Mensen komen aan op het terrein van de Verenigde Naties (VN) in Bentiu, in de deelstaat Unity in Zuid-Sudan. Ze lopen naar de plaats waar ze zich kunnen registreren in het vluchtelingenkamp. © Brendan Bannon, september 2015.

Boem: de realiteit in Zuid-Sudan

afbeelding van Maartje Hoetjes

Maartje Hoetjes

Verpleegkundige en medisch noodhulpcoördinator

Maartje Hoetjes is medisch noodhulpcoördinator. In Zuid-Sudan startte zij ons hulpproject in de plaats Leer opnieuw op, nadat het team daar eerder moest evacueren vanwege gevechten in de regio.

In de vroege morgen, met een onverwachte kou in de Zuid-Sudanese steppe, pakken we onze dozen in bij zaklamplicht. Zodra de zon opkomt, gaan we op weg. We gaan op pad om een mobiele kliniek te draaien in een dorp in de regio Leer, waar mensen maandenlang afgesneden zijn van gezondheidszorg.

 

Wachtenden

Als we aankomen, wachten tientallen mensen ons al op. We weten dat het een lange dag gaat worden, en dat we niet alle patiënten kunnen behandelen voordat het weer donker wordt en we daarom weer wegmoeten. Dus we werken snel en efficiënt: één collega start met triage: kijken of er dringende gevallen zijn, één met patiënten onderzoeken, een andere met de apotheek…

 

Medisch noodhulpcoördinator en verpleegkundige Maartje Hoetjes aan het werk tijdens een mobiele kliniek in de plaats Rupkuay, Unity-Staat, Zuid-Sudan.

 

Pakketje

Uit de verte komt een meisje aanlopen, ik schat haar een jaar of acht. Ze heeft een pakketje in haar armen en een zorgelijke blik in haar ogen. Ze loopt recht op ons af. Ze duwt het pakketje in de handen van mijn collega: het is een zwaar ondervoed meisje, gewikkeld in een dun laken. Haar huid gerimpeld, haar armpjes zo dun als stokjes, haar ogen gesloten en verzonken. Haar ademhaling is bijna onzichtbaar, ze is ijskoud en helemaal stijf. Weer handelen we snel, met medische routine. We warmen het kindje op met een overlevingsdeken van thermische folie, we brengen een infuus in en starten haar op glucose en antibiotica.

 

Grote zus Tereza

Terwijl we bezig zijn, komt via onze vertaalster langzaam het verhaal van de grote zus, die Tereza heet. Het meisje vertelt dat haar zusje de hele nacht op de ijskoude grond heeft gelegen. Ze huilde van de kou, maar behalve het laken en zichzelf, had ze niks om haar zusje warm te houden. Tereza vertelt hoe haar beide ouders door het geweld in de laatste maanden zijn omgekomen. Hoe haar oude oma voor hen zorgde. Maar eergister vertrok oma om voedsel te zoeken, want er was niets meer, helemaal niets. Ze wachtten uren, een dag, een nacht… maar oma kwam niet meer terug.

 

Mijn hart slaat een slag over

 

Met een klap in de realiteit

Boem. Tereza’s verhaal rukt me uit de medische routine, en ik word even in één klap met mijn beide benen op de Zuid-Sudanese grond, in de realiteit gezet. Ik ken de verhalen van de afgelopen maanden, van wat er is gebeurd in Unity-Staat. Het geweld dat heeft plaatsgevonden, de dorpen die werden aangevallen, zoveel mensen die vermoord werden, de velden verbrand, de vrouwen verkracht. Families die zich verborgen hielden in de moerassen, onderduikend in het water, uit angst. Als Artsen zonder Grenzen hadden we maanden geen toegang tot het gebied.

 

Geen opgeven

Maar de vreselijke verhalen krijgen opeens een gezicht. Tereza, met haar pas acht jaar, die haar kleine zusje probeerde te beschermen, te redden. Die dwars door al het verdriet over haar ouders heen, de zorgen over haar oma, niet opgaf. Die zo gauw de zon weer opkwam met haar kleine zusje in haar armen, kilometers naar de Artsen zonder Grenzen kliniek kwam rennen. Mijn hart slaat een slag over. En ik weet weer even heel goed waarom wij hier zijn, waarom we hier moeten zijn, waarom ik hier ben.

 

Het is haar tante van ver

 

Pindapasta

De kliniek draait door. Gedurende de dag zien we meer dan 300 zieke kinderen. Gedurende de dag knapt het kleine zusje van Tereza wonderbaarlijk steeds meer op. Als ze weer op temperatuur is en als de medicijnen hun werk beginnen te doen, is ze zelfs in staat om plumpy’nut te eten, de speciale verrijkte pindapasta waarmee we ondervoede kindjes behandelen.

 

Kind

Terwijl haar zusje opknapt begint Tereza steeds meer te stralen. Het juk van de zorgen is even van haar schouders. Constant komt één van ons even langs om te kijken hoe het met de meiden gaat en ze geniet er zichtbaar van dat er voor haar wordt gezorgd. Ze maakt grapjes, ze is even weer kind.

 

Mirakel

Het eind van de dag brengt nog een miraculeuze verrassing. Tereza, die met haar zusje in een hoekje van de kliniek zit, staat opeens op en begint enthousiast te zwaaien naar een vrouw die komt aanlopen. Het is haar tante van ver. Zij had het nieuws vernomen en is met haar man de meiden komen zoeken. Zij willen de kinderen in hun gezin opnemen. Het kleine zusje van Tereza is stabiel genoeg om ook mee naar huis te gaan, en we vragen hen met haar de volgende week terug te komen voor meer plumpy’nut.

 

Wanneer de schemer valt pakken wij alle dozen weer in. De familie vertrekt samen, Tereza draait zich om en zwaait met een grote glimlach. En oh, wat ben ik dankbaar voor die glimlach!

 

Februari 2016

Sluit zoeken

Zoekveld