© Anna Surinyach/MSF

Een kant-en-klaar-recept voor tragedie

De eerste twee maanden van haar leven sliep Mary op een stalen bed in een vochtige tent in een overbevolkt vluchtelingenkamp. Nu slaapt ze in een ziekenhuis, waar ze vecht voor haar leven.

Mary is vier maanden oud en is geboren in het vluchtelingenkamp op het terrein van de Verenigde Naties (VN) in Malakal, een plaatsje in het noordoosten van Zuid-Sudan. Elke keer dat ze ademhaalt, wordt de lucht met een rasperig geluid uit haar kleine, besmette longen geduwd. Als ze huilt, verwringt haar hele lichaam door de inspanning. Mary is nog maar net van het beademingsapparaat af. Dit is al de derde keer dat ze is opgenomen.

 

Tekort aan ziekenhuisbedden

Het vluchtelingenkamp  in Malakal ligt op drassige grond. Nu het kouder wordt in de regio krijgen veel kinderen longontsteking of andere luchtweginfecties. Ongeveer de helft van de patiëntjes op de kinderafdeling in het ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen lijdt hieraan. Malaria is een andere grote boosdoener. Een recente uitbraak van de ziekte zorgde voor een acuut tekort aan ziekenhuisbedden. Veel patiënten moesten daarom op een matras op de grond liggen.

 

Baby Mary, vier maanden oud, vecht voor haar leven in het Artsen zonder Grenzen-ziekenhuis op het VN-terrein in Malakal, Zuid-Sudan. © Anna Surinyach/MSF

 

Dicht op elkaar

Overbevolking en erbarmelijke leefomstandigheden zijn de belangrijkste oorzaken van de enorme toename van het aantal zieke mensen. Buiten de ziekenhuispoorten schuilen bijna 50.000 mensen in tenten en beschuttingen die zo dicht op elkaar staan dat mensen zijwaarts moeten lopen om ergens te kunnen komen. Drie maanden geleden nog nam de bevolking van het vluchtelingenkamp met 16.000 mensen toe. ’s Nachts voeren zij in kleine kano’s de Witte Nijl af, op de vlucht voor gevechten, wijdverspreid geweld en toenemende voedselschaarste. De meeste bezittingen moesten zij noodgedwongen achterlaten.

 

Afhankelijk van hulp

Nya (40) was een van de mensen die drie maanden geleden arriveerden in Malakal. Zij was voorheen verloskundige en had het met haar gezin goed. Nu is ze bijna volledig afhankelijk van humanitaire hulp. In het vluchtelingenkamp leeft ze met 55 anderen in een gemeenschappelijke tent. Ze heeft een kleine afgebakende ruimte voor zichzelf en haar kinderen – haar eigen kinderen, twee zonen, en de vieren kinderen die hun ouders zijn kwijtgeraakt. Ondanks haar zware omstandigheden heeft ze de zorg op zich genomen van deze kinderen. Nya en haar kroost delen één veldbed en enkele plastic matten. Hun leefruimte heeft de grootte van een kleine eenpersoonsslaapkamer.  Ze laat haar voorraadje Lum zien, bladgroente die ze buiten het kamp vergaart om de magere voedselhulp in het kamp aan te vullen en zo alle kinderen te eten kan geven.

 

Nya leeft in een gemeenschappelijke tent met 55 andere vluchtelingen. Ze heeft haar twee kinderen bij zich, maar heeft ook de zorg opgenomen van vier andere kinderen die hun ouders kwijt zijn geraakt. © Jacob Kuehn/MSF

 

Recept

‘s Nachts wordt het vochtig, koud en barst het van de muggen. De smalle steegjes en slootjes tussen de tenten zijn gevuld met modder en stilstaand water, ideale broedplaatsen voor muggen. De leefomstandigheden vormen een kant-en-klaar-recept voor tragedie. ‘Iedereen ligt ’s nachts te hoesten,’ zegt Nya. ‘Ziekte verspreidt zich hier makkelijk. We hebben meer ruimte nodig.’ Ze krijgt onmiddellijk bijval van de andere moeders in de tent.

 

Ruimte

De VN heeft een halve vierkante kilometer afgezet voor de vluchtelingen. Dat is nu al veel te weinig voor alle families op het terrein. Maar ook voor meer waterpunten en latrines is nu geen ruimte, laat staan voor scholen, openbare ruimtes of markten. Op tweehonderd meter van Nya’s tent is een waterpunt waar een enorme rij mensen met jerrycans wachten op hun beurt aan de kraan. Een groep vrouwen zegt regelmatig uren te wachten – regelmatig zonder succes. De kranen van het waterpunt zijn verbonden aan een enorme watertank die tweemaal per dag wordt gevuld, maar ook weer razendsnel geleegd wordt. Latrines vormen een nog groter probleem. Op sommige plekken is maar één latrine voor elke zeventig mensen. Sommigen zien zich daardoor gedwongen hun behoefte te doen in de douches.

 

De leefomstandigheden in het vluchtelingenkamp zijn verschrikkelijk. Kinderen spelen er in de modder, omringt met prikkeldraad en vuilnis. © Anna Surinyach/MSF

 

Ernstige toestand

Onder deze omstandigheden mag het geen verrassing zijn dat er voor zonsopgang al lange rijen staan voor de medische hulpposten in het kamp. Deze hulpposten sluiten echter om vijf uur in de middag. Zondag zijn zij helemaal gesloten. Op die momenten gaat iedereen naar de eerste hulp van het ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen, dat 24 uur per dag open is. Velen komen daar in ernstige toestand aan. Zo ook kleine baby Mary.

 

Terug

Na een lange dag gaat het weer wat beter met haar. Ze slaapt onder een muggennet, tijdens haar laatste nacht in het ziekenhuis. Morgen, als ze nog steeds stabiel is, zal ze plaatsmaken voor een andere patiënt. Helaas moet ze dan terug naar haar koude, drukke tent in het vervuilde, overbevolkte vluchtelingenkamp. Daar zal ze waarschijnlijk weer ziek worden. Dit vreselijke leven is het enige dat ze in haar jonge leven heeft gekend. Dat moet dringend veranderen.

 

November 2015

Sluit zoeken

Zoekveld