had of het opgehaalde geld ook echt terecht kwam waar het het hardst nodig was. Ik wilde echt iets betekenen voor de mensen. Toen zag ik dat Artsen zonder Grenzen er echt aan het werk was. Tijdens mijn studie heb ik al met een recruiter gesproken, die raadde mij aan de tropenartsopleiding te doen. Een tropenarts kan basisoperaties doen, keizersneden, bevallingen. Ik heb mij aangemeld, kwam in de pool en heb gewacht tot er een missie was.

 

Hoe reageerde je familie?

Mijn familie wist al heel lang dat ik dit wilde, dus een verrassing was het niet toen het zover was. Grappig genoeg was het mijn oudste zus die eerder bij Artsen zonder Grenzen ging werken dan ik: ze is receptioniste op het hoofdkantoor. Dat maakt het extra leuk als ik naar Amsterdam kom al zorgt het wel voor verwarring aangezien we genoeg op elkaar lijken om door elkaar gehaald te worden.

 

Zijn ze wel eens ongerust?

Ze weten dat de organisatie zoveel mogelijk maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat wij veilig zijn. Natuurlijk zijn ze wel bezorgd, zeker als de landen waar ik werk (zoals Zuid-Sudan, Irak) veel in het nieuws zijn. Het helpt dat je met een goede internetverbinding gemakkelijk contact kunt houden. Als er dan nieuws is over een bombardement of aanslag krijg ik vaak een whatsappje of ik er iets van gemerkt heb, over het algemeen niet. Aan de andere kant is mijn jongste zusje net terug van een klimvakantie in Thailand, daar waren ze net zo bezorgd om.

 

© Jetske Duncker/Artsen zonder Grenzen

 

Wat doe je precies?

Het is een nieuwe uitdaging: ik probeer medische projecten te ondersteunen, zónder zelf aanwezig te zijn. Alles moet op afstand: ik heb contact met de lokale medewerkers ín Syrië via telefoon, whatsapp, skype en met de hulp van een vertaler. Machtig mooi als je zo een grote actie om een groot aantal kinderen op ondervoeding te checken weet op te zetten. Gelukkig viel het mee en waren weinig kinderen ondervoed. En ik ben supertrots op de staf. Al blijft het moeilijk dat ze soms iets anders doen dan jij het in gedachten had. Het is heel bijzonder om zoveel met mensen samen te werken zonder ze ooit persoonlijk ontmoet te hebben.

 

Welke cruciale eigenschappen moet je hebben?

Flexibiliteit staat in elke functieomschrijving die we krijgen. De eigenschap om je aan te passen aan een andere omgeving en culturen. Het gaat niet alleen om de cultuur van het land waar je werkt, maar ook om de culturen van de andere uitgezonden hulpverleners waar je mee werkt en woont. Stressbestendigheid is zeker ook een vereiste. En vooral als je, zoals ik, op afstand projecten aanstuurt: geduld hebben en de controle kunnen loslaten om erop te vertrouwen dat je staf het kan zonder dat je elke stap over hun schouder meekijkt.

 

Waar ben je het meest trots op?

Een van de mooiste dingen is als je veel tijd en moeite in een training van je staf hebt gestoken en je het twee weken later hen ziet uitleggen aan een ander alsof het een stukje van hen zelf is. Dan denk je echt: ‘Yes, het is gelukt!’ Of wanneer je hard hebt gewerkt aan een nieuw onderdeel van het project en je hoort, als je daar alweer weg bent, dat ze begonnen zijn met het opzetten ervan.

 

Verrassingen op je huidige plek?

Ik had niet verwacht dat het koud zou zijn in Turkije. Bij tropenarts zijn denk je toch aan tropische gebieden. Deze missie in het Midden-Oosten is de eerste waar ik enorm veel dikke kleren heb meegenomen, zelfs thermisch ondergoed heb laten opsturen. Ironisch, want ik hou enorm van warmte in tegenstelling tot mijn zus die juist van heel koud en van outdooractiviteiten in de kou houdt.

 

Wat heeft je het meest aangegrepen?

Een jongetje tijdens mijn missie in Zuid-Sudan. Twee weken nadat hij uit de boom was gevallen kon hij pas behandeld worden. De medicijnman probeerde zijn ouders te overtuigen hem naar ons ziekenhuis te brengen, maar ze weigerden. Uiteindelijk wist onze gezondheidswerker ze over te halen. Maar het jongetje zal nooit meer kunnen lopen. Tijdens mijn missie in Irak: het machteloze gevoel als duizend mensen voor een checkpoint tegengehouden worden, gevlucht voor de gruwelen in hun dorpen, met alleen dat wat ze konden meenemen en de rest moeten achterlaten.

 

Wat doe je ter ontspanning?

Yoga, lezen, contact met thuisfront, films kijken met popcorn

 

Wat heb je geleerd in je tijd bij Artsen zonder Grenzen?

Meer te waarderen wat je hebt. We hebben enorm geluk gehad in Nederland geboren te mogen worden: we kunnen naar school, we hebben eten en veiligheid, veel kansen. In Zuid-Sudan hadden we een vertaler, een enorm slimme man die heel goed Arabisch en Engels sprak. Nu leeft hij in een vluchtelingenkamp. Als hij in Nederland was opgegroeid had hij zoveel meer kunnen bereiken en leren.

 

Wat is het eerste wat je doet als je na een missie weer thuis bent?

Mijn familie een knuffel geven, meestal staan ze me op te wachten op Schiphol.

 

December 2015