‘De burgerbevolking krijgt wapens in de handen gedrukt’

afbeelding van María Simón

María Simón

Centraal-Afrikaanse Republiek, Landencoördinator

Na een periode van relatieve rust in de Centraal-Afrikaanse Republiek lopen de spanningen weer op. María Simón coördineerde onze projecten in het land. Zij zag steeds meer mensen de wapens oppakken.

Het afgelopen jaar liepen de spanningen tussen gewapende groepen geleidelijk weer op. Maar sinds een paar maanden is de aard van het conflict veranderd. Het zijn nu groepen binnen de rebellenbeweging ex-Séléka die met elkaar aan het vechten zijn, om grond en grondstoffen.

 

Nieuwe strijd

Daarbij speelt een tweede strijd. Hierbij is de Peul-bevolking het doelwit. De Peul zijn semi-nomadische mensen, die al tijden in conflict zijn met agrarische gemeenschappen. Verschillende gewapende groepen, die eerst tegen elkaar vochten, hebben nu een verbond gesloten om de strijd aan te gaan met een gewapende groepering die vooral bestaat uit mensen van de Peul-bevolking.

 

Een afgebrand huis in het dorp Kopia. Van het dorp is weinig meer over na aanvallen door rebellen.

 

Zorgen

De burgerbevolking krijgt wapens in de handen gedrukt door deze groepen. Daar maken we ons grote zorgen om. Dit kan leiden tot een hevige escalatie van het geweld. We vrezen dat er een situatie ontstaat die doet denken aan de ergste momenten van de oorlog in 2013 en 2014.

 

Extreem geweld

Ik kwam hier toen aan, in 2013. Het geweld was toen extreem, volgens religieuze lijnen, tussen christenen en moslims. Vooral in hoofdstad Bangui was het erg. Het was vooral moeilijk voor onze Centraal-Afrikaanse collega’s. Hun families en gemeenschappen moesten vreselijke dingen doorstaan. Maar elke gedachte hieraan moesten ze opzij zetten als ze, onpartijdig als we zijn, patiënten aan beide kanten van de frontlinie behandelden.

 

Een moeder heeft haar kind van zeven maanden naar ons ziekenhuis in Bambari gebracht.

 

Evacuatie

We zagen regelmatig verschrikkelijke taferelen. De stad Kabo, in het noorden, werd een doorstation voor honderden vrachtwagens die moslims evacueerden uit Bangui. Duizenden mensen, vrouwen, kinderen, ouderen, moesten dagenlang reizen naar vluchtelingenkampen. Thuis waren ze hun leven niet zeker.

 

'Vrouwen moesten bevallen in een vrachtwagen'

 

Doodsbang

Onder de vrouwen waren veel zwangeren. Enkele vrouwen moesten bevallen in een vrachtwagen. Vrijwel iedereen was uitgeput, uitgedroogd, hongerig en, bovenal, doodsdbang. We probeerden mensen bij te staan. Sommigen moesten we behandelen voor schotwonden. De vrachtwagens bleken onderweg beschoten.

 

Een meisje staat in een tent, niet meer dan een geïmproviseerde beschutting, in een vluchtelingenkamp in Bria.

 

Keiharde klap

Wij bleven ook niet ongedeerd. In april 2014 stormde een gewapende bende ons ziekenhuis in Boguila binnen en richtte een bloedbad aan. Bij de beroving kwamen negentien mensen om, onder wie drie van onze collega’s. Het was een keiharde klap. Voor ons én voor de gemeenschap. Omdat wij ons werk moesten stilleggen, zaten zwangere vrouwen, malariapatiënten en oorlogsgewonden zonder medische hulp.

 

Afhankelijk

Twee jaar later, in 2016, was het anders. Er was een non-agressiepact getekend. Er waren verkiezingen. En hulporganisaties durfden het land weer in. De crisis was echter verre van voorbij. De VN schatte op dat moment dat ruim twee miljoen mensen afhankelijk waren voor humanitaire hulp en dat er honderden miljoenen dollars nodig waren om die hulp te kunnen geven. Er is tot nu toe slechts een fractie van dat bedrag opgehaald.

 

Arts Victor Fayette behandelt een patiënt met een schotwond.

 

Kracht en hoop verloren

En nu dreigt dus een herhaling van zetten. Vorige maand was een van onze teams getuige van een bloeddorstige aanval met machetes. Meer ellende en lijden lijkt onderweg. En deze bevolking heeft al zo veel kracht en hoop verloren. Ze willen dat het stopt. Ze willen een normaal leven. Maar dat kan niet in een land waar de heersende moraal wordt afgedwongen met wapens.

 

'Dit is onwezenlijk'

 

Onwezenlijk

Die moraal is onacceptabel. Het opgelaaide geweld zorgde de afgelopen maanden voor honderdduizenden nieuwe vluchtelingen. Dat brengt het totaal aan Centraal-Afrikaanse vluchtelingen op één miljoen. In een land van nog geen vijf miljoen mensen. Dat is meer dan onacceptabel. Dit is onwezenlijk.

 

Een politieke crisis in de Centraal-Afrikaanse Republiek escaleerde in 2013 in een gewelddadige conflict tussen moslimbeweging Séléka en christelijke beweging anti-Balaka. In mei 2015 boden vredesonderhandelingen enige hoop op vrede, maar helaas bleef het geweld oplaaien. De medische zorg in het land is grotendeels ingestort. Vele gezondheidsinstellingen zijn beschadigd of verwoest en er is een tekort aan medisch personeel. De medische zorg die er wel is, wordt grotendeels geboden door Artsen zonder Grenzen en andere hulporganisaties. Die hulp wordt echter herhaaldelijk verhinderd door gewapende groepen en criminelen.

 

Mei 2017


afbeelding van María Simón Geschreven door: María Simón
María Simón werkt als landencoördinator voor Artsen zonder Grenzen.
Sluit zoeken

Zoekveld