BLOG: Mijn eerste zes dagen na cycloon Idai in Zimbabwe

afbeelding van Marthe Frieden

Marthe Frieden

Zimbabwe

Hoe ga je te werk als een enorme tropische cycloon je werkgebied treft? Hulpverlener Marthe Frieden schrijft over haar eerste zes dagen na de cycloon in het ergst getroffen gebied van Zimbabwe.

Tot de nacht van de cycloon waren we met ons project in Chipinge  bezig een medisch model te ontwikkelen voor de behandeling van patiënten die met meerdere ziektes tegelijkertijd naar onze klinieken kwamen.

 

Hele gezinnen en huizen verdwenen onder de modder

Toen kwam Idai. Windsnelheden van meer dan 200 kilometer per uur kondigden de komst van de enorme cycloon aan die gigantische hoeveelheden water op de provincie Manicaland in Zimbabwe dumpte. Bomen werden uit de grond gerukt en rustige beekjes veranderden in wilde stromen. Bruggen en wegen verdwenen, net als huizen. Modderstromen rolden van de bergen, pakten rotsen op en sleepten ze naar beneden. Hele gezinnen en huizen verdwenen onder de modder en rotsen. Toen de aarde stopte met bewegen, bleef er een massagraf achter.

 

Dag 1 (zaterdag 16 maart):

Ik ben aanwezig bij een spoedvergadering, waar het gevoel van wanhoop en hulpeloosheid toeneemt naarmate de omvang van de schade duidelijk wordt. Ook groeit het besef dat de verwoeste gebieden van de rest van de wereld zijn afgesloten. We weten dat we nu in de noodmodus moeten gaan werken. We wisselen onze eigen kleding om voor t-shirts van Artsen zonder Grenzen en gaan direct aan de slag. 

 

Dag 2 (zondag 17 maart):

Het team van Artsen zonder Grenzen verlaat de stad Mutare met als doel om medicijnen en medische voorraden af te leveren in het Mutambara-ziekenhuis in het Chimanimani district. Na een dag ploeteren door een doolhof van ingestorte bruggen en door rotsen geblokkeerde wegen realiseren we ons dat zowel de twee wegen als de onverharde wegen ontoegankelijk zijn. Het district is volledig afgesloten. Dus we moeten het anders gaan aanpakken.

 

Dag 3 (maandag 18 maart):

We leggen contact met het Zimbabwaanse leger en krijgen toestemming om drie tenten op te zetten die we plaatsen op een strategisch punt met uitzicht op het getroffen gebied. We vragen het leger om belangrijke benodigdheden af te leveren bij ziekenhuizen die zijn afgesneden. Leden van de lokale gemeenschap komen bijeen om strategieën te bedenken om de levens te redden van familie en vrienden. Ze vinden dat de hulpverlening te traag op gang komt. Ondertussen blijft het regenen en kunnen helikopters niet opstijgen door de dikke mist. Er zijn al tientallen doden gemeld en de meldingen van vermiste personen stromen binnen. De klok tikt…

 

Dag 4 (dinsdag 19 maart):

De noodhulpcoördinator van Artsen zonder Grenzen arriveert vanuit de hoofdstad Harare. Een team van jonge, vrijwillige Zimbabwaanse artsen hebben onze tenten in gebruik genomen. Ze komen uit een netwerk van kerken, ziekenhuizen en de Universiteit van Zimbabwe. Sommigen zijn al per helikopter door het rampgebied gevlogen. “Tinokugamuchirai mose”,  zeggen we.  “Jullie zijn zo welkom!”

De eerste patiënten arriveren nog voordat we bedden hebben. Sommigen hebben ontstoken wonden, maar we hebben nog geen water om onze handen mee te wassen. De patiënten liggen op plastic op de grond en worden onderzocht door artsen. Als het weer beter wordt, komen er steeds meer patiënten met botbreuken of diepe snijwonden binnen per helikopter.

 

Dag 5 (woensdag 20 maart):

Veel mensen lopen bergopwaarts om de president van Zimbabwe te begroeten, die naar verwachting vandaag zal aankomen. Een bekend frisdrankbedrijf brengt honderden flessen drinkwater naar de plek waar schoon water heel hard nodig is. Een brandstofbedrijf komt met zwaar materieel om de wegen weer te openen, mobiele toiletten verschijnen en een nationale levensverzekeringsmaatschappij levert bedden.

We zijn bezig met het opzetten van een apotheek als de tenten van de grond getrokken worden door een wervelstorm die is veroorzaakt door een helikopter die gevaarlijk dichtbij komt vliegen. Wat een blunder! Maar we gaan verder met het helpen van de gewonden. Het leger en bedrijven proberen ondertussen een weg te openen. Kan ons team morgen het district in?

 

Dag 6 (donderdag 21 maart):

Eindelijk arriveert er een watertank. Het aantal patiënten dat met ernstige wonden wordt binnengebracht, neemt af. Bewoners uit het gebied komen nu naar ons toe voor medicatie voor hiv, diabetes, hypertensie en astma. Ze hebben geen toegang meer tot hun reguliere gezondheidsfaciliteiten. Er is een weg geopend en onze mobiele teams kunnen nu per auto de getroffen gebieden bereiken. Maar alleen als de regen stopt.

Nu de noodhulp voortduurt, de doden worden begraven en de overlevenden worden geholpen om hun levens weer op te bouwen, wordt het duidelijk dat er een brug moet worden geslagen tussen noodhulp en langdurige zorg. Mensen met ernstige verwondingen hebben nazorg nodig. En overlevende met PTSS lopen het risico onbehandeld te blijven in Zimbabwe.

De cycloon heeft de bestaande sociaal-economische crisis in de regio geïntensiveerd. In de nasleep komt een ramp aan het licht: droogte, een verlammende economische crisis, een hiv-epidemie, en nu de verwoesting door misschien wel de grootste cycloon die de regio ooit heeft geraakt. Ondersteuning blijft nodig. Artsen zonder Grenzen blijft daarom, in samenwerking met het minsiterie voor Volksgezondheid, in de regio hulp verlenen.