BLOG: Een dag in een ‘noodsituatie’

Communicatiemedewerker Andrew waagde zich aan de training in noodsituaties voor onze hulpverleners. Het werd een ervaring die hij niet snel zal vergeten…

Ik had niet verwacht dat ik in mijn werkende leven ooit gevraagd zou worden om met een gescheurd en bebloed shirt rond te rennen, schreeuwend om een dokter. Maar kort geleden deed ik mee met één van rampenoefeningen van Artsen zonder Grenzen in Espace Bruno Corbé (EBC), het innovatie- en trainingscentrum in Brussel.

 

Set van een oorlogsfilm

Het leek wel of ik op een de set van een oorlogsfilm was beland: rookmachines en ‘patiënten’ besmeurd met nepbloed namen het trainingsveld over. Allemaal verzameld om de hulpverleners van Artsen zonder Grenzen voor te bereiden op hun werk. Om ze zowel op professioneel als persoonlijk vlak klaar te stomen voor de harde realiteit van de noodgevallen in hun werkveld.

 

Hieraan meedoen geeft kantoormedewerkers zoals ik een goed beeld van de manier waarop de organisatie te werk. We krijgen een concrete indruk van wat onze collega’s in de veldprojecten doen, terwijl wij achter computerschermen zitten te tikken.

 

Rampgebied

Naast ons indrukwekkende gebouw op het terrein is een dor stuk land omgebouwd tot rampgebied. Alles is aanwezig: ebolatenten, waterpompen, een radiopost en terreinwagens. Alle faciliteiten op het terrein zijn door medewerkers van Artsen zonder Grenzen gebouwd. Ze variëren van een grote ziekenhuistent tot een volledig functionerend leidingensysteem dat het hele terrein voorziet van drinkwater. Met beperkte middelen kunnen onze mensen complete ziekenhuizen met elektriciteit, drinkwater en afvalsystemen tevoorschijn toveren.

 

Make-up

We krijgen een make-over van professionele grimeurs en visagisten om ook echt op slachtoffers te lijken. Ze mogen los met verf, nepbloed en huiveringwekkende protheses. Ook krijgen we allemaal een keycord met een gelamineerd papier waarop een diagram en een beschrijving van onze verwondingen staat, variërend van miniem tot ernstig. Eén collega wordt opgedragen medische hulp te eisen bij een gebroken nagel, terwijl bij een andere een nep-buis uit z’n borst steekt.

 

Hersenschudding en een gebroken pols

Op mijn keycord staat dat ik er niet zo ernstig aan toe ben: een hersenschudding en een gebroken pols, met wat sneeën op mijn gezicht en borst. Het zwart en blauw dat de visagiste op mijn pols aanbrengt en het nepbloed waarmee ze me besproeit geven me nogal een flashback naar Halloween. Tot mijn verdriet moet mijn shirt wel opengescheurd worden en ik huil vanbinnen als ze aan de slag gaat met haar schaar.

 

Klaar voor de start

Mijn collega krijgt te horen dat ze een ‘zwart’ geval is, wat betekent dat ze dood is in deze setting. Ze krijgt een jaren ’80 pruik op waardoor het lijkt alsof er een heel stuk hersen uit haar hoofd hangt. Ik hoor dat deze pruik een nieuwe aanwinst is omdat de ‘nep hersens’ die ze voorheen gebruikten nogal moeilijk af te wassen waren. Eenmaal opgemaakt en klaar voor de start verzamelen we in het ‘rampgebied’.

 

Peptalk

Een bonte verzameling van zo’n dertig vrijwillige patiënten moeten de ramp vorm gaan geven. Het scenario van vandaag: een explosie.

De grootste groep bestaat uit de gewonden, maar er zijn ook familieleden en geliefden van de patiënten (zo heeft mijn ‘vriendin’ heeft tijdens de hele oefening bijvoorbeeld geprobeerd om bij mij in de medische tent te komen). Verder komen o.a. een zwangere vrouw, een groep dronken soldaten die rotzooi moeten trappen, een nieuwsteam dat het incident moet filmen en iemand van een andere organisatie die zijn hulp aanbiedt voorbij.

 

Orde scheppen in de chaos

Elke rol heeft specifieke behoeften die uniek zijn voor de problemen waar onze medewerkers mee te maken krijgen. Hun uitdaging is orde te scheppen in de chaos, terwijl ze moeten zorgen dat de gewonden naar de juiste plek worden gebracht.

 

Confronteren

Voordat we van start gaan luisteren we naar een man in een Artsen zonder Grenzen-hesje. Als een ware regisseur gebruikt hij een megafoon om iedereen op de juiste positie te krijgen. We mogen best overdrijven om onze hulpverleners zo goed mogelijk met de werkelijkheid te confronteren, zegt hij. De stress en uitdagingen van een vergelijkbare tragedie moeten goed geoefend worden. Met deze vrijkaart om helemaal los te gaan start de oefening. Er is groene rook en artsen en verpleegkundigen komen in een rij op ons aflopen.

 

Het gaat beginnen.

 

Vol overgave

Bij toverslag valt iedereen vol overgave in zijn rol. Een vrouw loopt hinkend rond terwijl ze onze hulpverleners bij hun mouw grijpt omdat ze een operatie wil. Mijn ‘zwangere’ collega schreeuwt met zoveel passie dat ik er van schrik. Er ligt een man op de grond die zijn ‘heftig bloedende’ been vasthoudt. 
 

Ernstigste gevallen

De artsen duiken meteen op de ernstigste gevallen. Ze rennen naar een man met een pijp uit zijn buik om hem naar de eerste hulp te snellen. Mijn collega met de hersens ligt ondertussen ‘dood’ op de grond. Ze vertrouwt me achteraf toe dat ze even haar ogen opendeed, maar dat dit gelijk door 1 van de begeleiders werd opgemerkt, die liet weten dat ze als dode haar ogen toch echt gesloten moest houden.

 

Stoïcijns

Terwijl ik mijn best doe om mijn ‘hersenschudding’ zo geloofwaardig mogelijk over te laten komen, hink ik rond terwijl ik mijn pols met mijn andere hand vasthoud. In vergelijking met mijn vrij hysterisch rondrennende collega’s loop ik er nogal stoïcijns bij.

 

Totdat ik tegen een dokter met een klembord aanloop.

 

‘Alles komt goed’

‘Ik weet niet wat er aan de hand is’, zeg ik, omdat ik denk dat dit is wat mensen met een hersenschudding zouden zeggen (ik ben nou eenmaal geen acteur…). ‘Wat gebeurt er? Wat gebeurt er? Ik heb pijn aan mijn pols.’ Ze kijkt op en zegt duidelijk en met een bezorgde blik: ‘Alles komt goed’. Ze bekijkt mijn keycord om mijn verwondingen te zien. ‘Hoe voel je je?’ ‘Ik ben duizelig’, zeg ik. ‘Mijn pols doet pijn en ik weet niet wat er aan de hand is.’

 

Moment van rust

Te midden van al het geweld en geschreeuw legt ze een hand op mijn schouder, het geeft een moment van rust in alle verwarring. ‘Zie je die tent daar?’, zegt ze, terwijl ze naar de behandeltent wijst. ‘Ik wil dat je daar naar binnen gaat. Daar zal iemand je helpen. Kan je dat voor me doen?’ Dus strompel ik naar de tent, terwijl ik net niet tegen allerlei vrijwilligers en hulpverleners op bots die op zoek zijn naar controle in deze chaos. 

 

Behandeling

Als de flappen van de behandeltent achter me dichtklappen verstomt ineens de herrie van buiten. ‘Patiënten’ liggen op plastic matten op de grond terwijl anderen op stoelen tegen een muur zitten. Een vrouw naast me houdt een stuk stof tegen haar bloedende hoofd terwijl ze constant mompelt dat ze een operatie nodig heeft. Haar gepassioneerde inzet om de situatie zo realistisch mogelijk te doen overkomen contrasteert nogal met de groep mannen die op de grond als een stel schooljongens ligt te giechelen (En het is allemaal ook vrij grappig, op een bepaalde manier…).

 

Met patiënt en al

Al snel komt een groep hulpverleners binnen om te checken wie er het ergst aan toe is. Ik kijk toe hoe een groepje een man op een stretcher tilt. De mankracht overdondert me, en ik glimlach omdat ik verwacht dat ze de ‘patiënt’ gaan laten vallen. Het lukt en ze tillen de stretcher met patiënt en al naar de behandeltent.

 

Applaudisseren

Ineens komt een dronken soldaat binnenvallen. Met een blik bier in de hand stevent hij recht op de medewerkers met de stretcher af, terwijl hij nare dingen in het Frans roept. Als ware uitsmijters richten die nu hun aandacht op hem. Ze weten hem vast te houden en rustig naar buiten te dirigeren, iets wat de overgebleven mensen in de tent doet lachen en applaudisseren.

 

Feilloos

De medische staf werkt feilloos samen, getraind als ze zijn in ons protocol voor dit soort situaties. Onze nep-tragedies en gekkigheid weerhoudt hun er niet van zich van hun beste professionele kant te laten zien. Ze benaderen en behandelen ons serieus en oprecht.

 

‘Hou vol!’

Een dokter loopt tegen het einde van de oefening op me af en bekijkt mijn keycord. Hij kantelt zijn hoofd en glimlacht: ‘Je bent op de juiste plek, hou vol!’

 

Debrief

Terwijl wij het nepbloed en stof boven een emmer proberen af te wassen, overleggen onze hulpverleners met hun meerderen: wat ging er goed en wat kon er beter?

 

Voorrecht

Het was een voorrecht om aan deze oefening mee te doen en om zulke professionele en sympathieke mensen te ontmoeten. Nu ik een glimp heb gezien van ons werk in noodsituaties, ben ik trots erop dat ik onderdeel ben van deze organisatie, vol mensen die het hart op de juiste plek hebben.

 

Harde werkelijkheid

Hoewel het voor mij en mijn collega’s een leuk dagje uit was, valt de harde werkelijkheid achter deze simulatie niet te ontkennen. Iedere verwonding en iedere situatie is een weerspiegeling van wat er kan gebeuren tijdens een echte ramp. Verschrikkelijke tragedies die samenlevingen en families uit elkaar rukken.

 

Wat onze medewerkers doen is ongelooflijk inspirerend en ik ben er trots op dat ik, als communicatiemedewerker, hun verhalen mag delen.

 

 


afbeelding van Andrew Headspeath Geschreven door: Andrew Headspeath
Andrew Headspeath is communicatiemedewerker