‘In de chaos had ik mijn moeder achtergelaten’

Mary Mayik Lual (32) was schoonmaker in het Artsen zonder Grenzen ziekenhuis in Wau Shilluk. Toen de gevechten het stadje naderden, sloeg de bevolking op de vlucht. Mary vertelt.

'Het was 3 februari, ik had dienst. Ik hoorde het geluid van geschut en kogels die afgevuurd werden. Die middag besloot ik het ziekenhuis te verlaten en met de anderen uit de stad naar het noorden te vluchten. Zodra ik mijn twee kinderen had gevonden, ben ik gaan lopen. Uren later bereikte ik laat in de avond een dorp. Toen besefte ik dat ik in de chaos mijn moeder had achtergelaten. Ze is 70 jaar oud en slecht ter been.

 

Terug

De volgende dag liepen we en liepen we tot we een ander dorp hadden bereikt. Toen besloot ik terug te gaan om mijn moeder te zoeken, ook was ik bang om terug te gaan. Gelukkig vond ik haar: ze strompelde op de weg. Ik was zó intens blij haar te zien.

 

Bang voor de gevechten

Samen liepen we weer verder: mijn moeder, mijn kinderen en ik. Eerst bereikten we het plaatsje Kodok en toen Aburoch. In totaal zo’n 80 kilometer van Wau Shilluk vandaan. Ik was enorm bang dat de gevechten ons in zouden halen, omdat mijn moeder en mijn kinderen niet sneller konden lopen. En er waren geen auto’s of iets anders waar we mee konden rijden.’

 

Mary (rechts) met haar moeder in Aburoch. Zuid-Sudan, maart 2017.

 

Uitgeput

Het was zo snel gegaan, ik had de kans niet om wat eten in te pakken, en water konden we niet vinden. Dus ik besloot dat we langs de rivier moesten lopen en daar water uit drinken. Mijn jongste zoontje werd ziek, mijn moeder was te uitgeput om nog verder te lopen. Dus blijven we nu maar in Aburoch. We moeten dag en nacht in de open lucht doorbrengen. Een andere familie deelt hun stuk plastic zeil met ons. Er is niet genoeg water hier en we wachten al weken op voedsel. Omdat de rijen voor de handpomp zo lang zijn, ga ik ’s nachts, ook al ben ik bang dat het niet veilig is.

 

Voor de vijfde keer gevlucht

Het is niet de eerste keer dat ik moet vluchten. In 2014 woonde ik in Malakal, toen ben ik met een kano gevlucht. Een andere boot, vol vrouwen en kinderen, zonk toen en velen verdronken. Mijn broer werd tijdens de gevechten gedood. Tijdens mijn vlucht raakte ik drie van mijn kinderen kwijt. Pas maanden later had ik ze teruggevonden, in Wau Shilluk. Ik heb hen naar Sudan gestuurd, ik wil ze niet opnieuw kwijtraken. Ik weet niet waar ik nu naartoe moet. Dit is de vijfde keer dat ik gevlucht ben tijdens deze oorlog, en ik ben het rennen moe.'

 

Het Artsen zonder Grenzen ziekenhuis in Wau Shilluk werd geplunderd. In Aburoch bevinden zich zo’n 15.000 mensen die gevlucht zijn, daar heeft Artsen zonder Grenzen een veldhospitaal opgezet en gaat een mobiel team naar vluchtelingen toe die zich ten zuiden van Kodok bevinden.

 

Maart 2017

Sluit zoeken

Zoekveld