In de hitte op huisbezoek

afbeelding van Monique Brakeboer

Monique Brakeboer

India, psycholoog

Psychologe Monique Brakeboer werkt in Manipur, een deelstaat in het uiterste noordoosten van India. Met huisbezoeken volgen we de behandeling van tuberculosepatiënten.

In onze Artsen zonder Grenzen-wagen gaan we op pad. Gister heb ik me door een van de Indiase counselors laten overhalen om mee op huisbezoek te gaan bij een patiënt met multiresistente tuberculose (MDR-TB). ‘Ondanks dat ze je niet verstaan, voelen ze toch dat je er bent,’ gaf ze als argument. ‘Onze patiënten hebben meer vertrouwen in onze behandelingen als ze de internationale medewerkers zien’.

 

Begeleiding

Wat verlegen, en een beetje geïrriteerd, nam ik het aanbod aan om mee te gaan. Ik probeer de counselors namelijk te leren hoe ze efficiënter met hun tijd om kunnen gaan. En hoe ze zelfstandig hun werk kunnen doen. Het komt regelmatig voor dat ze iets aan mij overhandigen en er zelf niets meer aan doen. Dit lijkt geen opzet te zijn, het is voor mijn counselors lastig om zelf beslissingen te nemen. Misschien wordt dit veroorzaakt doordat in India verwacht wordt dat een supervisor de leiding neemt. Of omdat opleidingen er niet op gericht lijken te zijn om mensen zelf creatief te laten denken. Het zorgt er in elk geval wel voor dat ik dagelijks druk ben met het begeleiden, wat ook wel weer leuk is om te doen.

 

Vermoeide blik

De wagen rijdt een heuvel op en het laatste stuk lopen we. Ondanks dat het acht uur ‘s ochtends is, voel ik het zweet al in straaltjes langs mijn rug lopen. De hoge vochtigheid in de lucht maakt het, samen met de temperatuur, zwaar om buiten te zijn. Een jonge vrouw, die ik niet ouder schat dan achttien jaar, is in een tuin houtjes in stukjes aan het snijden. Als we een trap oplopen zie ik een tweede vrouw staan, onze patiënt. Ze gaat snel weer zitten, terwijl ze tegen een paal leunt. Ze draagt een masker. Haar ogen laten een treurige en vermoeide blik zien. Ze ziet er oud uit. De kamer waar ze verblijft, bevat een kookstel en een bed. Ook staat er op de grond een plastic containertje vol medicijnverpakkingen en naalden.

 

Schuldgevoel

Haar ogen vermijden mijn blik. Ze vertelt aan de counselor over de injecties die ze krijgt, en de bijwerkingen. Ze zegt zwak te zijn. Als we de tijd nemen om bij haar te blijven en ik mijn vragen aan haar laat vertalen begint ze ook mij meer aan te kijken. Het gesprek krijgt een meer persoonlijke wending. Ze vertelt dat ze de hele dag piekert. Het is gebruikelijk in de cultuur in deze regio dat een vrouw voor de schoonouders zorgt. Haar schoonouders zijn in Myanmar, een halve dag reizen verderop. Ze zijn oud en ziek. Alle zeven kinderen van haar schoonouders zijn overleden. Het reizen gaat echter niet en haar eigen herstel is nu belangrijk. Toch voelt dit niet zo voor haar en het schuldgevoel overheerst. Het is voor haar vreselijk om er niet voor ze te zijn. Het maakt dat ze overweegt de behandeling te stoppen, maar ze zet door. Ze weet dat haar ziekte anders niet zal genezen.

 

'Een behandeling voor MDR-TB kan twee jaar duren'

 

Muziek

Voor de behandeling voor MDR-TB vragen wij van patiënten om onderdak in India te regelen. Om deze reden zijn er heel wat patiënten uit Myanmar die tijdelijk in het grensplaatsje Moreh verblijven. Een behandeling voor MDR-TB kan twee jaar duren. Deze vrouw huurt een kamer bij een gezin in. Door de muur heen klinkt muziek en het zingen van een meisje een kamer verderop. Kinderen rennen langs de open deur. Het gezin heeft haar de spullen gegeven die ze gebruikt. Ze zegt hier dankbaar voor te zijn. Ik maak me zorgen of bekend is dat haar ziekte besmettelijk is. De counselor zegt voorlichting te hebben gegeven.

 

Bezoek

Voor patiënten met deze zware vorm van tuberculose bieden we een maandelijks voedselpakket dat onder meer dal en rijst bevat. De vrouw vertelt dat ze het maandelijks net redt met het eten dat Artsen zonder Grenzen biedt. Terwijl we verder praten kijken dankbare ogen me aan. Ze vertelt ons hoe goed het haar doet dat we er zijn. Ze zou vaker bezoek willen. Haar dochter is getrouwd en heeft nog geen kinderen, maar wel haar eigen verplichtingen.

 

Persoonlijk contact

Met een goed gevoel loop ik naar buiten. Tegelijkertijd voel ik me wat schuldig. Over hoe ik in gedachten steeds bezig ben met hoe het werk kwalitatief beter kan volgens de standaarden die ik ken. Met een degelijk behandelplan en duidelijke afspraken. En over hoe we meer behandelingen zouden kunnen starten. Maar ik merk dat ik eigenlijk te weinig huisbezoeken doe. Zal het persoonlijke contact op zichzelf eigenlijk niet ook al veel goeds doen? Ik zie over het algemeen alleen de patiënten die stabiel genoeg zijn om de kliniek te bereiken.

 

Waardering

Bij terugkomst in de kliniek sluit ik aan bij een gesprek met een andere patiënt. Hij vertelt me dat hij me al eerder heeft gezien. Dat kan ook niet anders, want er zijn eigenlijk geen andere ‘westerlingen’ in deze omgeving. Vaak als ik langs huizen loop hoor ik wel iemand ‘MSF’, onze internationale afkorting, roepen. Als ik ergens eet, vragen mensen in hun beste Engels of ik ‘in de kliniek werk’. Toch vergeet ik vaak hoe ik opval. Mensen zijn verlegen, gesprekken komen zelden op gang. Dat we wel gezien worden en misschien ook gewaardeerd hebben we vaak niet door. Toch lijken we een begrip in de omgeving te zijn. Een kliniek waar artsen wel komen opdagen en de medicijnen wel te verkrijgen zijn. Een uitzondering in het gebied in India waar ik werk.

 

Juni 2016


afbeelding van Monique Brakeboer Geschreven door: Monique Brakeboer
Monique Brakeboer werkt als gezondheidszorgpsycholoog voor Artsen zonder Grenzen.
Sluit zoeken

Zoekveld