‘Mijn hart brak’

Arts Farouk Marwan* werkte voor Artsen zonder Grenzen in Tal-Abyad in Noord-Syrië. Toen zijn leven gevaar liep, moest hij het moeilijke besluit nemen om zijn land én zijn gezin te verlaten.

‘In Syrië was ik kinderarts. Ik woonde in de stad Raqqa met mijn vrouw en twee kinderen. Ik had mijn eigen privékliniek in de stad, in een arme wijk, waar ik naast mensen uit de stad ook gratis medische zorg gaf aan vluchtelingen uit Homs en Aleppo.

 

Willekeurige beschietingen

‘Het geweld in deze regio nam halverwege 2013 toe. Er waren meer gevechten, meer luchtaanvallen en meer willekeurige beschietingen. Het Free Syrian Army (FSA) nam delen van Raqqa in en de stad werd elke dag gebombardeerd door overheidstroepen. Ik stond op een dag buiten mijn kliniek te praten met een buurman. Hij werd ter plekke neergeschoten. Ik besloot toen mijn kliniek te sluiten – het was te gevaarlijk geworden. Een week later werd mijn kliniek geraakt door een bomvat. Het gebouw was totaal verwoest. Gelukkig was er op dat moment niemand binnen.

 

Vaccinatiecampagne

‘Rond die tijd vernam ik dat Artsen zonder Grenzen mensen zocht voor een vaccinatiecampagne in Tal-Abyad, dat zo’n honderd kilometer ten noorden van Raqqa ligt. Ik solliciteerde en kreeg de baan. Tegelijkertijd wisselde Raqqa continu van handen. Eerst FSA, daar Al-Nusra, daarna, tegen het einde van 2013, Islamitische Staat (IS).

 

'IS-strijders klopten bij me aan voor medische hulp'

 

Zorg ingenomen

‘Toen IS net opkwam, gaven ze niet echt om medische zaken. Maar dat duurde niet lang. Na een paar maanden in het gebied besloten ze ziekenhuizen en klinieken in te nemen en de invoer van medische voorraden te controleren. De meeste internationale hulporganisaties verlieten daarop Raqqa, net als vele Syrische artsen, die het land ontvluchtten. Ik besloot zelf een nieuwe kliniek te openen, bij mij thuis, om hulp te kunnen bieden aan mensen in de buurt.

 

Medische eed

‘Het duurde niet lang voordat IS-strijders bij me aanklopten voor medische hulp. Ik voelde me daar niet op mijn gemak bij, maar ik handelde volgens mijn medische eed: ik behandel alle patiënten, ongeacht hun afkomst, religie of politieke overtuiging.

 

Angstaanjagend

‘Desalniettemin was het elke keer bijzonder angstaanjagend als IS-strijders voor de deur stonden. Ze kwamen altijd aan in luide jeeps, reden te hard en maakten veel herrie. Mijn gezin was doodsbang. Toen de bombardementen op IS begonnen, kwamen ze een keer ’s nachts langs om me mee te nemen. Ik moest gewonden helpen. Mijn vrouw was bang dat ik niet meer terug zou komen. Ik dacht zelf ook dat ik het niet zou halen. Of IS of de luchtaanvallen zouden mijn einde betekenen.

 

'Mijn leven, zoals ik dat altijd had gekend, was voorbij'

 

Bedreigingen

‘Dat gebeurde niet. Wat wel gebeurde, is dat IS me opdroeg om in een van de ziekenhuizen te gaan werken die zij hadden ingenomen. Ik was een van de weinige artsen in het gebied. Ze hadden me nodig. Maar ik weigerde. Als gevolg daarvan werd ik met de dood bedreigd. Ik moest me verschuilen, maar wist dat er geen plek was waar ik veilig was. Niet in de kleine dorpen rondom Raqqa, niet in de stad zelf. Ik realiseerde me dat ik geen andere optie had dan Syrië te verlaten. Mijn kansen waren groter op een bootje in zee dan daar aan land.

 

Nooit meer veilig

‘Ik realiseerde me ook dat mijn leven, zoals ik dat altijd gekend had, voorbij was. Het enige dat nog telde, was het leven en de veiligheid van mijn gezin. Zij zouden nooit meer veilig zijn. Ze zouden niet normaal kunnen opgroeien, niet normaal naar school kunnen. Meer dan alles moesten zij ook weg.

 

Laatste nacht

‘Maar mijn vrouw, hoogzwanger van ons derde kind, kon niet reizen. Ze was te vermoeid. Daarom besloten we dat ik vooruit zou gaan, met een vriend, en zodra ik ergens immigratiepapieren had bemachtigd zou zij overkomen met onze kinderen. Mijn laatste nacht in Raqqa sliep ik bij mijn kinderen op hun kamer. Ze wisten niet dat ik op het punt stond om weg te gaan, maar ik denk dat ze aanvoelden dat er iets mis was. Ik wilde niets liever dan hen meenemen. Het was een onmogelijke keuze. Ik moest mezelf redden om hen te redden.

 

Dr. Marwam is nu in Nederland. Hij moest de onmogelijke keuze maken om zijn gezin achter te laten in Syrië. © Ikram N’gadi

 

Checkpoints

‘De volgende dag verliet ik Raqqa – geen gemakkelijke opgave met alle gevechten tussen IS, Koerdische troepen, Al-Nusra en FSA. Tussen Raqqa en Efreen moest ik door drie checkpoints. Dat voelde alsof ik door drie verschillende landen reisde. Toen ik Turkije bereikte, hoorde ik dat de overheid mensen arresteerde die naar Izmir wilden. Ergens hoopte ik dat mijn reis zou falen en dat ik terug zou moeten naar Syrië. Zover kwam het echter niet.

 

Bedrogen

‘We bereikten Izmir en zagen onmiddellijk hoe druk het er was. Mensen sliepen in de straten, uitgehongerde mensen, allemaal vluchteling. Sommigen hadden al hun geld aan smokkelaars gegeven, maar waren bedrogen en konden nu nergens heen. We hoorden ook dat vele boten de oversteek niet haalden. Mijn vriend en ik keken naar de zee. We vonden het allebei moeilijk te bevatten dat we er misschien zouden verdrinken.

 

Huilen en bidden

‘Nog moeilijker was het moment dat we echt de overbevolkte rubberboot in moesten stappen. Sommige mensen aan boord waren aan het huilen, sommigen waren aan het bidden. Iedereen ging met zijn eigen manier om met de angst.

 

'Ik droomde van een kussen om mijn hoofd op te leggen'

 

Altijd onderweg

‘We haalden de Griekse kust. We arriveerden op het eiland Farmakonisi, daarna trokken we meteen door naar Leros, verder naar het Griekse binnenland, door naar Macedonië, vervolgens naar Servië. Ik sliep nauwelijks, we waren altijd onderweg. Ik droomde op een gegeven moment alleen maar van een kussen om mijn hoofd op te leggen, warm water om mee te douchen en een telefoon waarmee ik mijn familie kon bellen.

 

Simkaart

‘Dat laatste werd werkelijkheid in Belgrado. Ik bemachtigde een lokale simkaart zodat ik naar huis kon bellen. Ik sprak met mijn vrouw en dochter, maar mijn zoon wilde niet met me praten. Hij vond ik dat hem verlaten had. Mijn hart brak op dat moment.

 

Park

‘We trokken lopend verder door de akkers rond Belgrado en vonden uiteindelijk een smokkelaar die voor 450 euro vervoer naar Oostenrijk regelde. Niet lang daarna brachten we de nacht door in een park in Wenen. De volgende ochtend kochten we treinkaartjes met bestemming Amsterdam.

 

Hart tekeer

‘Mijn vrouw beviel in oktober, kort nadat ik in Nederland was aangekomen. Ze stuurde me een foto van ons zoontje. Ik praat elke dag met mijn familie, maar mijn zoon wil dat nog steeds niet. Gelukkig wil mijn dochter niets liever. Ik word zo enthousiast als ik haar aan lijn heb dat mijn hart tekeer gaat. Soms hoor ik dan op de achtergrond het geronk van overvliegende gevechtsvliegtuigen. Ik ben doodsbang dat zij hun bommen laten vallen. En ik maak me zo verschrikkelijk veel zorgen om mijn familie. Ik ben mijlenver weg en kan ze niet beschermen.’

 

* Naam is veranderd om familie in Syrië te beschermen.

 

December 2015

Sluit zoeken

Zoekveld