‘Ik zie geen toekomst meer’

Ruim een jaar geleden staken de eerste vluchtelingen uit Burundi de grens met Tanzania over. Sindsdien stromen elke week duizend nieuwe vluchtelingen overbevolkte kampen binnen.

De mensen uit Burundi ontvluchten de grote politieke onrust in hun land. Die begon in mei 2015, toen spanningen rond de presidentsverkiezingen leidden tot hevige geweldsuitbarstingen. Veel Burundezen ontsnapten aan het geweld door naar Tanzania te vluchten. Daar leven nu ongeveer 140.000 mensen in drie overbevolkte vluchtelingenkampen. En elke dag komen er meer mensen bij.

 

Grote problemen

Twee van de drie kampen, Nyarugusu en Nduta, zitten al volledig aan hun capaciteit. Mensen worden nu vanuit die kampen overgebracht naar het derde kamp, Mtendeli. Daar gaan ook nieuwe vluchtelingen die de grens over komen heen. ‘Het aantal vluchtelingen blijft geleidelijk oplopen,’ zegt landencoördinator Dana Krause. ‘We verwachten dat de drie kampen eind september volledig vol zitten. Dat zorgt voor grote problemen. In Mtendeli, bijvoorbeeld, is nu al niet genoeg water.’

 

 

Trauma’s

Nadat zij het geweld in hun land zijn ontvlucht, worden de Burundese vluchtelingen in Tanzania nu geconfronteerd met precaire leefomstandigheden. Klinieken zitten vol met mensen met malaria, luchtweginfecties en diarree. Ook zijn er enorme psychosociale noden; veel mensen hebben traumatische ervaringen en moeite deze te verwerken. Psychologen van Artsen zonder Grenzen geven aan dat veel mensen lijden onder depressies, spanning en slaapproblemen.

 

Alles kwijt

‘Ze zijn alles kwijt,’ zegt psycholoog George Hunter. ‘Zes maanden geleden hadden ze een normaal leven en gingen hun kinderen naar school. Maar zij zaten ineens gevangen in het geweld en hebben familie en vrienden verloren. Ze moesten vluchten. Nu leven ze in een tent. Dat is alles wat ze nog hebben.’

 

Honderden mensen dringen bij een distributie van hulpgoederen, zoals dekens, keukengerei, lampen en muggennetten.

 

Droom voorbij

Joseph is een vluchteling die leeft in het kamp Nduta. ‘Toen ik net aankwam, kon ik niet slapen. Ik kon alleen maar denken aan de dingen die ik achter had gelaten. Mijn leven leek afgelopen. Bang ben ik nog steeds, ik voel me nog steeds niet veilig. Ik zie geen toekomst meer. Ik hoopte mijn studie af te kunnen maken. Maar nu ik hier zit, lijkt die droom voorbij.’

 

Malaria

In de regio Kigoma, waar de kampen liggen, is malaria een groot probleem. Vooral zwangere vrouwen en kinderen lopen risico ernstige malaria te krijgen. Zonder tijdige behandeling kan dat dodelijk zijn. Ongeveer de helft van de patiënten die wij in onze klinieken in Nyarugusu en Nduta behandelen, hebben malaria. Sinds de start van het jaar zijn dat er tot nu toe ongeveer 58.000.

 

‘De hulp schiet nog steeds tekort’

 

Regens

‘Het aantal patiënten is de afgelopen weken licht gedaald, maar dat is tijdelijk,’ zegt Krause. ‘De regens zullen tot en met juni aanhouden. Dat zorgt voor vochtige omstandigheden, ideale broedplaatsen voor muggen. De enige manier om het aantal patiënten te verminderen, is snel preventieve maatregelen te treffen.’

 

Meer hulp nodig

Artsen zonder Grenzen runt meerdere klinieken in de vluchtelingenkampen. In het kamp Nduta zijn wij zelfs de enige organisatie die medische zorg biedt. Daarnaast verzorgen wij schoon water en delen we muggennetten en tenten uit. Deze hulp is echter niet genoeg en vanuit de internationale gemeenschap is nauwelijks (financiële) steun verleend voor een substantiële noodrespons. ‘De humanitaire hulp schiet een jaar na de eerste influx van vluchtelingen nog steeds tekort,’ stelt Krause. ‘Er moet meer gebeuren voor deze mensen.’

 

Beeld © Luca Sola, Ikram N’gadi

 

Juni 2016

Sluit zoeken

Zoekveld