Vijf misverstanden over Artsen zonder Grenzen

Hoe denk jij dat het is om te werken voor Artsen zonder Grenzen? Michal Pospíšil, een Tsjechische verpleegkundige die in Sudan heeft gewerkt, ontleedt een aantal misverstanden daarover.

1. Er werken vooral blanke Europeanen bij Artsen zonder Grenzen

Artsen zonder Grenzen is een internationale hulporganisatie. Maar dat betekent niet dat we zomaar grote aantallen gezondheidswerkers de hele wereld over sturen als dat niet per se nodig is. Vaak werken we met medewerkers uit de directe omgeving of de regio, die normale arbeidscontracten krijgen. De verhouding tussen internationaal personeel en dat uit het land zelf is meestal 1 op 10. In de veldkliniek waar ik in Sudan werkte, waren de meeste mensen die er voor Artsen zonder Grenzen werkten vluchtelingen uit Zuid-Sudan. Er waren maar een paar internationale medewerkers van over de hele wereld. Uit Kenia, Nigeria, Japan, Mexico, Colombia, Oostenrijk en Denemarken. De internationale medewerkers voerden voornamelijk coördinerende taken uit.

 

2. Er werkt alleen medische staf bij Artsen zonder Grenzen

Een team dat alleen uit medisch personeel bestaat, kan slecht functioneren in een noodsituatie. Want wie garandeert dan de veiligheid in gevaarlijke gebieden? En wie zorgt dan voor de voorzieningen voor water, sanitair en hygiëne? Wie onderhandelt met de lokale autoriteiten over onze aanwezigheid? Chauffeurs, administratieve medewerkers, vertalers en schoonmakers werken allemaal bij Artsen zonder Grenzen. Het grootste deel van onze medewerkers is dan wel medisch, maar we zouden nergens zijn zonder de ondersteuning van een groot scala aan andere ervaren teamleden.

 

 

3. Medewerkers van Artsen zonder Grenzen zijn superhelden

Oh zeker! Heldhaftige artsen die uit helikopters springen, zo het slagveld in, terwijl ze huilende baby’s redden en rondvliegende kogels ontwijken. Even later springen ze over de barricades om kinderen te vaccineren, daarna geven ze een lezing over de noodzaak van hygiëne en sanitaire voorzieningen. Ze delen nog wat muskietennetten en stukken zeep uit en gaan weer verder op hun reddingmissie.

Ok, terug naar de realiteit. Medewerkers van Artsen zonder Grenzen werken soms op gevaarlijke plekken. Dat betekent wel dat je een bepaalde hoeveelheid moed moet hebben. Maar ook nodig zijn een grondige logistieke voorbereiding, een constante evaluatie van de veiligheid, een zorgvuldige planning en het naleven van strikte veiligheidsprocedures.

 

Het is waar dat je als je bij Artsen zonder Grenzen werkt, je net wat steviger moet zijn dan de gemiddelde persoon. Maar niemand wil werken voor een organisatie die zijn veiligheid niet op orde heeft.

 

4. Medewerkers van Artsen zonder Grenzen zijn vrijwilligers

‘At-be gal grůš’ betekent ‘artsen zonder geld’. Het was een van de eerste Arabische zinnen die ik leerde. Maar hoewel we vrijwillig voor Artsen zonder Grenzen zijn gaan werken, doen we dat niet als ‘vrijwilligers’.

 

Als je als internationale medewerker voor Artsen zonder Grenzen werkt, krijg je een salaris dat voldoende is om thuis je huur te betalen terwijl je op missie bent. Ook krijg je wat zakgeld om in je basisbehoeften te voorzien tijdens je verblijf op de projectlocatie. Je lijdt geen honger, hoewel de kans groot is dat je wat af zult vallen. Maar daar zijn de meeste mensen niet ontevreden over.

 

Natuurlijk kunnen we betere banen krijgen met een hoger salaris en een dure auto, maar er zijn maar weinig banen waarin je van écht van levensbelang bent. En dat is het enige wat er werkelijk toe doet.

 

5. Medewerkers van Artsen zonder Grenzen komen tijdens een crisis, doen wat operaties en vertrekken weer

Het klopt dat Artsen zonder Grenzen een noodhulporganisatie is en hulp biedt bij crisissituaties. Maar dat betekent niet dat we ergens aankomen, een paar tenten opzetten, wat wonden verzorgen en weer naar huis gaan. Elk project heeft zijn eigen doelen en strategie.

 

Vaak moeten onze teams in een crisissituatie een ziekenhuis of gezondheidspost opzetten. En trainen ze lokaal personeel. Soms is de medische zorg die deze mensen verlenen onder deze omstandigheden, beter dan die in moderne ziekenhuizen in ontwikkelde landen.

 

Projecten eindigen als de omstandigheden verbeteren. Idealiter kunnen we dan onze projecten overdragen aan de lokale instanties zodat zij ze voor de langere termijn kunnen runnen. Dus, zoals ik het zie, verlenen we niet alleen noodhulp maar leiden we ondertussen ook mensen op.

 

Daarom is het altijd mijn doel om een medisch team op te bouwen dat zo autonoom mogelijk kan werken en ook na ons vertrek verder kan werken volgens de geldende protocollen. Dat vraagt om goede management-, onderwijskundige en communicatieve vaardigheden. Medewerkers van Artsen zonder Grenzen moeten dus professionals in hun eigen vakgebied zijn, maar moeten ook kunnen samenwerken met anderen en hun kennis kunnen doorgeven.

 

En wat dat ‘leren’ betreft: ik heb zelf nog nooit zoveel over mezelf en de wereld geleerd als tijdens mijn tijd bij Artsen zonder Grenzen.

 


afbeelding van Michal Pospisil Geschreven door: Michal Pospisil
Michal Pospisil is een verpleegkundige uit Tsjechië.